Popup-Niks-missen-2.png

VERHALEN

Religie 29 oktober 2020

‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’

LONGREAD - Je zou denken dat wetenschappers het wel eens zijn over wat fundamentalisme precies is, maar dat valt dus tegen, zegt filosoof en theoloog Rik Peels. Met een beurs van anderhalf miljoen gaat hij er zijn licht op laten schijnen.
DOOR Peter Breedveld BEELD Yvonne Compier

Bij fundamentalisten denkt iedereen aan moslimmannen die vrouwen geen hand willen geven, of christenen die homo’s afwijzen. Maar luisterend naar filosoof en theoloog Rik Peels, die vorig jaar 1,5 miljoen euro kreeg van de European Research Council voor een onderzoek naar fundamentalisme, moest ik onwillekeurig denken aan de gewone Nederlanders in het begin van de coronacrisis.

“Alle fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of extreemrechts of radicaal-links, baseren zich op een tekst of een autoriteit die ze als hun fundamentals beschouwen en waar ze blind op varen”, zegt Peels. “Ze hebben vaak een sceptische houding ten aanzien van de wetenschap en ze zijn nogal eens intolerant jegens groepen met andere overtuigingen.” In zijn onderzoeksvoorstel schrijft hij dat ‘de fundamentalistische overtuigingen van individuen vaak gebaseerd zijn op de autoriteit van en vertrouwen in de groep. Verschil van mening over het waarheidsgehalte van die fundamentalistische overtuigingen, onvermijdelijk in een westerse samenleving, kan de rationaliteit ervan ondermijnen.’

Op onderdelen wat dogmatisch

Is dat niet precies wat er in maart gebeurde nadat premier Mark Rutte zijn eerste persconferentie had gegeven, samen met de directeur van het RIVM Jaap van Dissel? “Als één man achter Rutte!” Media, publiek en ook de hele politiek, inclusief de oppositie, vaarden blind op het kabinet en het RIVM. Het was geen tijd voor bedenkingen. Wie toch kritiek uitte, kreeg te horen dat hij zich zeker ook viroloog waande. Ik leg de vraag aan Peels voor.

‘De meeste arme mensen radicaliseren niet’

“Fundamentalisme zou ik het zeker niet noemen, want daarvoor mist het gewoon belangrijke kenmerken, zoals het toekennen van verschillende rechten aan mannen en vrouwen, zich afzetten tegen de moderniteit en wetenschap”, reageert Peels. “Maar dit betekent natuurlijk niet dat de redeneringen soms niet problematisch waren of dat er geen dogmatisme was. Bijvoorbeeld het idee dat er geen sluitend bewijs was dat mondkapjes werken, dús dat men er daarom maar vanuit ging dat ze niet werkten. Op onderdelen dus wat dogmatisch en niet gespeend van enkele drogredenen, maar daarmee is het nog geen fundamentalisme.”

Niet psychopathologisch

Wat is dan wel fundamentalisme? “Het wordt in de literatuur als een soort familie gezien met stereotiepe eigenschappen die je niet per se allemaal hoeft te hebben. Bijvoorbeeld dat je minder rechten toekent aan vrouwen. Dat je homoseksuelen of mensen van een ander ras anders dient te bejegenen. Dat wetenschap met wantrouwen tegemoet moet worden getreden. Dat het modernisme een gevaarlijke en bedreigende ontwikkeling is. Dat de wereld ooit goed was, maar dat er toen een val kwam en dat we de oorspronkelijke, paradijselijke staat moeten herstellen.”

Wat brengt mensen tot fundamentalisme? Dit is door veel deskundigen op allerlei gebied grondig onderzocht. Maar volgens Peels heeft dat tot weinig bevredigende resultaten geleid. “Sommige psychiaters en psychologen zoeken het in psychopathologische hoek, maar dat een meerderheid van fundamentalisten zou lijden aan psychiatrische aandoeningen is niet langer houdbaar”, zegt Peels. “En sociaaleconomische factoren verklaren ook niet alles. Armoede zou volgens veel deskundigen tot radicalisering leiden, maar de meeste arme mensen radicaliseren niet. Bovendien zijn heel wat daders van terroristische aanslagen juist hoogopgeleid en bemiddeld.”

Relatief rationeel

Wat Peels opvalt, is dat fundamentalisten veel op normale mensen lijken. “De ondertekenaars van de Nashville-verklaring lezen dezelfde Bijbel als ik, waarom komen ze dan toch tot een heel andere conclusie?” Hetzelfde geldt voor extreemlinks en extreemrechts. Vertegenwoordigers van die groepen maken dezelfde analyses, gebaseerd op dezelfde boeken als mensen die netjes GroenLinks of VVD stemmen, toch komen ze tot een radicaal andere slotsom.

‘Fundamentalisten zijn relatief rationele mensen, maar wel met enkele kwalijke ideeën’

In tegenstelling tot andere radicaliseringsonderzoekers die empirisch of historisch te werk gaan, wil Peels fundamentalisme conceptueel en normatief te lijf. Hij neemt het empirische onderzoek natuurlijk wel mee, maar ontwerpt liever een nieuwe manier van denken hierover. Hij werkt vanuit enkele vooronderstellingen. “Mijn hypothese is dat het in fundamentalisme uiteindelijk niet gaat om wát je precies gelooft, maar de manier waarop je dat doet”, aldus Peels. “Ik denk dat fundamentalisten relatief rationele mensen zijn, maar wel met een aantal kwalijke ideeën.”

Paradijselijke toestand herstellen

Maar niet iedereen met extreme ideeën is een fundamentalist. “Martin Luther King had voor zijn tijd extreme opvattingen. Vanuit een minderheidspositie had zijn visie geweldige maatschappelijke gevolgen. Toch zou niemand zeggen dat hij een fundamentalist was”, aldus Peels. Fundamentalisten zijn ook niet allemaal terrorist, integendeel. “Als je zegt dat iemand met een homoseksuele relatie geen ware christen kan zijn, zoals de ondertekenaars van de Nashville-verklaring hebben gedaan, ben je ook fundamentalist, want dan richt je schade aan bij andere mensen. Het gebeurt vaker dat homo’s in de kast moeten blijven als gevolg van fundamentalisme dan dat er terreurdaden gepleegd worden. Terroristen die gedreven worden door rotsvaste overtuigingen zijn slechts een deelgroep binnen de grotere groep van fundamentalisten.”

Volgens Peels hebben veel fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of niet, met elkaar gemeen dat ze geloven dat er ooit een paradijselijke toestand is geweest, dat er toen een val kwam waardoor de wereld gebroken is. “Fundamentalisten zien het als hun taak die paradijselijke toestand te herstellen, dat zie je bij sommige orthodoxe gereformeerden en salafisten, maar bijvoorbeeld ook bij de actievoerders van Extinction Rebellion en bij een bepaalde aanhang van Forum voor Democratie die gelooft dat er ooit een blank-boreaal Europa was waar hij weer naar terug wil.”

‘Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar om hóé je dat doet’

Precies hetzelfde soort narratief ziet Peels bij al die verschillende groepen. Maar heldere criteria om vast te stellen wie fundamentalist zijn en wie niet, die zijn er niet. Waarom is een man die zich op de Koran beroept om vrouwen achter te stellen een fundamentalist en een vrouw die dezelfde Koran gebruikt om te betogen dat man en vrouw gelijke rechten hebben, géén fundamentalist? “Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar hóé je dat doet”, herhaalt Peels, “belangrijker dan de inhoud van je overtuigingen is ook hoe die overtuigingen tot stand komen.” Daarom kijkt zijn onderzoeksgroep ook naar de zogeheten intellectual vices: intellectuele ondeugden, zoals dogmatisme, narrow-mindedness en intellectuele hoogmoed. “Dan zie je dat er een zekere overlap is met de neiging om in samenzweringstheorieën te geloven, wat je vaak bij fundamentalisten ziet: zij tegen de rest van de wereld.”

Maar dat er nog lang geen heldere criteria zijn om fundamentalisten te duiden, beaamt Peels. “De definitie moet preciezer. Je zou denken dat dat al lang gedaan was, maar dat valt dus behoorlijk tegen.”

Complexe groepsdynamiek

Peels wil fundamentalisten onderzoeken aan de hand van casestudies, en kijkt daarbij ook naar groepsdynamiek. “Gedeeltelijk worden fundamentalistische overtuigingen geïnspireerd door persoonlijke oorzaken, maar de groepsdynamiek is tegelijk belangrijk. Kijk naar fundamentalistische jongeren die zich afkeren van hun moskee en zelf op internet op zoek gaan naar interpretaties van Koranteksten, en zo deel uit gaan maken van een virtuele gemeenschap. De klassieke westerse filosofie, die met Descartes’ uitspraak ik denk dus ik besta sterk op het individu gericht is, mist hier belangrijke dingen. Want hier ontwikkelen overtuigingen zich juist op groepsniveau. Gelukkig is in de sociale epistemologie de laatste twee decennia juist heel veel aandacht voor zulke complexe groepsdynamieken.”

Eigen ervaringen meebrengen

Peels’ interdisciplinaire onderzoeksproject is verdeeld over de faculteit Religie en Theologie en de faculteit Geesteswetenschappen. Niet alleen filosofen, theologen, religiewetenschappers en historici, maar bijvoorbeeld ook juristen, sociale wetenschappers, economen en psychologen worden erbij betrokken. Hij heeft inmiddels een team van zes onderzoekers, maar er hebben zich evenveel buitenpromovendi gemeld die in hun eigen tijd en op eigen kosten promotieonderzoek doen en daarnaast zullen veel studenten als stagiair, en werkend aan hun masterscriptie, in het project meedraaien. “Ik heb anderhalf miljoen gekregen, maar inmiddels hebben we daarmee voor wel drie miljoen aan deelprojecten kunnen uitzetten”, aldus Peels. “Zo’n onderzoeksproject trekt allerlei satellieten aan die erom gaan draaien en zo wordt het steeds groter.”

'Het gebeurt vaker dat homo’s in de kast moeten blijven als gevolg van fundamentalisme dan dat er terreurdaden gepleegd worden'

In de groep zitten christenen, moslims, atheïsten, hindoes en agnosten, jongeren en ouderen. “Ik sluit niet uit dat enkele teamleden in bepaalde opzichten zelf naar fundamentalisme neigen”, zegt Peels. Dat ziet hij niet als een risico dat het project ondermijnt. “Het kan juist een kracht zijn dat mensen hun eigen ervaringen meebrengen in het onderzoek. Het risico zit ’m juist in onderzoek dat louter vanuit het perspectief van de derde persoon wordt gedaan. Zoals ik al zei: fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij. Als een deel van de onderzoekers zich in hen kan verplaatsen, maakt dat het alleen maar spannender.” AV

{ Lees de 2  reacties}

comment_node_verhalen

Door Eric Brendel op 29 oktober 2020

‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’

Een hele troost als je net bent onthoofd.

Door Hans van der Made op 30 oktober 2020

Eric: Als je wil voorkomen dat een dader zo ver komt, moet je die dader begrijpen. De misvatting dat terroristen en boeven een ander soort mensen zijn, waar wij veilig afstand van kunnen nemen, staat dat in de weg.
Verkrachters komen vaak uit de omgeving van het slachtoffer, net als dat onze klasgenoten naar Syrie reisden. Het kwaad is onder ons en deels in ons, en niet makkelijk aan te wijzen en in een hoek te zetten.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.