Popup-Niks-missen-2.png

VERHALEN

Onderwijs 20 april 2021

‘Rekenlessen lijken online veel moeilijker dan taal of spelling’

Hoogleraar Melanie Ehren adviseert scholen bij de aanpak van leerachterstanden. Wat werkt wél, wanneer, hoe en waarom?
DOOR Marieke Kolkman BEELD Eelkje Colmjon

Scholen krijgen een pak geld om leerachterstanden en sociaal-emotionele problemen bij leerlingen aan te pakken. Maar hoe zorg je dat ze het extra geld niet uitgeven aan de verkeerde dingen? Wetenschappers willen daar dolgraag bij helpen, en richtten daarom een eigen ‘onderwijs-OMT’ op. Melanie Ehren, VU-hoogleraar onderwijsbeleid, is een van de leden.

Wat is uw rol in het onderwijs-OMT?
“Ik ben gevraagd omdat wij vanuit Learn! het onderzoek doen naar de effectiviteit van de inhaal- en ondersteunings-
programma’s die scholen nu inzetten in het primair en voortgezet onderwijs vanwege de gevolgen van de pandemie. We doen dat onderzoek samen met de Universiteit Maastricht. Mijn eigen expertise is vooral vraagstukken op stelselniveau, bijvoorbeeld over onderwijstoezicht, of ongelijkheid tussen leerlingen en hoe de schoolkeuze daaraan bijdraagt.”

Wat gaan jullie doen voor scholen?
“We gaan een aantal adviezen schrijven om scholen te helpen bij de keuzes bij de nieuwe financiering, die ze krijgen vanwege gevolgen van de pandemie en de schoolsluitingen. Dan gaat het vooral om programma’s die effectief zijn om de consequenties van de gemiste leertijd te verkleinen.”

‘Een zomerschool moet ook een fun-element hebben’

Zomerscholen bijvoorbeeld? Ik las dat die niet zouden werken?
“Het hangt ervan af wat je precies doet, voor welke doelgroep en hoe je het inricht. Een zomerschool is effectief als je betrokkenheid van ouders hebt, of bijvoorbeeld een sociale of culturele component erin onderbrengt, waardoor het ook een fun-element heeft. Die kennis proberen we op een toegankelijke manier aan scholen aan te bieden.”

Op de website van het Nationaal Programma Onderwijs gaat het over een menukaart. Is dat wat jullie maken?
“Ik heb daar met het ministerie van OC&W contact over gehad: jullie noemen steeds die menukaart, wat bedoelen jullie daarmee? Wij gaan niet een menukaart ontwikkelen met bewezen effectieve programma’s waaruit scholen kunnen kiezen. Wat we wél gaan ontwikkelen is een afwegingskader, ondersteund met een aantal kwaliteitskaarten waarin we onderzoek toegankelijk proberen te maken.”

Een afwegingskader?
“Dat is een soort tool waarin scholen een aantal vragen krijgt voorgelegd, over hun inhaal- en ondersteuningsprogramma en waarom zij denken dat dat werkt, en onder welke condities. De antwoorden op die vragen laten hun theory of change zien. Daarmee brengen we in eerste instantie bewustwording op gang over gemaakte keuzes en een volgende stap is om ze dan ook naar goed toegankelijke onderzoeksresultaten te verwijzen. Dit is nodig omdat het niet altijd mogelijk is om voor de meest effectieve programma’s te kiezen.”

“Neem bijvoorbeeld het lerarentekort. Uit onderzoek weten we dat er heel effectieve interventies en programma’s zijn, maar op sommige scholen ontbreekt daarvoor de capaciteit door dat lerarentekort. Dat betekent dat ze andere keuzes moeten gaan maken, die misschien niet het meest optimaal zijn vanuit onderzoeksperspectief, maar wel het meest haalbaar in hun context.”

Kun je überhaupt wel achterstanden wegwerken als er zo’n tekort aan leerkrachten is op sommige scholen?
“Dat zal variëren per school. Sommige scholen gaan werken met extra onderwijsassistenten, die leerkrachten zo ontlasten dat zij hun tijd kunnen gebruiken om met kleinere, specifieke groepen te werken. Andere scholen kiezen ervoor om online software te kopen waarmee leerlingen zelf aan de slag kunnen. Je ziet dat scholen die kampen met zo’n tekort op zoek gaan naar andere oplossingen. En in het voortgezet onderwijs werken ze veel met huiswerkinstituten.”

Onderwijseconoom Ilja Cornelisz Ook onderwijseconoom Ilja Cornelisz van de VU is lid van het onderwijs-OMT. Hij doet onder andere onderzoek naar digitalisering in het onderwijs en werkt aan modellen om te voorspellen welke studenten een verhoogd risico hebben op uitval of welke scholen problemen krijgen met de onderwijskwaliteit. Hij is verder bestuurslid van Education Lab NL, een landelijk netwerk van onderwijsonderzoekers.

Jullie zijn niet zo’n fan van huiswerkinstituten, toch? Waarom niet?
“We zijn er wat huiverig voor, ja, want we weten niet altijd goed wat de kwaliteit is. Met name als er beperkte capaciteit is op scholen wordt de externe begeleiding soms uitbesteed zonder een goede afstemming met het reguliere onderwijs. De kwaliteit wordt dan ook niet altijd gecontroleerd. Het is belangrijk dat de school er zicht op houdt en afstemt wat daar gebeurt en dat het aansluit bij het curriculum in de school.”

‘We willen een goed beeld geven van wat werkt, onder welke condities en voor welke doelgroep’

Dus jullie advies zou zijn om dat zo weinig mogelijk te doen?
“Nee. We willen niet een advies geven van: dit werkt wel of niet, maar: dit werkt alleen in deze context en als het zo is ingericht. Het is ook niet zo dat huiswerk- of bijlesinstituten per definitie niet werken. Ze zijn effectief onder bepaalde condities. We willen een goed beeld geven van wat werkt, onder welke condities en voor welke doelgroep.”

Voor welke thema’s gaat u zelf een advies schrijven?
“We zijn nu bezig met een advies over welke indicatoren op stelselniveau gemonitord moeten worden. Dan moet je denken aan de doorstroom van leerlingen van het primair naar het voortgezet onderwijs, over- of onderadvisering, slagingspercentages, en hoe zich die verhouden tot voorgaande jaren. We verwachten dat de impact van de schoolsluiting varieert naar vakken, naar doelgroepen leerlingen. Dus dat zijn indicatoren die we in beeld moeten gaan brengen voor ons advies.” 

De impact van de schoolsluiting varieert per vak?
“Dat weten we nog niet. Maar wat we horen van scholen is dat het geven van rekenen en wiskunde online veel moeilijker is dan bijvoorbeeld taal of spelling of lezen. Omdat leerkrachten vaak moeten kunnen zien wat leerlingen doen als ze een som aan het uitwerken zijn om te begrijpen waar ze fouten maken en waar ze dus bepaalde rekenkundige operaties niet goed hebben begrepen. Dat is veel moeilijker te doen in een online omgeving. Tegelijk is er voor taal en rekenen veel meer online lesmateriaal op de markt, dus daar is meer aandacht voor dan op andere vakken. We verwachten daarom dat er in sommige vakken meer achterstand is ontstaan dan in andere. Dat zouden we goed in kaart moeten brengen.”

Wanneer kunnen we jullie eerste advies verwachten?
“We bereiden nu een advies over zomerscholen voor en wat scholen in de zomerperiode zouden kunnen aanbieden aan ondersteuning. Dat is het eerste, ook omdat dat met de aankomende zomerperiode het meest relevant is.”

 

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.