Popup-Niks-missen-2.png

VERHALEN

Onderwijs 27 augustus 2020

‘Impliciete normen zijn veel sterker dan je denkt’

Studenten die tot een minderheidsgroep behoren voelen zich minder thuis op de universiteit. Dat blijkt uit onderzoek van masterstudent Geertje Hulzebos.
DOOR Welmoed Visser BEELD Tammy van Nerum

“Ach meisje, jij hebt echt een groot probleem”, zei de statistiekdocent tegen Geertje Hulzebos aan het begin van haar studie. Ze had gevraagd wat algebra was. “Ik ben op het vmbo begonnen en heb nooit wiskunde gehad, ik wist het echt niet”, vertelt ze. 

Inmiddels heeft Hulzebos haar master onderwijswetenschappen aan de UvA afgerond, doet ze nog een master filosofie erbij en is ze onderzoeksassistent aan de VU bij het diversiteitsonderzoek van Maurice Crul. Haar afstudeeronderzoek, waarvoor ze een 8,4 kreeg, gaat over studenten van verschillende minderheidsgroepen. Die blijken zich minder thuis te voelen op de universiteit dan studenten die tot de witte meerderheid behoren.

Het gevoel er niet bij te horen

Hulzebos keek niet alleen naar etnische komaf, maar ook of studenten uit de arbeidersklasse komen, of ze een andere seksuele oriëntatie hebben dan hetero, of ze een functiebeperking hebben en of ze  internationale student zijn. Al deze groepen voelen zich minder thuis op de universiteit, blijkt uit haar onderzoek op twaalf Nederlandse universiteiten. En naarmate studenten op meer vlakken afwijken van de norm, voelen ze zich minder thuis. Van de groep met drie of meer minderheidskenmerken heeft maar liefst 65 procent het gevoel dat ze soms anders worden behandeld vanwege die kenmerken.

Nog een voorbeeld uit haar eigen ervaring: in haar bachelor pedagogiek ging het over zogeheten Eigen-kracht-conferenties, een bijeenkomst waarbij gezinnen met problemen samen met verschillende betrokkenen kijken hoe ze hun leven weer op de rails kunnen krijgen. De hoogleraar zei: “We hebben het hier wel over kutkinderen met kutouders uit een rotbuurt.” Dat kwam nogal hard binnen bij Hulzebos, die zelf ooit onderdeel was van zo’n conferentie omdat haar kindertijd niet bepaald probleemloos verliep.

“Je hebt het hier ook over mij, hoor”, zei ze na afloop tegen de docent.

“Het was maar een grapje”, zei hij.  Hulzebos: “Het vervelende is dat je je dit soort opmerkingen jaren later nog herinnert, dat geeft je het gevoel dat je er niet bij hoort.”

‘We hebben het hier wel over kutkinderen met kutouders uit een rotbuurt’

Dat blijkt ook uit haar onderzoek: studenten die zichzelf associëren met de arbeidersklasse voelen zich niet alleen minder thuis op de universiteit, ze voelen zich ook minder gewaardeerd. Ze denken vaker dat ze zich moeten bewijzen dan studenten met hogeropgeleide ouders. Studenten die een langere route achter de rug hebben en via het hbo, het mbo of soms zelfs het vmbo komen, zoals Hulzebos zelf, krijgen vanuit de instelling erg vaak te horen dat de studie moeilijk voor ze gaat worden. Bij elke overstap waren er weer mensen die dat zeiden. Hulzebos: “ Ik heb heel veel gehad aan die mbo-docent die juist tegen me zei: waarom hbo? Ga alsjeblieft de universiteit doen, dat kun je best.”

En natuurlijk realiseert Hulzebos zich dat ze een uitzondering is, “maar”, zegt ze, “aan mij is van de buitenkant niks te zien, ik denk dat studenten van kleur het nog lastiger hebben.”

Oog hebben voor discriminatie

De universiteit wordt van oudsher bevolkt door witte, voornamelijk heteroseksuele mensen uit de hogere klasse en dat zijn dan ook de groepen die zich nog steeds het meest thuisvoelen, blijkt uit het onderzoek van Hulzebos. Zij bepalen vaak onbewust de norm, “die impliciete norm is best wel sterk in de academische wereld”, stelt Hulzebos. Van de witte studenten voelt 31 procent zich thuis op de universiteit, tegenover 22 procent van de studenten van kleur. Studenten met een andere seksuele oriëntatie voelen zich veel vaker gestereotypeerd: 74 versus 46 procent van de hetero’s.

Hulzebos kreeg 440 bruikbare vragenlijsten terug van studenten van alle Nederlandse universiteiten. De aantallen zijn te klein om ze per universiteit uit te splitsen, maar door haar werk als onderzoeksassistent aan de VU is ze goed op de hoogte van de situatie op de VU: studenten met een migratie-achtergrond voelen zich redelijk thuis, maar voor de internationals geldt dat minder, zo bleek uit een onderzoek van de VU zelf. Ook ervaren studenten van verschillende minderheidsgroepen geregeld discriminatie. “Ik denk dat de VU al een eind op de goede weg is”, zegt Hulzebos, “er is in elk geval oog voor het onderwerp.”

Een diverse staf helpt

Die onzichtbare witte elitecultuur van de universiteit verander je niet in een paar dagen. “Het is moeilijk”, zegt Hulzebos op de vraag naar oplossingen: “ Je moet die verschillende groepen met elkaar in contact blijven brengen, in werkgroepen, bij sociale evenementen, maar daar zie je vaak dat mensen met dezelfde achtergrond elkaar juist opzoeken. Het zit heel diep.”

Een diverse staf helpt heel erg. Daarin loopt de universitaire wereld behoorlijk achter. Hulzebos noemt weer een voorbeeld uit haar eigen leven: “Eigenlijk moest ik een ander onderzoek doen, maar ik wilde heel graag iets onderzoeken waar ‘mijn mensen’ iets aan hebben. Toen ik dat besprak met mijn scriptiebegeleider kwam ik erachter dat ze een vergelijkbare route had afgelegd als ik, ze was ook ooit op het vmbo begonnen. Dat schiep meteen een band en ik heb haar begeleiding als erg stimulerend ervaren, onze gezamenlijke achtergrond speelde daarbij zeker een rol.”

{ Lees de 2  reacties}

hits 1892

comment_node_verhalen

Door Jan van Oort op 28 augustus 2020

"...maar daar zie je vaak dat mensen met dezelfde achtergrond elkaar juist opzoeken. Het zit heel diep.”

Dat klopt, het zit diep in het DNA van alle mensen en het is het gevolg van miljoenen jaren evolutie. De hang naar het eigene en het wantrouwen van het vreemde is een natuurlijke eigenschap die essentieel is geweest voor de mens om te overleven. Je zocht veiligheid bij je eigen groep om niet vermoord te worden door de andere. Zelfs nu is deze eigenschap in een groot deel van de wereld nog steeds bittere noodzaak.

Mensen zien zich graag omringd door mensen die op wie ze lijken, met wie ze iets delen, zoals de taal, de cultuur en de geschiedenis. Daarom bestaan er op de wereld veel verschillende landen. Als ik naar een vreemd land ga om daar te studeren dan zal ik me daar minder goed thuis voelen dan de studenten uit het land zelf. Je hoeft niet gestudeerd te hebben om dat te kunnen bedenken.

Is dit onderzoek daarom niet vooral een grote open deur?

Door Gert Kruitbosch op 29 augustus 2020

Het onderzoek is mogelijk een open deur Jan van Oort. Wat doen we er aan. Dit maakt wel duidelijk dat poc en lgbtqia+ mensen en mensen uit lagere sociale Klassen het nog steeds moeilijk hebben om in de maatschappij hogerop te komen.
Moe dat dit weer eens onderzocht wordt. Ben benieuwd hoever we over 10 jaar staan.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.