Helaas…
Uw zoekopdracht op '' returned no results.
Uw zoekopdracht op '' returned no results.
De verhuizing zat er al een tijd aan te komen, aangezien het BelleVUe-gebouw op de nominatie staat om gesloopt te worden. Daarmee verliest de campus een geliefd gebouw voor bezetters.

De nieuwe redactieruimte van Ad Valvas.
De nieuwe redactie van Ad Valvas is te vinden op de vijfde verdieping van het OZW-gebouw, dat gelegen zit tussen het NU-gebouw en het hoofdgebouw. Heeft u een nieuwtje, een misstand, een idee of gewoon zin in een praatje? Kom dan langs bij een van onze nieuwe kamers – u bent van harte welkom.
Adres
Wij zijn voortaan te vinden in kamers 5C02, 5C03 en 5C04 van het OZW-gebouw. U kunt ons ook tippen via redactie.advalvas@vu.nl of op Instagram.
Met zijn beurs gaat VU-hoogleraar Juan Rojo op jacht naar het antwoord op die ene prangende vraag: hoe ziet een proton er van binnenuit uit? Ondanks dat protonen behoren tot de bouwstenen van het universum – ze zijn onderdeel van een atoom – zijn er nog veel open vragen over hun interne structuur. “We weten dat protonen bestaan uit quarks en gluonen, maar hoe deze deeltjes precies samenwerken en welke rol zwaardere quarks en antimaterie daarin spelen, begrijpen we nog onvoldoende,” aldus Rojo op de site van de VU.
Rojo wil zijn hoofdvraag op een verrassende manier beantwoorden, namelijk met neutrino’s die vrijkomen bij botsingen in een deeltjesversneller bij CERN, het internationale onderzoeksinstituut voor de kleinste deeltjes op aarde. Neutrino’s, vrijwel onzichtbare deeltjes, zijn sinds kort te meten met nieuwe detectoren. Daarmee hoopt Rojo niet alleen het proton beter te begrijpen, zijn onderzoek zal ons ook meer leren over extreme verschijnselen in het heelal, zoals zeer energierijke deeltjes. “Mijn project overbrugt zo de kloof tussen de kleinste structuren in de natuur en de meest energierijke processen die zich in het universum afspelen,” zegt Rojo.
In deze ronde verdeelde ERC in totaal 840 miljoen euro. Dat is ruim 100 miljoen meer dan vorig jaar. Met dat geld is er een recordaantal beurzen toegekend. Desondanks bleef het slagingspercentage relatief laag.
Dit komt door het groeiende aantal aanvragen. Dit jaar werden er 3329 voorstellen ingediend, ruim dertig procent meer dan vorig jaar. Daarvan zijn er 319 gehonoreerd. Het slagingspercentage ligt hiermee op 9,6 procent. Vorig jaar lag dat nog op 11 procent en het jaar daarvoor op bijna 14 procent.

© HOP. Bron: ERC.
De competitie om de Europese beurzen is dus groot. Volgens de ERC zorgt het stijgende aantal aanvragen voor problemen: er zijn niet genoeg beoordelaars om de voorstellen zorgvuldig te beoordelen. Om de werkdruk te verlagen, wilde de raad eerder dit jaar het aantal aanvragen beperken met strengere regels, maar daar kwam zoveel kritiek op dat dit plan niet is doorgegaan.
Het Verenigd Koninkrijk ontving dit keer veruit de meeste toekenningen (62), gevolgd door Duitsland met 46 en Zwitserland met 32. Nederland staat met 22 beurzen op de zesde plaats. Dat is iets minder goed dan vorig jaar: toen stond Nederland met 24 beurzen op de vierde plaats.
In totaal hebben dertien toponderzoekers die momenteel buiten Europa verkeren een beurs ontvangen: negen uit de Verenigde Staten, twee uit Australië en twee uit Canada. Zij mogen met dit geld een laboratorium of onderzoeksteam op zetten bij een Europese onderzoeksinstelling.
Zeven van hen maken gebruik van het extra geld dat de ERC beschikbaar heeft gesteld voor wetenschappers van buiten Europa, om meer internationaal toptalent aan te trekken. Het budget werd verhoogd toen president Donald Trump de aanval opende op de academische vrijheid in de VS.
In totaal ontvingen 81 vrouwelijke toponderzoekers een ‘advanced grant’, tegenover 237 mannen. Daarmee is slechts een kwart van de laureaten vrouw. Eén was non-binair. De ERC verdeelt ook ‘starting grants’ (maximaal 1,5 miljoen euro) en ‘consolidator grants’ (2 miljoen euro). Daar ligt het aandeel vrouwelijke beurswinnaars doorgaans iets hoger.
Als witte man met de Nederlandse nationaliteit en paspoort vlieg ik overal gemakkelijk naartoe: Rio de Janeiro, Mexico City, Kaapstad, Marrakech, Hanoi; niets lijkt onbereikbaar. De wereld gaat letterlijk voor me open. Ook hoef ik met mijn Nederlandse naam en geboorteplaats niet bang te zijn dat de douane mij extra controleert, of dat ik uit de rij word gehaald om ondervraagd te worden over hoe ik me verhoud tot het regime in Syrië of Irak. Dit privilege is helaas niet voor iedereen. Ik weet nog goed hoe de douane op een luchthaven een vriend een uur lang ondervroeg vanwege zijn Arabische uiterlijk en omdat in zijn paspoort staat dat hij in Bagdad is geboren. Of hoe het vriendje van een vriendin niet mee kon op werkvakantie omdat hij met zijn Syrische paspoort geen visum kreeg voor Egypte. Zijn werkgever was verrast: daar waren ze gewend dat iedereen een westers paspoort had en dus moeiteloos een visum kreeg.
Betty de Hart, VU-hoogleraar transnationale gezinnen en migratierecht, geeft aan dat de ‘paspoortongelijkheid’ feitelijk ‘nationaliteitsongelijkheid’ is. Een paspoort is slechts een document om je nationaliteit aan te tonen, net zoals een ID of een rijbewijs. Een Europese nationaliteit geeft veel vrijheden: “Binnen de Europese Unie heb je dan bijvoorbeeld recht op vrij verkeer. Daarbuiten zijn er afspraken met landen die deel uitmaken van het Schengengebied, zoals Zwitserland en Noorwegen. Binnen dit gebied is er amper controle, geen duidelijke grenzen en je hoeft geen visum aan te vragen.

Een paspoort is slechts een document om je nationaliteit aan te tonen, net zoals een ID of een rijbewijs
En een visum is een visum voor het Schengengebied. Landen die hierbuiten vallen, ziet de Europese Unie als derde landen, zoals Ghana maar ook Amerika. Om migratie te reguleren gelden niet dezelfde regels voor alle derdelanders. Visumvrij reizen, een visumplicht en of je überhaupt een visum krijgt, hangt af van de afspraken die landen onderling maken. Geopolitieke ontwikkelingen hebben invloed op die afspraken en wie welke vrijheden krijgt. Zo krijgen mensen met een Europese en Amerikaanse nationaliteit vaak visumvrije toegang en krijgen zij relatief eenvoudig een visum.”
Door die internationale afspraken krijgt niet iedereen dezelfde behandeling. De Hart geeft een voorbeeld: “Stel jij wordt verliefd op iemand uit Ghana en je buurvrouw op iemand uit Amerika. Zowel jij als je buurvrouw willen samenwonen met die nieuwe geliefde in Nederland. In allebei de gevallen moet de partner in Nederland voldoen aan een inkomenseis. Maar de geliefde in Ghana moet al in Ghana inburgeren en daarvoor bij de Nederlandse ambassade in Ghana een inburgeringstest doen. De Amerikaanse geliefde van je buurvrouw hoeft dat niet. En zo zijn er allerlei manieren van onderscheid. Overheden bepalen namelijk op basis van nationaliteit welke vrijheden mensen krijgen om te reizen voor bijvoorbeeld een kort verblijf, om er te werken, te studeren, of om te vluchten en bescherming te zoeken.”
De Hart ziet dat het aanvragen van visa steeds moeilijker en complexer is. Bovendien gebruikt bijvoorbeeld de Nederlandse overheid profileringssoftware voor de beoordeling van Schengen-visumaanvragen. Deze software onderscheidt visumaanvragers op basis van hun nationaliteit, herkomst, leeftijd en geslacht, waardoor de software een discriminerend effect kan hebben.
De Hart begrijpt dat migranten willen naturaliseren: “Nederlanderschap geeft gelijke behandeling. Migranten willen – net als ieder ander – dezelfde vrijheden hebben en op dezelfde manier worden gezien en behandeld. Ze willen niet méér betalen voor dezelfde reis, willen dezelfde kansen op de arbeidsmarkt krijgen, hun familie kunnen bezoeken en een pasgeboren kind aan hun familieleden kunnen voorstellen door hen op bezoek te laten komen. Het gaat om veel meer dan vrij kunnen reizen. De ‘nationaliteitsongelijkheid’ gaat over fundamentele dingen die invloed hebben op de levens van mensen.”
Maar dezelfde nationaliteit geeft alsnog niet iedereen dezelfde privileges: je naam, achtergrond, etniciteit en kleur beïnvloeden hoe je wordt behandeld aan grenzen en op luchthavens.

Mohammed Badran, oprichter van de Stichting Syrische Vrijwilligers Nederland, studeerde sociale antropologie aan de VU. Hij is een Palestijn, geboren in een vluchtelingenkamp in Damascus, Syrië, en kwam als tiener naar Nederland. De Syrische overheid gaf Badran een verblijfsvergunning voor vluchtelingen, zodoende had hij geen paspoort, maar een niet-erkend reisdocument. Hij was door de overheid als staatloos bestempeld.
‘Met een vluchtelingenreisdocument moet je veel dingen doen: bewijzen dat je geen gevaar bent voor de staat én dat je ook weer weggaat’
Eenmaal in Nederland kreeg Badran het reisdocument dat Nederland geeft aan vluchtelingen: “Het vluchtelingenreisdocument vanuit Nederland geeft ook al wat toegang: je mag reizen binnen Europa, je kunt visa krijgen. Ik heb toen ik dat document kreeg een semester gestudeerd in Zuid-Afrika, toen had ik nog niet de Nederlandse nationaliteit. Maar ook met dat document zie je verschillen: het lukte mij niet om een normaal reisvisum te krijgen voor Zuid-Afrika. Als je een vluchtelingenreisdocument hebt, moet je veel dingen doen én bewijzen dat je geen gevaar bent voor de staat én dat je ook weer weggaat.”
Inmiddels heeft Badran de Nederlandse nationaliteit. Nu kan hij gemakkelijker reizen, maar toch krijgt hij niet dezelfde behandeling als een witte Nederlander, geboren in Nederland. Badran vertelt dat hij recent terugkwam van een bezoek aan Syrië: “Ik vloog via Istanbul naar Nederland en had een heel korte overstaptijd. Toen ik het vliegtuig verliet in Istanboel kwam er ineens beveiligingspersoneel. Ze kozen uit alle passagiers tien mannen met een Arabisch uiterlijk bij wie ze een extra veiligheidscheck wilden doen. Ik was een van hen. Ik heb meerdere keren aangegeven dat ik maar weinig tijd had om over te stappen. Pas toen we bij de verhoorruimte aankwamen en ik mijn Nederlandse paspoort liet zien, mocht ik direct doorlopen.”
De ongelijkheden die voortkomen uit de visumafspraken tussen landen stromen door naar de wetenschap. De Hart geeft aan hoe ze tijdens het organiseren van wetenschappelijke conferenties aanloopt tegen de visumplicht die Nederland stelt aan bepaalde nationaliteiten: “Het is weleens voorgekomen dat een spreker uit het buitenland niet kon deelnemen omdat die geen visum kreeg.”
Ook Badran ziet dit probleem: “Er zijn mensen die een scholarship krijgen in het buitenland, maar door hun vluchtelingenreisdocument voor Palestijnen in Syrië niet naar het land kunnen reizen omdat het reisdocument hen die toegang niet geeft. Documenten zijn heel belangrijk. Mensen met een Nederlands paspoort hebben meer vertrouwen tijdens het reizen, omdat als ze in problemen komen ze de Nederlandse ambassade kunnen bellen voor hulp.”
Waar het aanbod in de kantines en de catering van de VU de afgelopen jaren steeds meer vegetarische opties kreeg, wordt dat per 1 juli de standaard. Alleen op aanvraag is het mogelijk om vlees of vis bij je maaltijd te bestellen. Hiermee bouwt de VU haar visie uit, die gericht is op planeetvriendelijk eten en drinken.
In het plan schrijft de VU dat de universiteit producten met een hoge CO2-uitstoot gaat vervangen door lokaal geproduceerde ingrediënten. Want, zo is de gedachte, minder vervoer is minder uitstoot. Ook gaat de VU meer gebruikmaken van seizoensgebonden en biologische producten. Daarnaast wil de universiteit medewerkers en studenten op ‘een positieve en informerende wijze’ bewust maken van de duurzaamheidsimpact van hun keuzes. Hiervoor zet de VU onder andere nudging in: mensen op een subtiele manier in een bepaalde richting duwen zonder hun keuzevrijheid weg te nemen, bijvoorbeeld door duurzame opties op ooghoogte te zetten.
Ook al gaat het menu op de schop, de VU belooft dat de prijzen hetzelfde zullen blijven. ‘De exacte prijzen worden bepaald door de aanbieders, maar deze zullen vergelijkbaar zijn en niet duurder’, schrijft Dewi Smeenk, communicatieadviseur bij de Facilitaire Campus Organisatie (FCO).
Ook het aanbod in de automaten op de campus wordt ‘planeetvriendelijker’. Zo komen er vanaf 2027 meer koffieautomaten met plantaardige melkopties en zijn de koffiebonen voortaan duurzaam, mét een Fairtrade keurmerk.
Volgend jaar biedt de VU geen flesjes water meer aan in de vendingmachines. In plaats daarvan stimuleert de VU het drinken van water met zogeheten ‘waterbars’. Wat dat precies inhoudt, wordt in de nieuwe plannen niet uitgelegd. Verder zijn er vanaf 2027 alleen nog maar flesjes met statiegeld te koop in de automaten.
De universiteit gaat de handhaving op wegwerpspullen versterken: voor catering geldt een verbod op onnodig wegwerpmateriaal, en externe cateraars die op de campus leveren, moeten hun eigen servies meenemen én de vuile vaat zelf weer ophalen.
Duurzaamheidsliefhebbers of mensen met een kleine portemonnee kunnen hun hart ophalen met Too Good To Go, waarvan de VU sinds kort gebruikmaakt. Met dit platform kunnen restaurants en winkels het voedsel dat ze dagelijks over hebben tegen flinke kortingen aanbieden. Hiermee wil de VU voedselverspilling tegengaan.
Nieuwe cateraar
Tegelijk met het nieuwe aanbod krijgt de VU per 1 juli een nieuwe cateraar: Vitam. Volgens de website van Vitam is het bedrijf ‘de grondlegger van bewuste catering’ en krijgen medewerkers ‘alle ruimte om in hun restaurant eigen keuzes te maken’. Wat de komst van de nieuwe cateraar betekent voor de individuele uitbaters, zoals de Indonesische eetkraam in het hoofdgebouw en de Surinaams-Javaanse broodjeszaak in het MF-gebouw, is nog onduidelijk. ‘Vitam is met deze, én andere partijen, in gesprek’, schrijft FCO-medewerker Dewi Smeenk.
We wurmen ons door een overvolle Maassilo. Honderden bierbuiken zijn door hun eigenaren vakkundig als een rollade in rokkostuums en bodyconjurkjes verpakt. De daarmee vrijgespeelde loopruimte is niettemin marginaal, dus ik ben blij als we plaatsnemen in het vipvak. Pal onder een rood-blauwgekleurd affiche, waarop mijn zusje staat met een paar binnenhandschoenen en een strijdlustige blik in haar ogen.

Zo’n drie weken geleden vertelde ze onder het genot van een nietsvermoedende borrelplank nog dat ze overwoog om mee te doen aan het jaarlijkse boksgala van haar studentenvereniging. Papa (oud-lid) was meteen enthousiast. Ook mij leek het toen een vet idee.
Zelfs mama sprak tijdens het ontkurken van een Vrijwitje van een unieke kans. Zelf mocht ze als tiener niet eens oorbellen nemen; dan kreeg ze van haar moeder te horen dat ze niet op de wereld was gezet om zich te laten perforeren. Haar eigen opvoedstijl is aanmerkelijk coulanter. Slachtoffers van onderdrukking zijn de effectiefste bestrijders van een nieuwe tirannie.
Mijn ouders zijn vanavond Maassilo-onwaardig goed gekleed. Papa heeft voor de gelegenheid zijn pak uit de mottenballen gehaald; je dochter wordt per slot van rekening niet elke dag in elkaar getimmerd. Mama draagt een zwarte jurk, hakken en haar mooiste oorbellen. Vol verwachting kijken we op ons horloge. We hebben er onverminderd veel zin in.
Om half acht is het zover. Een zware ringomroeper met dito stemgeluid betreedt onder luid gejuich het strijdperk. Tussen de contractueel verplichte mededelingen door weet hij de duizenden studenten die op het spektakel af zijn gekomen met retorisch vakmanschap op te warmen. Dan mag hij de eerste duellisten naar voren roepen, onder wie mijn zusje. Het is de vonk die de licht ontvlambare massa ethanol op lakschoenen doet ontsteken. Er worden namen gescandeerd. Spandoeken komen tevoorschijn. Het publiek buitelt over de dranghekken om geen glimp te hoeven missen van het gevecht dat op het punt staat om los te barsten.
Niet veel later klinkt de bel die een einde maakt aan ronde één van de drie. We hebben anderhalve minuut zitten kijken naar een gevecht tussen David en Goliath, en het was mijn lieve zusje die vooral moest incasseren. Na een trefzekere rechtse heeft een bloedneus zich fotogeniek over haar gezicht verspreid. Vanaf dat moment is mama gestopt met kijken. Ik hoor haar zachtjes naast me snikken. Papa en ik kijken muisstil toe hoe de cornerman het gezicht van mijn zusje schoonmaakt en op haar inpraat voor ronde twee.
Intussen brult de bierbuikbrigade met consumptie om de volgende afslachting. Velen kennen de onderliggende partij hooguit van naam; voor hen is een ongelijk gevecht niet minder vermakelijk. Sterker: ze willen meer. Meer beuken, dreunen en uppercuts. Bier en spelen.
Dan klinkt de bel weer, en het volk krijgt waar het om vraagt.
In het jaar 2000 waren er nog maar 136 vrouwelijke hoogleraren in Nederland, verdeeld over veertien universiteiten: nog geen tien per instelling. Inmiddels zijn het er meer dan duizend. Het aantal mannelijke hoogleraren steeg de afgelopen 25 jaar minder hard: van zo’n 1.950 tot ruim 2.200.

© HOP. Bron: UNL. Op basis van fte, excl. gezondheidszorg.
De universiteiten tellen dus, ook naar verhouding, steeds meer vrouwelijke professoren. In Wageningen en Rotterdam, die een beetje achterbleven, is voor het eerst meer dan 30 procent van de hoogleraren een vrouw, blijkt uit nieuwe cijfers van universiteitenvereniging UNL. In Maastricht komt de 40 procent in zicht. De Open Universiteit, gespecialiseerd in afstandsonderwijs, zit daar al jaren boven.
De TU Delft heeft als enige minder dan 20 procent vrouwelijke hoogleraren. Ook bij de technische universiteiten van Twente en Eindhoven is het aandeel vrouwelijke hoogleraren relatief laag: 24 en 27 procent.

© HOP. Bron: UNL. Op basis van fte, excl. gezondheidszorg.
Opklimmen tot hoogleraar doe je niet zomaar. Je wordt eerst universitair docent en dan universitair hoofddocent. Er moeten dus genoeg vrouwen tot die rangen doordringen om later een leerstoel te kunnen bekleden.
Onder professoren is het aandeel vrouwen in 2025 met 1,5 procentpunt gestegen, maar bij de universitair (hoofd)docenten gaat het minder hard: een toename van 0,4 procentpunt. Het is in geen jaren zo weinig geweest.
Deze stagnatie heeft vermoedelijk te maken met de bezuinigingen en de krimp van het aantal studenten. In eerdere jaren groeiden de universiteiten jaar na jaar, en dat bood carrièrekansen voor nieuw talent, onder wie dus vrouwen. Maar het aantal hoogleraren en UHD’s is nu vrijwel hetzelfde als een jaar geleden en het aantal universitair docenten is zelfs met 336 afgenomen: van ruim 7.200 naar minder dan 6.900. Dan is er dus weinig ruimte voor nieuwe benoemingen.
Daar komt bij, zegt universiteitenvereniging UNL, dat inmiddels 48 procent van de universitair docenten vrouw is en bij de UHD’s zijn het er ook steeds meer. Dat zou een verklaring voor de afvlakkende groei kunnen zijn.
UNL heeft nog een mogelijke verklaring. Hoogleraren die met emeritaat gaan (zo heet hun pensioen), zijn meestal man. Vrouwen die hen vervangen, komen uit de groep universitair hoofddocenten. Er komen wel vrouwelijke UHD’ers bij, maar een deel gaat er weer af om hoogleraar te worden.
Het is 2020 als Anton Jasper veertiende wordt bij de toelatingstest van de bachelor criminologie, van meer dan vijfhonderd kandidaten. Toch mag hij niet beginnen aan de opleiding, omdat de VU ook zijn cijfers van de middelbare school meeweegt. “Op basis van het gemiddelde van de toelatingstoets en mijn examencijfers was ik ineens 253ste”, vertelde Jasper daar eerder over.
Jasper heeft ernstige dyslexie en is hoogbegaafd, maar komt daar pas laat in zijn schoolcarrière achter. Het leidt tot een lastig schooltraject én lage schoolcijfers. Opvallend genoeg wordt er met Jaspers omstandigheden geen rekening gehouden in de selectieprocedure van criminologie. Dat dat wel had gemoeten, blijkt als Jasper naar het College van de Rechten van de Mens stapt. Het college oordeelt dat de VU discrimineert.
De zaak van Jasper wekt vragen op. Hoe selecteert de VU haar studenten? Krijgt iedereen een eerlijke kans? Inmiddels heeft de opleiding criminologie haar beleid inclusiever gemaakt. Naast criminologie heeft de VU nog drie opleidingen met een numerus fixus: psychologie, geneeskunde en tandheelkunde. Deze populaire studies hebben een beperkt aantal plekken, bijvoorbeeld vanwege een krappe arbeidsmarkt, een tekort aan stageplaatsen of beperkte onderwijsfaciliteiten. Bij meer aanmeldingen dan plekken vindt er een decentrale selectie plaats, de zogeheten ‘selectie aan de poort’.
Daarbij mogen universiteiten zelf weten hoe ze die selectie maken, legt psycholoog Susan Niessen uit. Ze promoveerde in 2018 op dit onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Instellingen zijn wettelijk verplicht om twee verschillende selectiecriteria te gebruiken, zoals schoolcijfers en een toets. Loting, sinds 2023 weer toegestaan, is hierop een uitzondering en mag ook afzonderlijk worden gebruikt.”
Welke selectieprocedure een opleiding kiest, kan veel gevolgen hebben voor de studentenpopulatie. Zo kan selectie op basis van schoolcijfers slecht uitpakken voor onder meer studenten met een migratieachtergrond, blijkt uit rapporten van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs en ResearchNed. De omstandigheden waarin cijfers zijn behaald, zoals beschikbare ondersteuning, mogelijke vooroordelen in toetsing en toegang tot bijles, spelen een grote rol. Daardoor kan selectie op basis van cijfers bestaande ongelijkheden versterken.
Of het selectiebeleid gelijke kansen biedt, is belangrijker dan of het de juiste resultaten voor de onderwijsinstelling behaalt
Jasper ervaarde dat in levenden lijve. “Ik had het gevoel dat er iets fout is met het systeem. Als iedereen met een belaste achtergrond minder kans maakt om toegelaten te worden tot een studie als criminologie, is dat onrechtvaardig.” Het College van de Rechten van de Mens beaamt in zijn uitspraak ditzelfde punt: of het selectiebeleid gelijke kansen biedt, is belangrijker dan of het de juiste resultaten voor de onderwijsinstelling behaalt.
Methodes
Hoe moeten instellingen hun selectiebeleid dan vormgeven? Volgens Niessen is het belangrijk dat opleidingen eerst bedenken wat hun doelstellingen voor de selectie zijn en daar vervolgens de beste methodes bij kiezen. “Vaak willen opleidingen studiesucces voorspellen. Als alleen dat je doel is en je wilt er het liefst zo min mogelijk geld aan uitgeven, dan is het helemaal niet zo’n gek idee om voor schoolcijfers te kiezen. Als je daarentegen vooral vindt dat je studentenpopulatie een goede afspiegeling moet zijn van de samenleving, dan is loten het meest geschikt. Iedereen krijgt dezelfde kans om toegelaten te worden, er wordt geen onderscheid gemaakt.”
Waarom moeten opleidingen zoals geneeskunde naar meer diversiteit streven? Volgens een rapport van De Geneeskundestudent uit 2024 verbetert een diverse artsenpopulatie de zorgkwaliteit op meerdere vlakken: patiënten zijn tevredener, ze communiceren beter met hun arts en ze volgen behandelingen vaker op. Voor medisch specialisten zelf is een divers team eveneens waardevol: verschillende achtergronden zorgen voor uiteenlopende perspectieven en een beter probleemoplossend vermogen.
Terug naar de VU. Na de uitspraak van het mensenrechtencollege heeft de opleiding criminologie haar selectieprocedure veranderd. Sinds 2022 kunnen kandidaten in het aanmeldformulier aangeven of een laat vastgestelde functiebeperking, zoals bij Jasper het geval was, hun cijfers negatief heeft beïnvloed. ‘In de afgelopen jaren heeft dit in de praktijk geleid tot de plaatsing van meerdere kandidaten’, schrijft opleidingsdirecteur Vere van Koppen.
Volgens Van Koppen spelen cijfers van de vooropleiding nog steeds een rol bij criminologie, maar gebeurt de selectie tegenwoordig grotendeels op basis van loting. ‘Daardoor hebben alle kandidaten een kans om te worden toegelaten. Kandidaten met een voldoende hoog cijfergemiddelde plaatsen zich direct – een 7,5 of hoger bij een vwo- of wo-opleiding en een 8,0 of hoger bij een andere vooropleiding. Afgelopen jaar plaatste 27 procent zich direct, de rest via loting.’ Omdat de numerus fixus bij criminologie volgend jaar omhooggaat van 130 naar 200 plekken, verwacht Van Koppen dat dan ongeveer 18 procent van de plekken naar kandidaten gaat die zich direct plaatsten.
Dan psychologie, daar lijken schoolcijfers eenzelfde rol te spelen als bij criminologie: kandidaten met een voldoende hoog cijfergemiddelde (7,5) en een voldoende voor de selectietoets plaatsen zich direct. De overige kandidaten krijgen op basis van loting een rangnummer. Waarom kiest de opleiding hiervoor? ‘Wij hebben, net als vele andere opleidingen, gekozen voor een gecombineerde score van het gemiddelde eindcijfer van de vooropleiding en de uitslag van een selectietoets’, schrijft onderwijsdirecteur Kirsten Bijker. ‘De reden dat we naar het gemiddelde eindcijfer van de vooropleiding kijken, is omdat uit onderzoek is gebleken dat die de beste voorspellers zijn van studiesucces.’
Volgens Bijker is de limiet van aantal studenten voor psychologie sinds de start van de numerus fixus niet behaald. ‘Hierdoor kan iedereen die toelaatbaar is tot op heden, ongeacht de score voor de middelbareschoolcijfers en de selectietoets, starten met de opleiding.’
Afgelopen jaar kwam er verrassend nieuws vanuit de UvA. De universiteit gaat met ingang van komend studiejaar kandidaten toelaten op basis van ongewogen loting, waarbij elke kandidaat dezelfde kans heeft om toegelaten te worden. Eerder nam de Rijksuniversiteit Groningen dat besluit al. “Hiermee willen wij kansengelijkheid en de diversiteit van de potentiële studenten bevorderen”, zei UvA-vicedecaan onderwijs Suzanne Geerlings afgelopen jaar in een persbericht. “Met ongewogen loting hopen we bovendien de drempel voor aanmelding te verlagen zodat verschillende studenten – verschillend wat betreft bijvoorbeeld achtergrond, geslacht, genderidentiteit, geloof en sociaal-economische status – zich aanmelden.”
In datzelfde bericht meldde het Amsterdam UMC dat geneeskunde op de VU vast blijft houden aan het huidige selectiebeleid en niet overstapt op loting. De opleiding selecteert op basis van een portfolio en een toets en focust daarbij op maatschappelijk betrokken en sociaal vaardige kandidaten. “Onze selectie draagt bij aan diversiteit en matching tussen student en opleiding. Het percentage van de studenten dat de opleiding afrondt ligt heel hoog, tussen de 93 en 95 procent”, zegt vicedecaan Martine de Bruijne. “Daarnaast is zo’n 40 procent van de populatie eerstegeneratiestudent, mede dankzij voorlichting op scholen in Nieuw-West. In onze selectiecriteria vermijden we bewust zaken waar een sociaal netwerk of betaalde voorbereiding een voordeel opleveren.”
‘Loting klinkt eerlijk, maar is dat niet per se’
Over loting is De Bruijne sceptisch. Loting klinkt eerlijk, maar is dat volgens haar niet per se. “Niet iedereen komt uit dezelfde basissituatie. Voor sommige groepen vormt een studie met loting door lagere toelatingskansen juist een grotere uitdaging. Verder zijn er aanwijzingen dat studiesucces in het eerste jaar lager ligt bij universiteiten die alleen loten.”
De Bruijne erkent dat er nog geen definitief antwoord is. De acht geneeskundeopleidingen in Nederland werken inmiddels samen om het toelatingsbeleid transparanter en eerlijker te maken. “Ik verwacht in de toekomst meer overlap in de selectieprocedures in Nederland. We leren onderling van elkaar.”
Net als geneeskunde op de UvA gooide ook tandheelkunde – een gedeelde opleiding van de VU en de UvA – het roer om. Sinds het huidige studiejaar selecteert de opleiding alleen nog maar via loting.
Volgens Niessen is er nog een andere methode, die ze uitvoerig voor haar proefschrift onderzocht: proefstuderen. Daarin maken kandidaten een realistische opdracht of toets die sterk lijkt op het eerste jaar van de opleiding. “Als je zowel studiesucces wilt voorspellen als een diverse studentenpopulatie wilt hebben, dan is proefstuderen de beste methode – mits je genoeg vragen stelt die niet te moeilijk of makkelijk zijn. Het is net zo’n goede voorspeller van studiesucces als schoolcijfers en het leidt tot een diversere studentenpopulatie.”
Bijkomend voordeel is volgens Niessen dat proefstuderen een fijne selectiemethode is voor aanstaande studenten. “Ze ervaren het als een eerlijk proces en ze krijgen een realistisch beeld van wat hen in de opleiding te wachten staat. Dat laatste kan bovendien het aantal vroege studie-uitvallers verminderen.”
Proefstuderen zou dus voor veel opleidingen een goede procedure zijn, alleen mag het volgens die wet niet als enige selectiemethode worden gebruikt. “Er moet dan nog een methode bij, ook als die nadelig werkt op doelstellingen zoals inclusiviteit”, zegt Niessen. Toch is er een omweg, vertelt ze. “Bij psychologie in Groningen hebben we een tijd een motivatiebrief verplicht gesteld als tweede methode. Maar daar deden we vervolgens niks mee, behalve controleren of kandidaten er eentje geschreven hadden.”
Het toont aan hoe ingewikkeld de afwegingen voor een selectieprocedure zijn. Nu loten sinds kort weer mag, zijn er steeds meer opleidingen die het in hun beleid proberen in te passen. Niessen: “Je ziet dat opleidingen aan het overwegen en uitproberen zijn hoe ze het kunnen gebruiken en wat de gevolgen ervan zijn.” Volgens de UvA heeft de keuze om bij geneeskunde te loten ‘naar verwachting weinig tot geen effect op het studiesucces van de geselecteerde studenten’. Over twee jaar weten we het definitieve antwoord: dan hakt de opleiding de knop door of het blijft loten.
Tom is een tweedejaars rechtenstudent. Om meer uit zijn studententijd te halen, sluit hij zich aan bij de studievereniging. Daar leert hij Hannah kennen. Ze raken bevriend, en al snel krijgt hij een crush op Hannah. Na maanden vriendschap verzamelt Tom de moed om zijn gevoelens met Hannah te delen. Helaas, de crush is niet wederzijds. Tom kan zijn verlangens maar moeilijk loslaten, en zijn onbeantwoorde verliefdheid loopt uit de hand. Hij verzamelt alle beschikbare data over Hannah: haar chatberichtjes, spraakmemo’s en video’s, en transformeert deze naar hyperrealistische pornografische beelden van haar. Deze zijn nep, maar lijken levensecht. Het zijn beelden gegenereerd door kunstmatige intelligentie.
Dit fictieve scenario is geen verre toekomstmuziek. Generatieve kunstmatige intelligentie maakt het mogelijk zonder toestemming pornografisch materiaal van iemand te maken. Actrice Collien Fernandes, politicus Sandra Beckerman en presentatrice Welmoed Sijtsma zijn allemaal slachtoffers van deepfakeporno. Niet voor niets krijgt dit een groot podium binnen het debat over AI-porno. De technologie maakt het ook mogelijk porno van fictieve personen te maken, en daarmee alle denkbare seksuele fantasieën virtueel te realiseren. Dit roept niet alleen ethische en juridische vragen op, maar ook de vraag wat deze pornotechnologie doet met hoe wij ons verhouden tot seksualiteit en seksuele fantasieën.
‘Waarom zou porno kijken überhaupt raar zijn?’
Sinds het bestaan van de mens speelt porno een rol in onze seksualiteit. Wat begon met grotschilderingen, groeide uit tot seksuele romans, seksmagazines en pornofilms, en nam later ook vormen aan als de sekslijn, Chatroulette, OnlyFans en VR-porno. Het is duidelijk niet de eerste keer dat pornografie een nieuw jasje krijgt.
Inger Leemans, VU-hoogleraar culturele geschiedenis, deed onderzoek naar de opkomst van (literaire) porno in de zeventiende eeuw: “Heel veel mensen kijken porno. Veel meer dan dat we vaak denken. Ook vrouwen.” In een van haar lezingen deelt ze dat 35 procent van de mannen en 20 procent van de vrouwen minstens één keer per week porno kijkt. Toch rust er nog altijd een taboe op. Leemans plaatst daar vraagtekens bij: “Waarom zou porno kijken überhaupt raar zijn? Waarom zou het vreemd zijn om na te denken over iets dat zo belangrijk is, seksuele lust, maar ook voortplanting, en om het te beschrijven en ermee te spelen? Het is een manier om te reflecteren op wat het betekent om een seksueel wezen te zijn.”
Sinds de 18de eeuw fungeert seks steeds meer als middel om dingen uit te zoeken over onszelf. Leemans: “Vroeger definieerden mensen zichzelf in Europa vooral aan de hand van hun familie en geboorteplaats, nu doen ze dat vaak via hun seksualiteit. We hebben seks tot een centraal gesprek gemaakt en daarmee proberen we steeds nieuwe dingen uit. Porno speelt in op deze seksuele ontdekkingsreis: het laat mensen opnieuw nadenken over zichzelf en hun seksualiteit. In de jaren zeventig hielp porno seksuele taboes te doorbreken, zoals masturbatie, het vrouwelijk orgasme of homoseksualiteit. AI-porno laat ons nu nadenken over wat is echt en wat is nep.” Leemans heeft het idee dat praten en experimenteren met seksualiteit wel moeilijker is geworden: “Door sociale media en fotografie denken we beter na wanneer we onszelf wel of niet bloot tonen. We zijn bang dat er beelden worden gemaakt waar we nooit meer vanaf komen. Misschien is dat een reden waarom naaktstranden minder populair zijn, sauna’s zwemkledingdagen inroosteren, en jongeren liever niet naakt douchen na het sporten.”
Maar wat is AI-porno precies? Het komt voor in een tekstueel of audiovisueel jasje, en is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie. De tekstuele variant zijn bijvoorbeeld chatbots, zoals Replika of ChatGPT, waarmee gebruikers erotische gesprekken kunnen voeren. De audiovisuele variant gaat een stap verder: die maakt het mogelijk om op basis van bestaande beelden nieuwe, hyperrealistische seksuele content te creëren, met daarin echte of fictieve personen. Deze seksuele beelden hebben dus nooit daadwerkelijk plaatsgevonden, maar zijn gegenereerd of gemanipuleerd. ‘Echt nep’ dus. Volgens Felienne Hermans, VU-hoogleraar didactiek van de informatica, maakt kunstmatige intelligentie het hiermee mogelijk om porno te personaliseren. Dat is het grote verschil met traditionele porno: “Met AI-porno kun je bestaande beelden aanpassen. Je kunt een acteur uit een pornofilm vervangen door iemand die je kent, of ook jezelf toevoegen. Daarnaast kun je alles ‘perfecter’ maken: geen moedervlekken of rimpels.”
Hermans ziet nadelige gevolgen van deze maakbaarheid: “We hebben juist net een body positivity-beweging doorgemaakt. Het is belangrijk dat we diverse lichamen zien, zoals lichamen die niet slank, gespierd wit of rimpelvrij zijn. AI-porno kan alles extremer maken: vrouwen worden mogelijk nog vaker onderdanig afgebeeld.” Hermans stelt dat seks altijd is gebruikt als middel om geweld tegen vrouwen te plegen en verwacht dat generatieve AI hier ook voor zal worden ingezet: “Sommige mannen, bijvoorbeeld vanuit de Incel-cultuur (onvrijwillig celibatair), hebben het idee dat zij recht hebben op seks met een vrouw. Als een vrouw van vlees en bloed ze dat niet wil geven, maken ze daarom een vrouw van pixels en bits.”
Ook Leemans ziet een verzet tegen vrouwenrechten: “In de geschiedenis zie je dat porno ineens agressiever richting vrouwen werd wanneer vrouwen zich emancipeerden, bijvoorbeeld rond de Franse revolutie. Diezelfde trend zie je nu terug vanuit de manosphere.” Hermans benadrukt dat de gebruikers tevens niet de enige curator zullen zijn van hun seksuele fantasieën: “Platforms bepalen uiteindelijk zelf welke content wel en niet gemaakt mag worden. In theorie kunnen zij bijvoorbeeld bi-raciale of queerporno verbieden.”
Nana Ruedisueli is directeur van het Nederlands Centrum voor Seksverslaving. Als psycholoog komt zij dagelijks in aanraking met de nadelen van porno. Zij ziet dat porno kijken invloed heeft op onze seksuele ontwikkeling: “Het is een geïsoleerde activiteit in plaats van een interactie met een partner. Het is heel passief. Je wordt aan een soort infuus van seksuele prikkels gezet: je hoeft niets te doen, je hoeft alleen maar te ontvangen.’’ Dat maakt porno kijken heel anders dan vrijen met een persoon van vlees en bloed. Ruedisueli vindt het zorgelijk dat het contrast tussen fysieke seksualiteit en virtuele porno met de opkomst van AI groeit: “De urgentie om seksuele vaardigheden in het echte leven te ontwikkelen neemt af. De sprong naar deze vaardigheden wordt steeds groter, bijna een onbereikbare wereld, waardoor mensen zich nog meer terugtrekken in porno.”
Chatbots geven bijvoorbeeld de illusie dat je seks hebt met een persoon: “Seks met een chatbot is solistisch, maar je hebt wel een chatgeschiedenis met een chatbot die zich voegt naar jouw verlangens en behoeftes, het voelt alsof je contact hebt met een persoon, maar je zit alleen op je kamer.’’ Echte seks kan saaier worden. Het kan moeilijk tippen aan de stimuli die AI-porno geeft: “Het kan de illusie geven dat je een waardig seksueel leven hebt. Het kan interactief zijn en je kunt het creëren afstemmen naar je eigen behoeftes. Daardoor is het gemakkelijker jezelf erin te verliezen: ik wil dat type lichaam met die stem. Het is alsof je een gokmachine combineert met een vrijmachine.” Ruedisueli maakt zich dan ook zorgen over het verslavende karakter: “Er is een groep die kwetsbaar is zichzelf hierin te verliezen en de controle kwijt te raken. Hoe geavanceerder de technologie, hoe groter de groep die gegrepen en kwetsbaar wordt voor deze verslaving aan porno.”
‘Elk nieuw medium heeft een seksfase’
Is AI-porno een blijvertje? “Elk nieuw medium heeft een seksfase.” Volgens Leemans gebruikt vrijwel elk medium seks als middel om zichzelf uit te testen en succesvol te maken. Want sex sells. “Fotografie, video en het internet hadden ook een seksfase. Bovendien is de porno-industrie altijd op zoek naar vernieuwing. Porno is na verloop van tijd repetitief en daarmee minder opwindend. De home-seksvideo’s, amateurvideo’s waarin je gewone mensen met elkaar vrijen, zijn een voorbeeld van een trend waarmee de porno-industrie probeerde opnieuw op te winden: “Mensen dachten: o, dit zijn de buren aan het doen; dat is dan nieuw en dus opwindend.”
Het is dus de vraag of AI-porno een blijvertje zal zijn of een kortstondige affaire tussen AI en de porno-industrie. Leemans wijst erop dat nieuwe media niet alleen zichzelf proberen te verkopen via seks, maar via seks ook verkennen wat de technologie allemaal kan, hoe die mensen raakt en waar het ontspoort. Zij legt uit dat het debat over een nieuwe technologie snel over seks gaat, “omdat dat voor iedereen voorstelbaar is. Als iemand schrijft: Onze kinderen worden overrompeld door brute seks, dan begrijpt iedereen direct waarover het gaat.’’
Blijvertje of niet, AI dwingt ons opnieuw na te denken over pornografie. Als je fantaseert over seks met je crush verlaat deze fantasie normaliter niet je brein. Maar als je deze fantasieën digitaal kunt visualiseren door middel van AI, kan dat wel. Hermans duidt dit als een risico: “Het gevaar is dat iemand AI-pornobeelden maakt van iemand anders die vervolgens de computer verlaten. Zo kan het transformeren in wraakporno. Het doel is dan niet jezelf plezieren, maar een ander pijnigen: verdriet en schaamte toebrengen.”
Ook Leemans ziet dit risico: “De discussie: wat is fantasie, wat mag fantasie zijn, en waar moet ook de fantasie gekaderd worden, is natuurlijk een heel moeilijke discussie. In het begin van porno ging de discussie over hoe porno de kerk ondermijnde en instituten van de samenleving, maar nu is het een heel andere vraag: mag ik iets zeggen over wat er in jouw hoofd omgaat? Waar liggen de grenzen tussen fantaseren en het virtueel te realiseren?”
Als eerstegeneratiestudent ging ik ambitieus naar de universiteit, maar zonder routekaart. Waar anderen leken te weten hoe het systeem werkte, moest ik alles zelf uitvinden: waar je hulp vindt, hoe je effectief studeert en bij wie je aanklopt als iets niet lukt. Die zoektocht maakte één ding duidelijk: de universiteit biedt veel, maar niet alles is even zichtbaar of toegankelijk.

Nog voordat ik in de universitaire studentenraad zat, zag ik al dat er ruimte was voor verbetering. Vooral voor studenten die als eersten in hun familie studeren, is de drempel vaak hoger. Niet omdat we minder gemotiveerd zijn, maar omdat we minder bekend zijn met de ongeschreven regels van het academische leven. Juist daarom is het belangrijk dat ondersteuning niet alleen bestaat, maar ook vindbaar en begrijpelijk is.
In de studentenraad zet ik me in om die kloof te verkleinen. Dat begint bij duidelijke communicatie. Welke begeleiding is er? Hoe bereik je die? En wanneer trek je aan de bel? Dit soort informatie moet vanzelfsprekend beschikbaar en actief gedeeld worden.
Daarnaast heb ik me hard gemaakt voor meer studieplekken op de universiteit. Voor veel studenten is het niet vanzelfsprekend om thuis of elders een rustige plek te hebben om te studeren. Zij zijn afhankelijk van de universiteit om hun werk te kunnen doen. Een tekort aan studieplekken heeft directe gevolgen voor studieresultaten en welzijn en raakt daarmee direct aan kansengelijkheid.
Wat mij hoopvol stemt, is de ontwikkeling binnen de studentenparticipatie zelf. Bij de afgelopen verkiezingen hebben we een meer diverse groep studenten weten te betrekken bij de universitaire studentenraad. Dat is essentieel, want een representatieve raad zorgt voor bredere perspectieven en beter beleid.
Voor mij persoonlijk is deze betrokkenheid ook een groeiproces geweest. Waar ik begon als algemeen raadslid, ben ik inmiddels doorgegroeid naar coördinator Onderwijs en Onderzoek. Die rol geeft mij de kans om mij nog gerichter in te zetten voor de kwaliteit en toegankelijkheid van ons onderwijs.
Wat mij drijft, is de overtuiging dat de universiteit er moet zijn voor álle studenten. Gelijke kansen gaan niet over iedereen hetzelfde behandelen, maar over iedereen geven wat die nodig heeft om te slagen: ‘Equity over equality.’
Door deze ervaringen te delen, hoop ik bij te dragen aan een universiteit waarin iedereen zijn weg kan vinden.
Maandagmiddag mondde een kleinschalig protest op het campusplein van VU for Palestine uit in de bezetting van het BelleVUgebouw en de bestuursgang in het hoofdgebouw. De actievoerders eisten dat de VU alle banden met Israëlische instellingen openbaar maakt en samen met andere defensiegerelateerde samenwerkingen verbreekt.
Kealey Hartland, plaatsvervangend voorzitter en secretaris van studentenbond SRVU, fungeerde als communicatiepersoon tussen de VU en de demonstranten. “De VU stelde voor dat de bezetters om 15.45 het gebouw zouden verlaten om op het campusplein verder te demonstreren. Op het moment dat ik dit aan de protestgroep wilde doorgeven, kwam een arrestatieteam met politiehonden de campus opgereden. Waar we dachten dat de VU ging de-escaleren na diens voorstel, werd er juist gekozen voor escalatie: er kwamen steeds meer politiebusjes het campusplein op, inclusief politiehonden. De protestanten voelden zich daarom niet meer veilig om de bezette gebouwen te verlaten. Zeker omdat een student vorig jaar bij een soortgelijk protest in Nijmegen tot op het bot gebeten werd door een politiehond en voor het leven verminkt is.”
De VU deed na meerdere waarschuwingen in de avond aangifte bij de politie van huisvredebreuk. Daarop drongen politieagenten rond half acht het bezette BelleVUe binnen met wapenstokken en ontruimden het gebouw. Een uur later werden ook de bestuurskamers ontruimd. Volgens een woordvoerder van VU for Palestine zijn de 22 gearresteerden inmiddels weer vrijgelaten.
Ondanks het verzoek van Hartland aan VU-woordvoerders om met de actievoerders te gaan praten, kwam dat gesprek er nooit, zegt ze. “De demonstranten wilden graag in gesprek met de VU. Daarvoor deden ze deze bezetting: om gehoord te worden. Het lijkt me normaal dat je in zo’n situatie met deze studenten gaat praten, in plaats van dat je direct politie op ze afstuurt en er uiteindelijk zelfs geweld tegen ze gebruikt wordt.”
De bezetting verliep op momenten onstuimig. Tijdens het afvoeren van gearresteerde demonstranten krijgen omstanders die de busjes blokkeren flinke klappen van agenten met wapenstokken, zo is te zien in onderstaand filmpje op Instagram.
Dit bericht op Instagram bekijken
Een demonstrant vertelt aan Ad Valvas hoe een agent haar met een wapenstok in haar nek sloeg. Haar nek is rood en opgezwollen, en vlak na de klap is ze duizelig en heeft ze moeite overeind te blijven staan.
Een andere demonstrant heeft een mitella voor zijn arm nodig. Aan het eind van de avond werd een student met diabetes toegang tot het hoofdgebouw ontzegd, waar haar insulinepomp ligt – een essentieel medicijn voor diabetespatiënten. Uiteindelijk kon iemand in het gebouw de insulinepomp voor haar mee naar buiten nemen.
Een woordvoerder van VU for Palestine (VfP) noemt het gebruikte geweld van de politie disproportioneel. “Ze sloegen mensen met wapenstokken, ook bovenhands. Dat mag natuurlijk niet.” De politie was vroeg op de dag al aanwezig en keek tot over werd gegaan op ontruiming vooral toe. Tegen Ad Valvas zeiden de agenten er te staan voor de veiligheid, en voor het geval er een gevecht zou uitbreken of een tegendemonstratie zou komen. “We hebben wel een andere belevenis gehad”, zegt de VfP-woordvoerder. “Wiens veiligheid hebben ze gewaarborgd? Volgens mij vooral die van de VU, om haar banden met Israël te onderhouden. Als ze daar voor onze veiligheid stonden, hadden ze niet zo hard ingegrepen.”
Maar wat als mensen een gebouw niet willen verlaten en de politie geen gehoor op hun verzoeken krijgt? “Hoe ze netjes ontruimen is niet onze prioriteit. Onze prioriteit is zoveel mogelijk druk uit te oefenen op de VU om geen banden meer te hebben met entiteiten die genocide mogelijk maken. Andere universiteiten hebben laten zien dat ze dat kunnen. De UvA heeft bepaalde uitwisselingen niet verlengd bijvoorbeeld en de KABK in Den Haag heeft de banden met Israël verbroken. Maar samenwerkingen met Israël worden vaak in stand gehouden vanwege financiële belangen. Op het onderwijs wordt bezuinigd, en universiteiten gaan dat opvullen door samen te werken met Defensie. Militaire technologieën leveren veel geld op.”
Waar de meeste beveiligers het beste voor leken te hebben met de demonstranten én medewerkers die in het BelleVUegebouw werken – waaronder redacteuren van Ad Valvas – ging het ook mis. Op beelden op Instagram is te zien hoe een beveiliger gekalmeerd en fysiek tegengehouden moet worden door een collega. Hij spreekt dreigende woorden, volgens degene die het filmpje plaatste zou hij zelfs gedreigd hebben demonstranten te slaan. “Dit is een demonstratie, dit moet gefaciliteerd worden, hoe vervelend dat ook is”, roept iemand buiten beeld.
Dit bericht op Instagram bekijken
Later op de dag stond diezelfde beveiliger voor de toegang naar de bezette bestuursruimtes. Daar maakte hij demonstranten uit voor “dom” en riep hij dat ze “de hersenen van mieren hebben”. Een woordvoerder van de VU reageert schriftelijk dat ze niet kunnen ingaan op individuele gevallen. ‘We zullen de video bekijken en zullen, indien daar aanleiding toe is, met betrokkenen in gesprek gaan’, aldus een woordvoerder.
Hartland heeft verontrustende geluiden opgevangen van de protestgroep over het handelen van de beveiliging. “Dit heb ik gisteren ook aangekaart bij de VU-woordvoerders, onder meer dat een beveiliger handtastelijk zou zijn geweest. Daarop hebben de VU-woordvoerders gesproken met beveiliging en ons verzekerd dat alles nu in orde was.” We hopen binnenkort een goed gesprek met de VU hierover te kunnen voeren, waarin er ruimte is om elkaars zorgen te delen.”
Volgens de VU is protest toegestaan zolang de huisregels gevolgd worden en de veiligheid van studenten, medewerkers en bezoekers niet in gevaar komt. ‘Een bezetting van een universiteitsgebouw en het dragen van gezichtsbedekkende kleding vallen daar niet onder’, staat op de website van de VU. De VU schrijft voor een constructieve dialoog te zijn met respect voor elkaars uitgangspunten. ‘Helaas lieten de omstandigheden ons vandaag geen andere keuze en was politie ingrijpen noodzakelijk om de veiligheid en rust op onze campus te kunnen waarborgen.’
De VfP-woordvoerder vindt het inschakelen van de politie een “bizarre zet”. “Als je kijkt naar de zorgen van de demonstranten, die mensenrechten willen waarborgen en willen voorkomen dat de universiteit deel wordt van het instandhouden van genocide, en je daar dan politie opstuurt als een soort waakhonden…”
De bezetting heeft volgens hem wel effect gehad. “Het onderwerp staat weer op de agenda. Aan de twee bezettingen gingen allerlei andere vormen van protest vooraf: walk-outs, teach-ins, maar die hebben niks teweeggebracht. Dat dit een meer ontregelende actie was, vind ik geoorloofd. We hopen dat de VU de druk voelt.”
Bij het protest waren ook demonstranten van buiten de VU aanwezig. Was het niet beter geweest als er alleen VU-protestanten waren? “De VU verschuilt zich vaak achter dit soort argumenten om protesten zoals deze neer te kunnen slaan”, zegt Hartland. “Zeker in deze tijd, waarin de repressie tegen studenten steeds groter en zichtbaarder wordt, met politie-inzet en geweld. Waarom voeren ze niet het gesprek met studenten? Waarom moet dat met wapenstokken gepaard gaan? Dat verdienen studenten niet. De campus is geen plek voor politie en geweld, maar voor dialoog, academische vrijheid en ontwikkeling.”
Hartland wil daarom binnenkort met de VU om tafel zitten om te bespreken hoe de demonstratie verlopen is en wat er anders had gemoeten. “Ik hoop op een open gesprek, waarin er ruimte is om elkaars zorgen te delen.” Na de vorige bezetting was dat ook het plan: dat het college van bestuur met betrokken studenten in gesprek zouden gaan. Maar die gesprekken staakten snel. VfP-woordvoerder: “We willen het gesprek aangaan, maar we gaan geen compromis sluiten over banden met instellingen die bijdragen aan een genocide.”
‘Er is meerdere malen gesproken over de bezetting met liaisons van de protesteerders. Op dit moment zijn er nog geen nieuwe gesprekken gepland. We hebben de liaisons van de protesteerders wel uitgenodigd voor een vervolggesprek. Er werden uitgangen gebarricadeerd, waardoor de vrije doorgang in het gebouw werd belemmerd en de mogelijkheden om het pand snel en veilig te verlaten in geval van een noodsituatie ernstig werden beperkt. In combinatie met de ontstane dreigende sfeer en het dragen van gezichtsbedekkende kleding leidde dit tot een onveilige situatie en kon de veiligheid van protesteerders, medewerkers en studenten onvoldoende worden gewaarborgd. De projectsamenwerkingen zijn online terug te vinden. Ons beleid blijft hierin onveranderd, meer hierover is te lezen op VU.nl. Als universiteit hebben wij geen zeggenschap over de wijze waarop de politie aanwezig is. Al zijn we hierover met de politie in gesprek gegaan, waarna de politiehonden verder weg op de campus zijn gepositioneerd.’