Popup-Niks-missen-2.png

OPINIE

14 september 2020

We moeten op zoek naar nieuw type wetenschapper

reacties 0

Jezelf over de kop werken blijft ook in de nieuwe kabinetsplannen de norm voor de wetenschap, stellen Joeri Tijdink en Christiaan Vinkers. Geef ruim baan aan de academicus die fouten durft maken, en die van binnenuit gemotiveerd is.

De coronacrisis heeft de wetenschapper flink door elkaar geschud. Met de start van het nieuwe academische jaar zijn de zorgen in wetenschapsland onverminderd groot. Veel onderzoeksprojecten liggen stil, de publicatiedruk is ontzettend hoog en het online onderwijs is veeleisend (en vermoeiend). Recent verscheen een pamflet van vooraanstaande academici die in veertig stellingen uitleggen hoe groot de problemen zijn.

Terwijl de wetenschap hard bezig is om de pandemie te bezweren, is het de vraag hoe lang de wetenschapper het nog volhoudt. Uit een inventarisatie van WOin­Actie, de actiegroep van wetenschappers, blijkt dat universitair medewerkers overwerken zonder die tijd te compenseren. Dat wordt onder andere veroorzaakt door een groeiende ‘onderwijslast’ en het ontbreken van baanzekerheid en vaste contracten. Veel wetenschappers worstelen met stress en burnoutklachten.

Vlak voor de coronacrisis schreef minister Van Engelshoven een brief naar de Tweede Kamer waarin zij ontvouwde hoe zij de druk op de wetenschap wil verlagen. Het plan bevat waardevolle initiatieven (zoals het anders erkennen en waarderen), maar die gaan de achterliggende problemen hoogstwaarschijnlijk niet oplossen.

De oplossing ligt wat ons betreft op een veel fundamenteler vlak. Er is een ander soort universitair medewerker nodig, de ‘goed genoeg’ academicus. Gebaseerd op de ‘goed genoeg moeder’ van de Britse psychoanalyticus Winnicott.

De wetenschapper die iets minder werkt is niet lui, die werkt nog steeds hard

Donald Woods Winnicot (1896-1971) stelde dat de perfecte moeder een illusie is, en het nastreven ervan een onmogelijke opdracht. In deze analogie bestaat er ook geen perfecte academicus. We moeten op zoek naar andere academici die een afdelingscultuur verzachten en veranderen. Universitair medewerkers die fouten durven te maken en ze durven toe te geven, zich niet over de kop werken en niet altijd in het weekend werken. Luie academici, zegt u? Iets minder hard werken is nog steeds hard werken.

Almaar stijgende werkdruk

Toch zijn het zaken die voor vele academici op dit moment ondenkbaar zijn, zeker in het begin van iemands carrière. Weinigen doen het. Iets minder hard werken, dat is in het huidige wetenschapssysteem moeilijk na te streven. Want in alle voorgestelde maatregelen blijft één belangrijk aspect onderbelicht: de natuurlijke selectie.

Ook met initiatieven om de druk te verlagen blijft het systeem verlangen dat een academicus een schaap met vijf poten is. Het blijft een selectie van het type academicus dat overleeft in deze omgeving: iemand die (te) hard werkt, veel geld binnenhaalt, veel publiceert en – tot recent – over de hele wereld praatjes geeft.

De ontwikkeling van mensen tot zulke schapen met vijf poten klinkt als een gezond evolutionair proces, maar is dit ook op langere termijn een goede zaak? Met steeds opschuivende grenzen zal iedere jonge academicus denken dat steeds hogere prestaties en langere werkdagen de norm zijn. Zij zullen zich spiegelen aan de kwaliteiten en gedragingen van rolmodellen en dat gedrag kopiëren. Het gevolg is minder diversiteit in het type academicus en een almaar stijgende werkdruk. De coronacrisis heeft dit alleen maar verergerd. De vraag dringt zich op: wanneer werkt een academicus hard genoeg?

Ander aannamebeleid nodig

De langzaam stijgende temperatuur zal menig academisch geschoolde kikker niet verontrusten, maar hoe heet moet het water zijn voordat het genoeg is? Meer geld is misschien op het eerste gezicht een welkome handreiking, maar zal hoogstwaarschijnlijk aan het probleem niet veel veranderen. Gaan academici met dit extra geld minder hard werken, minder onderwijs geven of minder artikelen schrijven? Waarschijnlijk niet.

We hebben bevlogen academici met complementaire kwaliteiten nodig die zonder overmatige druk kunnen nadenken, ruimte krijgen om nieuwe ideeën uit te werken en goed onderwijs te geven. Dat vraagt om een ander aannamebeleid waar niet alleen maar ‘overlevers’ geselecteerd worden die hard werken door de hoge eisen uit de omgeving en vaak bang zijn om fouten te maken. Dat zijn de ‘werkverslaafden’, gemotiveerd door factoren van buitenaf.

De academie moet echt op zoek naar academici, gemotiveerd van binnenuit. Teveel stress en competitie maken de universiteiten geen aantrekkelijke plek om te werken voor de ‘goed genoeg academicus’. Dat kost kwaliteit. Het stimuleren en selecteren van bevlogen academici in een eerlijke, flexibele omgeving zorgt ervoor dat wetenschappers op een gezonde manier het maximale uit zichzelf te halen. En dan is goed genoeg ook echt goed genoeg.

Joeri Tijdink is psychiater en universitair docent, onderzoeker UMC Amsterdam

Christiaan Vinkers is psychiater en universitair hoofddocent, onderzoeker UMC Amsterdam

Joeri Tijdink en Christiaan Vinkers /

{ Lees de 0  reacties}

hits 213

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.