Popup-Niks-missen-2.png

VERHALEN

Campus 16 november 2020

Waarom er zoveel onderzoekers wegliepen bij psychologie

Sociale veiligheid
reacties 10
Bij cognitieve psychologie zou de senior hoogleraar zijn mensen intimiderend behandelen. En bij sociale en organisatiepsychologie hebben mensen het gevoel dat ze zijn misleid en tegen elkaar uitgespeeld. Dit onderzoek laat zien dat de drie onderzoeksgroepen, samen één afdeling, niet in staat bleken het verziekte academische klimaat te corrigeren.
DOOR Welmoed Visser BEELD Berend Vonk

Uit de werkkamer van de senior hoogleraar cognitieve psychologie zou geregeld geschreeuw komen. “Iedereen weet het. Niemand zegt er wat van. We doen alsof het normaal is”, zegt een wetenschapper. “Hij schreeuwt tegen mensen, scheldt, maakt je voor dom uit, negeert je wekenlang, en praat bij vergaderingen door je heen als hij daar zin in heeft”, vertelt een ander.

Veertig procent van de medewerkers op universiteiten heeft te maken met sociale onveiligheid, zo bleek twee jaar geleden uit onderzoek van de FNV en de VAWO. Op onze oproep om ervaringsverhalen te delen, meldden zich mensen van allerlei afdelingen en faculteiten van de VU. De meesten aarzelend. Sommigen trokken zich later weer terug, ondanks dat ze anoniem hun verhaal konden doen. De angst voor repercussies zit er goed in, in de academische wereld.

Des te opmerkelijker is het als zich onafhankelijk van elkaar drie mensen melden van dezelfde afdeling: Experimentele en toegepaste psychologie. De verhalen die ze vertelden waren ernstig genoeg om verder op onderzoek uit te gaan.

‘Ik denk vaak aan de nieuwkomers’

Om zeker te weten dat de verhalen breed gedragen zijn, benaderde ik vele medewerkers en oud-medewerkers van de afdeling. Vele oud-medewerkers laten weten dat de problemen bij de afdeling voor hun de reden waren dat ze zijn weggegaan. Van de huidige medewerkers willen slechts weinigen praten. Anderen zijn bang, maar laten weten dat ze wel willen dat er een artikel komt, omdat ze hopen dat het iets zal verbeteren. Want de sfeer is nog steeds verziekt, verzekeren ze.

Verantwoording
Voor deze reconstructie deed Ad Valvas-redacteur Welmoed Visser een paar maanden lang onderzoek. Ze sprak met vijftien medewerkers en oud medewerkers en had met een grotere groep contact via e-mail. Daarnaast keek ze officiële documenten in als arbeidscontracten, verslagen van jaargesprekken, mails en brieven die door het bestuur van de afdelingen zijn verstuurd.

Ook de oud-medewerkers kunnen of willen lang niet allemaal meewerken: twee van hen mogen niet praten vanwege non-disclosure-agreements die ze met de VU hebben gesloten, anderen willen niet praten omdat de psychische schade die ze hebben geleden groot is en het hen soms jaren heeft gekost om er weer bovenop te komen.

Met vijftien medewerkers en oud-medewerkers had ik uiteindelijk een interview. Met een aantal andere mensen had ik alleen contact per mail. Een van de mensen die niet geïnterviewd wilden worden, bood wel aan om mee te lezen. Daar heb ik gebruik van gemaakt, als doublecheck. Geïnterviewden lazen ook mee en nuanceerden het verhaal waar nodig.

De oud-medewerkers die wilden praten deden dat eigenlijk allemaal om één reden: opdat hun opvolgers minder ellende zouden hebben dan zij. “Ik denk vaak aan de nieuwkomers die in de groep zijn begonnen toen ik wegging”, zegt een medewerker, “ik had ze misschien moeten waarschuwen, maar ik wist niet hoe.”

Dilemma

Een dilemma is of we de namen moeten noemen van de hoogleraren. De lezer heeft recht op volledige informatie en de mannen zijn personen met een machtige positie aan de VU. Tegenargument is dat dit verhaal gaat over wat de gevolgen zijn van een langdurig klimaat van sociale onveiligheid. Het gaat daarbij meer om een beschrijving van de cultuur dan om naming and shaming. Natuurlijk, wie wil weten om wie het gaat, heeft dat snel nagezocht, maar hun namen publiceren zou betekenen dat het verhaal tot in lengte van dagen opduikt als iemand hun naam intikt. Dat vinden we uiteindelijk te beschadigend.

Ervaringen delen
Ad Valvas vindt sociale veiligheid een belangrijk thema. Wilt u hierover ervaringen delen? Mail naar: advalvas@protonmail.com.

De afdeling Experimentele en toegepaste psychologie (ETP) bestaat uit drie secties: cognitieve psychologie, sociale psychologie en organisatiepsychologie. De hoogleraren die de drie secties leiden, zitten er al tien jaar of langer. Ze hebben gezamenlijk een cultuur gecreëerd waarin mensen zich soms geïntimideerd en vaak niet gehoord voelen. Te meer omdat twee van hen beurtelings de afdeling leidden, waardoor wetenschappers niet bij de eerstvolgende leidinggevende terechtkonden en kunnen met klachten over hun directe baas. “Je weet toch hoe hij is?” kreeg een medewerker te horen toen hij/zij eindelijk bij het afdelingshoofd (toen de hoogleraar sociale psychologie) durfde te klagen over de hoogleraar cognitieve psychologie.

De problemen van de drie secties zijn niet hetzelfde. Bij cognitieve psychologie gaan de verhalen van alle geïnterviewden over het wangedrag van de hoogleraar, bij sociale en organisatiepsychologie is er niet direct sprake van wangedrag (voor zover wij weten), maar hebben onze bronnen grote moeite met de sfeer van verdeel-en-heers.

Uit de reacties van de hoogleraren blijkt overigens dat ze ofwel hun eigen gedrag ontkennen, of zich niet bewust zijn van hoe ze als leidinggevende worden ervaren. “Ik heb misschien een zware stem, maar schreeuwen doe ik niet”, zegt de hoogleraar cognitiepsychologie, over wie we van verschillende bronnen hoorden dat hij tegen hen en tegen anderen heeft geschreeuwd. “Ik ervaar de sfeer in de sectie juist als erg goed”, mailt de hoogleraar sociale psychologie, terwijl we weten dat ten minste een deel van zijn medewerkers zich niet prettig voelt. 

(de tekst gaat verder onder het kader)

Structuur van de afdeling
De afdeling Experimentele en toegepaste psychologie bestaat uit drie secties: cognitieve psychologie, sociale psychologie en organisatiepsychologie. Sinds twee jaar wordt de afdeling geleid door de hoogleraar cognitieve psychologie. Daarvoor had de hoogleraar sociale psychologie de leiding.
Cognitieve psychologie heeft in totaal drie hoogleraren.
Sociale psychologie heeft twee hoogleraren van wie degene over wie dit verhaal gaat al jaren de sectie leidt.
Organisatiepsychologie heeft sinds enige tijd een tweede hoogleraar erbij. In dit verhaal gaat het over de hoogleraar die de sectie leidt.
Tot drie jaar geleden waren sociale psychologie en organisatiepsychologie één sectie.
Sinds juni heeft de faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen een nieuwe decaan, Maurits van Tulder, die bij gezondheidswetenschappen vandaan komt.

 

Terug naar cognitieve psychologie, waar we vorige week live een inkijkje kregen in de gespannen arbeidsverhoudingen. Met als aanleiding dit artikel en de stress die het blijkbaar al voor publicatie veroorzaakte, werd er in het weekend op de sectie een mail rondgestuurd door een postdoc: 'Urgent, please respond before monday noon!' staat er, in kapitalen. Daarin werden medewerkers met klem aangespoord te stemmen of ze de werksfeer bij cognitieve psychologie als ‘positief, open en inspirerend’ ervaren. In de mail stond klip en klaar dat de actie bedoeld was om het positieve resultaat naar Ad Valvas te sturen.

Toen de respons blijkbaar te wensen overliet, volgde er nogmaals een mail met dezelfde vraag. Weer in kapitalen. Op maandag kwam er een mailtje dat de resultaten ‘niet uniform’ (niet positief?) genoeg waren om te gebruiken, waarna Ad Valvas langs de officiële kanalen niets meer vernam van deze enquête. [De e-mails zijn in het bezit van de redactie.]

Ook werden medewerkers en oud-medewerkers door de huidige sectieleider gebeld met de vraag of ze hadden meegewerkt aan het Ad Valvas-onderzoek. De vraag wie er heeft gepraat, lijkt de staf meer bezig te houden dan de issues waar het om gaat. 

Grof commentaar

Onder vakgenoten is het gedrag van de betreffende hoogleraar allang bekend. De man is berucht vanwege zijn omgangsvormen. Mensen die bij hem solliciteren worden vooraf gewaarschuwd door collega’s van andere universiteiten, maar wel voorzichtig, want de lijntjes zijn kort en hij is een succesvolle wetenschapper, lid van de KNAW, die al heel wat beurzen binnenhaalde. Zou je dat nou wel doen? Hij kan nogal gepassioneerd zijn, kreeg een wetenschapper te horen die had gesolliciteerd. “Gepassioneerd? Ik dacht: dat is prima, dat ben ik ook. Hadden ze maar gewoon gezegd dat hij bot is, dan had ik tenminste geweten waar ik aan toe was.”

De hoogleraar heeft de dagelijkse leiding van de sectie overigens twee jaar geleden overgedaan aan zijn rechterhand, maar hij leidt wel de hele afdeling Toegepaste en experimentele psychologie, hij leidt zijn eigen onderzoeksgroep van zo’n tien onderzoekers en is hoofd van het IBBA (Institute for Brain and Behavior) waarin het onderzoek van zeven onderzoeksgroepen van de faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen gebundeld is. De hoogleraar begeleidt nog altijd een behoorlijke groep jonge onderzoekers, maar die hebben - volgens onze bronnen - weinig aan zijn begeleiding. “Je moet alles zelf uitzoeken, als je iets niet weet dan moet je het maar aan collega’s vragen, want je kunt hem er niet mee lastigvallen. Dan raakt hij zeer geïrriteerd”, vertelt een wetenschapper.

‘Er is geen enkele ruimte voor eigen inbreng’

De commentaren die de hoogleraar bij de concepten van artikelen zet, zouden ronduit grof zijn. “Als je artikelen terugkrijgt, staat er in de kantlijn: wat een domme opmerking, slordig werk, je hebt geen idee waar je het over hebt.” “Bij vergaderingen praat hij door mensen heen, maakt ze belachelijk”, vertelt iemand anders. “Hij wil dat je precies doet wat hij in zijn hoofd heeft”, vertelt een derde. “Er is geen enkele ruimte voor eigen inbreng. Je bent zijn eigendom.” Verschillende wetenschappers geven hier voorbeelden van die te specifiek en daardoor tot hen herleidbaar zijn om hier te noemen.

Om de wetenschapper heen bestaat een kleine groep favorieten die niks fout kunnen doen, maar als je daar niet toe behoort, is het afzien. Een vraag om reiskosten kan al genoeg zijn om hem te doen ontploffen. [Ook hiervan is het specifieke, maar te herleidbare voorbeeld bij de redactie bekend.] Verschillende wetenschappers vertellen dat hij hen uiteindelijk helemaal negeerde.

Onderwijs vindt de hoogleraar voor losers, is hun ervaring. Toen hij nog sectiehoofd was, werd er drie jaar lang geen vergadering gehouden over het onderwijsprogramma, vertelt een wetenschapper. De hoogleraar had er geen zin in. “Hij zei dat hij ons gezeik gewoon niet wilde horen.” Waarop de docenten uiteindelijk zelf maar een vergadering hebben belegd.

Maar, dat moet ook gezegd: als wetenschapper is de man zeer succesvol, waardoor er nog steeds nieuwe, voornamelijk buitenlandse, jonge wetenschappers graag voor hem willen werken.

‘Ik stond helemaal te trillen’

De gevolgen van dit gedrag zijn groot: medewerkers raakten overspannen, hadden therapie nodig om weer aan het werk te kunnen, sommigen verlieten de wetenschap en vooral: ze verlieten de groep. Degenen die in de wetenschap zijn gebleven, komen de hoogleraar nog weleens tegen op een congres, dan schiet de stress door hun lichaam. “Ik stond helemaal te trillen en heb me achter een pilaar verstopt. Ik had zelf nooit gedacht dat ik zo heftig zou reageren.”

Hoe kan het dat dit gedrag zo lang door kan gaan? Hebben de slachtoffers niet geprobeerd om hulp of bemiddeling te zoeken? Sommigen wel, ze gingen naar de vertrouwenspersoon of naar de eerstvolgende leidinggevende. Maar ze hadden er weinig aan.

Je kunt wel een klacht indienen, maar daarmee schaad je alleen maar je eigen carrière, zei de vertrouwenspersoon tegen een klager. Een wetenschapper die bij de vorige decaan klaagde, kreeg het reglement Ongewenst Gedrag toegemaild, maar verder veranderde er niks, stelt hij/zij.

Misleid over functie

Bij de aangrenzende secties sociale psychologie en organisatiepsychologie zijn de leidende hoogleraren aardiger in de omgang. Toch zijn ook hier door de jaren heen veel conflicten geweest en gingen er veel medewerkers met onvrede weg.

BV_vervolg

Tot drie jaar geleden was dit één afdeling. Veel (oud-)medewerkers hadden met beide leidende hoogleraren te maken en vinden het moeilijk om te scheiden wie precies waarvoor verantwoordelijk was. De grote lijn van hun verhalen is dat ze zich misleid en aan het lijntje gehouden voelen.

De vier wetenschappers bijvoorbeeld die in 2012 werden aangenomen als assistant professor. Ze werden aan de groep voorgesteld als assistant professors, kregen visitekaartjes met die functie erop, draaiden mee in onderzoek en stonden zo op de website. [Documentatie hierover is in het bezit van Ad Valvas.] Pas na een jaar of vier kwamen ze erachter dat ze officieel alleen in dienst waren als docent, lecturer, een functie waarin je alleen onderwijs geeft, geen onderzoek doet en nauwelijks kunt groeien in een academische carrière. Ze ontdekten het zelf bij toeval: toen de VU in 2016 besloot om al haar onderzoeksactiviteiten online te zetten. Toen viel het een van de onderzoekers op dat zijn/haar onderzoek niet werd genoemd op de site. Foutje zeker, dacht de onderzoeker en meldde het bij zijn/haar baas.

“Ehm, eigenlijk ben je alleen docent en geen onderzoeker”, stelde iemand van P&O. Dat moet een vergissing zijn, dacht de wetenschapper. Maar het bleek geen vergissing: hoewel hij/zij al jaren onderzoek deed voor de VU had hij/zij op papier alleen een aanstelling als lecturer, docent. Toen vielen ook ineens andere dingen op, waar de wetenschapper nooit iets achter had gezocht: op het arbeidscontract, verder in het Engels, stond de functieomschrijving in beide talen: assistant professor, en tussen haakjes erachter: docent. Bij drie collega’s bleek hetzelfde aan de hand. Formeel waren ze altijd in dienst geweest als docent en niet als assistant professor. Waren ze naar de VU gekomen als ze hadden geweten dat ze waren aangesteld als docent? Twee van hen werkten aan prestigieuze buitenlandse instituten. Nee nooit, zeggen ze. Wat hun erg frustreerde was de afwikkeling van de zaak door de leidinggevenden en personeelszaken: ze moesten het hard spelen om gelijk te krijgen.  Pas toen ze dreigden met juridische stappen werd hun functie met terugwerkende kracht omgezet in die van assistant professor. [Documentatie in het bezit van Ad Valvas.]

Hebben de slachtoffers niet geprobeerd om hulp of bemiddeling te zoeken?

De hoogleraar sociale psychologie lijkt zich nog altijd niet bewust van de impact die dit incident had op de betrokkenen: ‘In die tijd was het onderscheid tussen universitair docent en docent niet altijd erg duidelijk’, mailt hij. De Ufo (universitaire functieordening) is overigens glashelder over het onderscheid. Een van de gedupeerden reageert: “Als ik echt vijf jaar lang docent was gebleven, had ik mijn academische carrière wel gedag kunnen zeggen.” Het laat zien hoe ver de belevingswereld van de leidinggevende af staat van die van de academici in zijn afdeling die nog moeten knokken voor hun carrière.

Toen dit allemaal achter de rug was, probeerde de staf dezelfde constructie bovendien bij een opvolger nog eens te herhalen. Ook deze persoon solliciteerde op een functie als assistant professor. Ook hier was dat niet wat aanvankelijk in het arbeidscontract stond. Echter, deze persoon was vooraf gewaarschuwd. Dus de medewerker ging niet akkoord voor hij/zij zwart op wit had dat de functie die van universitair docent was. De hoogleraren van sociale psychologie en organisatiepsychologie herinneren het zich niet, zeggen ze.

Kansen gemist

Het is een incident in een stroom aan verhalen over voorspiegelingen, halve beloftes, en steeds veranderende eisen voor promotie bij de secties sociale en organisatiepsychologie. De frustratie bij (oud-)medewerkers is groot. Velen van hen zijn in de wetenschap gebleven en zitten nu op andere universiteiten in binnen- en buitenland waar ze zien dat het ook anders kan. “Ik heb er in elk geval van geleerd om eerlijk te zijn tegen mijn collega’s”, zegt een van hen. “Ik probeer mijn medewerkers kansen te geven, dat heb ik zelf heel erg gemist op de VU”, zegt een ander.

Verschillende mensen noemen de manier waarop de groepen werden en worden geleid een verdeel-en-heersmodel. “Het was nooit helemaal duidelijk wat je moest doen om verder te komen”, vertelt een wetenschapper, “de criteria waren niet helder en veranderden ook nogal eens. Dan had je bijvoorbeeld het aantal publicaties gehaald, maar dan moest je ineens ook nog excellent scoren op je jaargesprek. En die werden beoordeeld door henzelf en ze gaven nooit een excellent.” “De eisen waren buitensporig hoog, maar dat zie ik pas achteraf”, zegt een oud-medewerker die inmiddels een vaste aanstelling heeft bij een andere universiteit. “Als je ergens aan had voldaan, kwamen er altijd nog meer criteria uit de hoge hoed”, zegt iemand anders.

‘Als je ergens aan had voldaan, kwamen er altijd nog meer criteria uit de hoge hoed’

De manier waarop prestaties worden beoordeeld, herinneren mensen zich als erg subjectief, met name bij sociale psychologie. “Het formulier waarop mijn beoordelingsgesprek stond was een keer kwijt”, herinnert een wetenschapper zich. “De hoogleraar zei dat hij het zich nog wel herinnerde en het nog een keer zou invullen. Toen het oude beoordelingsgesprek later weer boven water kwam bleek dat ik bij het uit het hoofd ingevulde formulier op alle onderdelen één tot twee punten lager scoorde dan bij het oorspronkelijke formulier.”

Inmiddels zijn de procedures beter vastgelegd. Voor het aannemen en bevorderen van personeel moeten de leidinggevenden de facultaire richtlijnen volgen. Toch zijn mensen nog steeds afhankelijk van dezelfde hoogleraren voor hun carrière en hebben degenen die wij spraken er, na jarenlange incidenten, weinig vertrouwen in dat ze nu wel eerlijk worden behandeld.

Trust, cooperation and leadership

Bij organisatiepsychologie zijn sommige wetenschappers bovendien slecht te spreken over de samenwerking met de hoogleraar: “Als je met hem promovendi begeleidde, had hij de stukken die de promovendus had geschreven soms niet eens gelezen, waardoor je eerst een half uur bezig was dingen op te helderen die al in de tekst stonden.” Ook promovendi klagen over de samenwerking: het duurt vaak weken voor ze antwoord hebben op mailtjes, de hoogleraar draagt weinig bij aan het onderzoek, maar wil wel met zijn naam op alle publicaties. 

Verschillende medewerkers van organisatiepsychologie herinneren zich voorvallen waarbij ze het gevoel hadden dat hun ideeën werden afgepakt. Zo vertelt een geïnterviewde dat de hoogleraar met zijn/haar idee financiering van een bedrijf binnenhaalde zonder hem/haar daarbij te betrekken en herinnert iemand zich dat de hoogleraar een blog schreef over een artikel van een andere onderzoeker in de groep, nog voordat dat was gepubliceerd.

De ironie wil dat de groep onderzoek doet naar wat goed leiderschap is. De titel van het onderzoeksprogramma was lange tijd Trust Cooperation and Leadership (TLC). “Daar hebben we veel om gelachen”, zegt iemand. Maar de gevolgen waren minder leuk: er was een grote leegloop. In de jaren na 2016 is zo ongeveer de hele sectie organisatiepsychologie ergens anders gaan werken, waardoor met grote moeite het onderwijsprogramma overeind kon worden gehouden.

Nachtmerries

En meer persoonlijk: sommige mensen die weggingen hebben nog steeds nachtmerries als ze een jaargesprek hebben: “Ik kan daar dagenlang gestrest over zijn, ik ervaar het als een zwaard van Damocles, terwijl ik nu wel in een veilige omgeving werk”, zegt een oud-medewerker. “Ik gedroeg me als een geslagen hond, vonden mijn nieuwe collega’s”, zegt een ander, “daar ben ik wel van geschrokken. Ik had zelf niet eens door hoe erg het in me was gaan zitten.”

Alle drie de hoogleraren zeggen dat de situatie beter is geworden sinds de structuur van de afdeling drie jaar geleden is veranderd. Bij alle drie de secties spreken we mensen die het daar niet mee eens zijn. De drie leidinggevenden zijn al die jaren nog dezelfde. Cultuurverandering, als daar al sprake van is, gaat langzaam. Maar wat in elk geval wel is verbeterd is de sensitiviteit van de bestuurders. Nog voordat dit artikel uit is, besluiten de rector en de decaan een onafhankelijk onderzoek in te stellen.

Als hun voorgangers dat nou eens eerder hadden gedaan, had veel leed voorkomen kunnen worden. Want voor een generatie wetenschappers bleef er maar één manier van protesteren over: stemmen met de voeten. Sommigen zijn nog steeds verbijsterd als ze terugdenken aan hun tijd aan de VU. “Pas achteraf zie ik dat het echt niet normaal was”, zegt iemand. “Ik heb daar veel te lang gezeten”, zegt een ander. “Ik wilde zo snel mogelijk weg, maar ook geen jobhopper lijken”, zegt een derde. En ook bij hun huidige werkgevers, universiteiten en onderzoeksinstituten in binnen- en buitenland, is heus niet alles hosanna, verzekeren ze, maar achteraf gezien vinden ze allemaal dat de VU wel wat beter voor haar werknemers had mogen zorgen en dat er iemand had moeten bijsturen.

Correctie: In een eerdere versie van dit verhaal stond dat degene die bij cognitieve psychologie een mail rondstuurde met de vraag om de werksfeer te beoordelen promovendus is. Dit moet postdoc zijn en is in bovenstaande tekst gewijzigd.

Ad Valvas vindt sociale veiligheid een belangrijk thema. Wilt u hierover ervaringen delen? Mail naar: advalvas@protonmail.com.

Reactie hoogleraar cognitieve psychologie, die lange tijd de sectie leidde
Uw opmerkingen over hoe ik me zou gedragen tijdens vergaderingen kan ik niet plaatsen. Wanneer mensen het gevoel hebben dat ik hen negeer, dan komt dat wellicht voort uit het gegeven dat ik geen direct leidinggevende meer van hen ben, omdat ik de dagelijkse leiding van de sectie heb overgedragen.
Ik ben me ervan bewust dat erin het verleden fouten zijn gemaakt met contracten en afspraken bij de afdeling experimentele en toegepaste psychologie. Ook zijn er beslissingen over medewerkers genomen die niet altijd overeenkwamen met hun verwachtingen. Dit is niet goed en dit betreur ik ook. Terugblikkend kan worden vastgesteld dat er een aantal weeffouten zat in de structuur van de afdeling. Zo was ik tot tweeënhalf jaar geleden zowel afdelingshoofd Experimentele en toegepaste psychologie als sectiehoofd van cognitieve psychologie. Dit gaf allerlei fricties en onduidelijkheden. Om dit te voorkomen, hebben we een aantal jaren geleden iemand anders aangesteld als sectiehoofd. Mijn indruk is dat bij alle drie de secties, zelfs in deze coronatijd, de werksfeer prima is. Er zijn geregeld lunchbijeenkomsten, pub-quizzen, en colloquia.

[Dit is een samenvatting; de hele reactie is hier te lezen.]

Reactie hoofd organisatiepsychologie
Ik ben sinds 2018 formeel als leidinggevende aangesteld van een nieuwe sectie. Dat is een klein team dat zich vooral op onderwijs richt. Deze sectie functioneert in mijn ogen redelijk goed. Er is de afgelopen jaren dan ook nauwelijks verloop geweest, met uitzondering van het vertrek van één medewerker die niet goed op zijn plek zat en een ander die een duidelijke positieverbetering kon krijgen. Ik denk wel dat de mensen zonder vast contract wellicht ontevredener zijn. Over de ontevredenheid die nu nog heerst onder oud-medewerkers van de toenmalige afdeling kan ik geen oordeel vellen.
Veel van de door Ad Valvas gesignaleerde problemen dateren al van wat  langer geleden bij de oude  afdeling waar ik werkte. Die waren onder meer het gevolg van de verkeerde inschaling van medewerkers als docent in plaats van universitair docent. Deze medewerkers zijn gewoon behandeld als universitair docent in de afdeling, ook in de jaargesprekken. Deze fout is uiteindelijk hersteld door HRM en het afdelingshoofd. Ik leg de verantwoordelijkheid voor die fout ook deels bij de oude faculteit die veel te zware eisen stelde aan het verkrijgen van een vaste aanstelling of het maken van promotie.
De gewekte suggestie dat ik proefschriften slecht zou lezen is niet terecht in mijn ogen. Ik kijk volgens het meer-ogen principe altijd mee en schrijf mee aan publicaties van promovendi.

[Dit is een samenvatting; de hele reactie is hier te lezen.]

Reactie hoofd sociale psychologie
Ik heb nooit iets gemerkt van onvrede in de huidige sectie. Ook heeft niemand mij hier ooit op gewezen. Ik ervaar de sfeer in de sectie juist als heel erg goed; er wordt bijvoorbeeld heel veel en goed samengewerkt door medewerkers. En vrijwel alle promovendi voltooien hun proefschrift op succesvolle wijze. Ik kan mij wel voorstellen dat er af en toe bij enkele medewerkers wat ontevredenheid is, omdat de mogelijkheden voor promotie of vaste posities beperkt zijn. Ik informeer vaak informeel (vooral via 1-op-1-lunches, maar ook ‘management by walking around’) en soms formeel (via een jaargesprek) naar allerlei zaken, en van onvrede heb ik niets gemerkt. In het verleden was er bij een grotere afdeling in de oude faculteit meer ontevredenheid, en dat ging vrijwel uitsluitend om mensen met een tijdelijke aanstelling zonder uitzicht op een vaste aanstelling.

[Dit is een samenvatting; de hele reactie is hier te lezen.]

Reactie Maurits van Tulder, decaan Gedrags- en Bewegingswetenschappen (sinds juni '20)
“Er komt een onafhankelijk onderzoek naar de werksfeer bij de afdeling. Sociale veiligheid is een extreem belangrijk thema voor mij als decaan. Ik hoop dat ik dat ook uitstraal. Alle signalen die ik krijg op dit gebied, neem ik erg serieus. Dat betekent dat we meteen reageren. Elke klacht is eigenlijk al een situatie waarin je te laat bent. Je wil er eerder bij zijn, om te voorkomen dat dingen escaleren. Ik weet dat het een lastig en langzaam traject is om de cultuur op dit gebied te veranderen, maar we moeten die beweging wel inzetten. Om die reden heb ik bijvoorbeeld ook al een tweede vertrouwenspersoon ingesteld op de faculteit, zodat mensen altijd naar iemand toe kunnen die wat verder weg staat van hun dagelijkse werk. En elke promovendus moet een tweede begeleider hebben Wat ook belangrijk is, is dat we een strak personeelsbeleid voeren waarbij de uitgangspunten en criteria voor de hele faculteit gelijk en helder zijn.”

 

Reactie Vinod Subramaniam, rector
“Elke klacht op het gebied van sociale veiligheid is er één te veel en nemen we als college zeer serieus. In het geval van deze afdeling moeten we eerst verkennen wat er aan de hand is. Dat doen we met een onafhankelijk onderzoek. Dat er bij psychologie mogelijk iets speelde, was mij niet bekend. Anders hadden we al eerder actie ondernomen. De VU moet een veilige en aantrekkelijke werk- en studieplek zijn voor medewerkers en studenten. We willen een cultuur waarin mensen elkaar veilig kunnen aanspreken op gedrag. Maar een cultuurverandering gaat langzaam. Verandering proberen we te bereiken door hieraan expliciet aandacht te besteden en het onderwerp bespreekbaar te maken. Het aanstellen van vertrouwenspersonen en het geven van bystander-trainingen zijn een paar voorbeelden van concrete stappen die genomen zijn. Ik weet dat dit een belangrijk thema is in de academische wereld. Dat veertig procent van de medewerkers op universiteiten zich niet veilig voelt op zijn werk [FNV, 2018, red.], is veel te hoog. We moeten hier een ambitieuze doelstelling hebben: ik hoop vurig dat we over een jaar of vijf dat percentage met een enkel getal kunnen schrijven.”

{ Lees de 10  reacties}

comment_node_verhalen

Door M. op 16 november 2020

Ik heb ook ervaring met de beschreven hoogleraar cognitieve psychologie. Ik herken alles in het artikel en dit is slechts het topje van de ijsberg. Fijn dat Ad Valvas hier zo nauwkeurig onderzoek naar heeft gedaan. Ik heb geen enkele twijfel dat het onafhankelijk onderzoek nog veel meer aan het licht zal brengen.
Het feit dat je het zelf niet ziet of hebt meegemaakt, betekent niet dat het er niet is. Degenen die reageren met positieve ervaringen hebben een goed lopend PhD project (of al afgerond) en hebben geen ervaring met een situatie waarbij de belangen tegengesteld waren aan die van de hoogleraar. Zolang je PhD project goed verloopt, of je de afdeling hebt verlaten voordat je als onderzoeker onafhankelijk van hem wilt zijn heb je hier in veel mindere mate mee te maken.
De mensen die hier reageren en zeggen dat het onzin is vind ik zeer denigrerend gezien de situatie. Dit artikel kaart zeer ernstig pestgedrag en intimidatie aan wat door een grote groep mensen zo is ervaren. Dat dit niet bij iedereen op de afdeling zo is geweest is niet relevant. In een artikel over corruptie in een bedrijf wordt toch ook niet beschreven dat het bedrijf ook projecten zonder corruptie heeft uitgevoerd?
Het feit dat er ook mensen zijn met goede ervaringen, praat de misstanden niet goed. Goede ervaringen mogen ook gedeeld worden, maar ik vind het schokkend dat sommigen vooruitlopend op het onafhankelijk onderzoek zo stellig zeggen dat het onzin is.

Door Ik ben gewoon … op 16 november 2020

Geinig is dat hier. Nooit reacties op veel belangrijkere artikelen maar op deze wel. Lijkt zo alsof beide groepen hun medestrijders goed over verschijnen van dit artikel hebben geïnformeerd.
Is er trouwens geen IP controle? Anoniem begrijp ik in dit geval, maar dat sommige hier gewoon met verschillende namen reageren vind ik toch wel opvallend. Zo steun je geen productieve discussie, Ad Valvas!

Door Marieke Buil op 16 november 2020

Ik denk dat mensen hier zo heftig op reageren, omdat dit de zoveelste keer is dat er sprake is van machtsmisbruik binnen een universiteit. En dat mensen helemaal ziek en moe zijn om dit voor de zoveelste aan te kaarten bij HR zodat zij met de zoveelste lachwekkende cursus komen. Verhalen zoals dit verbazen me niets, En jij "Ik ben gewoon" hoort nu toevallig bij de lievelingetjes, bij de ingroup, maar de volgende keer val je erbuiten en dan wordt ook jij snoeihard aan de kant gemieterd. Zo gaat het.

Door Richard Godijn op 17 november 2020

Het lijkt mij duidelijk dat de klachten van collega’s en oud-collega’s serieus genomen moeten worden. Daar zijn we het allemaal over eens. Er komt een onderzoek, dus ik vertrouw erop dat dat ook zal gebeuren. Echter, de reden dat zoveel collega’s en oud-collega’s hier gereageerd hebben met positieve ervaringen is niet om deze klachten te weerleggen maar om aan te geven dat de werkelijke situatie minder eenzijdig is dan hier wordt geschetst.

Er wordt geschreven dat “van de huidige medewerkers er slechts weinigen willen praten.” Ik ben niet benaderd en dat geldt ook voor andere collega’s die hier reageren met positieve ervaringen. Ik had best willen reageren. Dit stukje zet de toon voor de rest van het artikel.

“De sfeer is verziekt verzekeren ze”. Dan is het curieus dat er zoveel collega’s en oud-collega’s de sfeer als positief bestempelen. Het artikel doet alsof dit sentiment breed ervaren wordt. Het blijkt dat niet iedereen de sfeer als positief ervaart, maar als het werkelijk verziekt zou zijn zouden er nu niet zoveel verbaasde reacties zijn binnen de groep. Het beeld dat er een ingroup van lieverdjes en een outgroup van losers bestaat is onzin.

Er wordt gezegd dat je als AIO totaal geen inbreng hebt; dat je zijn bezit bent. Ook dit wordt weer gebracht als een algemene schets van de situatie waarin zijn AIOs zich bevinden. Veel collega’s en oud-collega’s hebben al aangegeven dat zij een totaal andere ervaring hebben. Ook mijn ervaring is dat er heel veel vrijheid is om met eigen ideeën te komen. Kennelijk ervaart niet iedereen dat, maar waar dat aan ligt weet ik niet. Dat enige nuancering van die opmerking op zijn plaats is lijkt mij duidelijk.

De commentaren op artikelen zouden grof zijn. Ook dit wordt weer gebracht als de normale gang van zaken voor deze hoogleraar. Ik heb als AIO veel slechte stukken ingeleverd, maar herken dit niet. Als er nou zou staan dat het wel eens is voorgekomen dat er een grove commentaar op een artikel is gegeven dan zou ik het kunnen geloven, maar hier ontbreekt weer elk nuancering.

Zelfs de reacties binnen de groep van afgelopen week worden uit de context gehaald en zo negatief mogelijk geïnterpreteerd. Ik ben ook door de sectieleider gebeld, maar niet met de vraag of ik had meegewerkt. Daar ging het in het gesprek niet om. Ik kan niet spreken voor de sectieleider, maar die vraag is mij niet gesteld, maar ik ben hem dankbaar dat hij ons heeft ingelicht over wat er komen ging. Ik ervaar de werksfeer als positief, maar zo’n artikel brengt natuurlijk wel wat teweeg.

De mail die in het weekend is rondgestuurd (niet door een promovendus overigens) ontstond juist door het feit dat het beeld van een onveilige werksfeer niet herkend werd. Het is niet zo gek dat men met een reactie wil komen wanneer men het idee heeft dat er een verkeerd beeld wordt geschetst. Ik heb hier niet op gereageerd, omdat ik eerst het artikel wou afwachten.

Tot slot wil ik nogmaals benadrukken dat het duidelijk is dat er collega’s en oud-collega’s zijn die minder positieve ervaringen hebben. Dit zal op een objectieve manier uitgezocht moeten worden. Ik vrees dat dit artikel geen recht doet aan de werkelijke situatie binnen de groep. Het is onjuist om te zeggen dat de positieve ervaringen van zoveel medewerkers er niet toe doen. Het klopt dat elke klacht er een teveel is. Echter, het artikel gaat niet alleen over die klachten maar trekt ze breed over de hele groep en schetst een onwerkelijk beeld van de situatie.

Door een outsider op 17 november 2020

Observatie van een outsider: alle mensen die tot nu toe hier een comment hebben geplaatst ter verdediging van de hoogleraar zijn man (voor zover ik kan zien). In de cognitieve psychologie sectie zijn alle 8 assistant professors man. Op de gehele afdeling (alle 3 secties samen) werken 7 hoogleraren, 6 zijn man. Deze gender verhouding is op z'n zachtst gezegd opvallend voor een vakgebied waarin vrouwelijke studenten de overgrote meerderheid vormen. Tot promovendus niveau houdt de afdeling een redelijk aantal vrouwen binnenboord. Op hoger carrière niveau verdwijnen ze in rap tempo.

Door Giulia Ranzini op 17 november 2020

I was also hired as Assistant Professor in the FSW, but given a contract as a docent, which came with a solid salary difference. When I found out, after insisting, my contract was placed in the correct scale, also thanks to support from the dean and other colleagues. I then obtained tenure because sometimes miracles happen. Aside from responsibilities, finding out I should have been earning more felt a little personal, since I was the only one this happened, and more than a little unfair, since coming from abroad I had no way of knowing which scale I should have been on. I'm not expressing myself on the rest of the article (like many, I think an independent investigation would be appropriate) but I think on this aspect - transparency and fairness to new hires, who are often in the most vulnerable position - as a university - we cannot make any more mistakes. Not just because of reputation, but because we care.

Door Daniel Schreij op 17 november 2020

I have worked at the department of cognitive psychology at the VU from 2007 to 2016; first as a PhD student and afterwards as a postdoc. In all this time, I have been working closely with the professor of cognitive psychology, who was also my promotor during my years as a PhD.
I recognize very little of what is being said in this article, and I think it is quite unjust how the professors being portrayed here.

For a start, I have never heard the cognitive psychology professor yelling through the corridors or in his office, so I don't know where this comes from, or when it should have happened (possibly after my departure from the department). In my experience, this is simply an unfounded claim. Not to say that the professor isn't loud. He simply has a voice that 'carries far', but I don't ever remember him screaming in anger or frustration against someone.

Second, in my interaction with the professor, I have never been belittled by being called stupid or the like (jokes aside, but then I am also guilty of the same). I have been told my research ideas were bad (by both my promotor and co-promotor), but looking back to what I know now, they really were... I have never been told "that's is a stupid idea, how could you come up with this", but the message was rather "From our experience we don't think this will work, but if you want to work on it go ahead ... it's your time and effort that will likely be wasted.". I think it is the task and duty of a good supervisor to keep you on the right track and prevent you from pitfalls that to you are not that obvious at the time. I don't know what things Welmoed has heard or how serious they are, but *if* they are like the situation I describe above, I think it is all within acceptable range of what can be said by a supervisor.

The notion of an 'in-group' around the professor is downright crazy. Of course, there are people who the professor could relate better to, but that's human nature, and I think we all have people we tend to go along with better than others. Maybe I was in the so-called 'circle of favorables' around the professor, and have spent all my time in a nice echo chamber blocking other sounds, but I have never witnessed him (openly) rejecting colleagues or treating them otherwise unfairly. Some people did connect worse to the department than others, but in the end they chose to keep their distance themselves, and no longer participate in group events or lunches.

On a final note, I have experienced some frictions between some members and the professor, but these were mainly because of him executing VU-wide policies, such as no longer offering fixed contracts, or not extending contracts of researchers who did not manage to obtain a grant from NWO. I think these problems are inherent to the current academic climate in general, which is too competitive to function, and should not only be attributed to the decisions of said professor.

All in all, I think this article skews reality and unjustly portrays the attacked professors as tyrants or people that meddle with contracts just because it fits their current agenda better. The roasting of these people in this article is all but fair.

And in response to Annette
> If you want to make the claim that it is one sided, then please provide the documents proving that the documents that Welmoed has are not actual and are created by disgruntled people.

That is easier said than done if we cannot see the documents ourselves, because exposing them to us would also expose their writers. I can also show you all the 'nice emails' I have received from said professor over the years as 'counter-material', but would that receive as much weight as the documents that Welmoed has? This argument is a bit moot, as the bad things will always outweigh the good in these situations.

I have spoken to number of former colleagues since the appearance of this article, and none of them claim to have been contacted for input to this article. The claim that this article is one-sided sounds true to me in the sense that I don't have the feeling that Welmoed has tried to contact people who may have shed a different/positive light on the professor(s), and only found (or included) sources that confirmed the views that she already had.

Door Dirk van Moorselaar op 17 november 2020

I sent around the survey that was described in the article. I graduated in 2017 in the department of Cognitive Psychology under shared supervision of the professor implicated in the article and currently (counter to what was reported) work as a postdoc in his lab. As stressed in the email accompanying the survey, it was never my intention to disqualify the input of the individual sources of the main article (for those interested see the accompanying text below). Also, I would like to stress that the results have not been covered up, nor did I sent a capitalized reminder in the hope to steer the outcome of the survey. As explained, the reminder was sent because many of the responses were not logged and I wanted the outcome to be representative for the entire department. Because the results, admittedly to my surprise, did not give an unambiguous picture, I decided to await the anticipated article. The results, however, have been communicated to higher management such that they can be taken into consideration in the independent investigation.

In retrospect many things in the whole procedure could have been improved, but counter to what the article describes, the survey was not part of a bigger scheme. Sometimes people just do something on a personal note because they genuinely like someone and are really happy with their working environment.

Text from accompanying mail:

Dear all,

Last Tuesday I was told that Ad Valvas, the college newspaper of the VU, will publish an article about the presence of widespread dissatisfaction about the working atmosphere within our department (EAP) and our group (Cognitive psychology). I understood that this article is created on the basis of the anonymous input of several individuals inside and outside the department. Although I know little details and I am definitely not in a position to question the input of those individuals, I do not believe that there is widespread dissatisfaction among the members of Cognitive psychology. After consultation with some of you, I realised that I am not the only one who feels like this. Therefore, I thought it was a good idea to request Ad Valvas to also publish the outcomes of a brief survey with regard to how we all feel about the atmosphere in our department alongside the main article.

It is important to realise that this initiative is not meant to disqualify the input of the individual sources of the main article, but merely to emphasize that there might be many in our group that are actually satisfied about the working atmosphere. However, since I am definitely not aware of everything that is going on in the department, and I do not want to pressure any of you to sign a statement that you are not comfortable with, I thought it was best to ask you to anonymously indicate whether you do or do not agree with the statement “I experience the atmosphere in the department of Cognitive Psychology as positive, open, and inspiring”.

To do so, please click here to go to an online survey where you can give your anonymous response (as if you are giving informed consent). Given that the article will likely already be published next week, I would like to ask all of you (irrespective of your response) to submit your response before Monday 12:00 afternoon. After I have determined the percentage of group members that support my statement, I will send a statement to Ad Valvas with the outcomes of this anonymous survey.

Thank you,

Dirk van Moorselaar

Door Ex-afdeling op 17 november 2020

@Dirk van Moorselaar.

Surely, one could see that running such a survey while it is already known that there will be an independent committee investigation is dubious! Especially if you are doing so on behalf of the person under investigation. This is a clear conflict of interest with an ongoing investigation!

To those who are 'whistleblowers', such an effort can be interpreted as confrontational and an attempt to cover up.

From an ethical point of view, the correct response for those involved would be to come with a statement and then disengage entirely, such that an independent committee can come with its own inquiry. (Surely, at that point you can rebut).

Best wishes.

Door Sebastiaan Mathôt op 17 november 2020

Ik tel nu negen personen (waaronder ikzelf) die met naam en toenaam expliciet afstand nemen van het beeld wat hier wordt geschetst, en dan gaat het specifiek over de hoogleraar cognitieve psychologie. Dit zijn gewoon mensen die een prettige ervaring met deze hoogleraar hebben (gehad), en die dit kenbaar willen maken zonder hierbij de werkelijkheid rooskleuriger voor te willen doen dan deze is, noch degenen met mindere ervaringen monddood te willen maken. Ik weet heel goed hoe traumatisch problemen op de werkvloer kunnen zijn, en het is belangrijk dat hier openlijk over gepraat kan worden. Maar zónder hierbij mensen onnodig en onterecht aan te tasten, zoals in mijn ogen in dit stuk wel gebeurt.

Ik vind dat Ad Valvas hier de plank mis heeft geslagen in hun drang om misstanden aan te kaak te stellen. En ik zou het van journalistieke integriteit vinden getuigen als ze hier iets mee doen.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.