Opinie

18 mei 2016

Voorkom zelfdoding

Opleidingen tot hulpverlener in de gezondheidszorg moeten meer aandacht besteden aan suïcidepreventie.

In Nederland kwamen in 2014 drie maal zo veel mensen om het leven door zelfdoding (1839) als door een verkeersongeluk (545). Toch lijkt het veel makkelijker om een suïcide te voorkomen dan een dodelijk verkeersongeval. In veel gevallen is immers bekend wie er aan suïcide denkt, en in de helft van de gevallen hebben betrokkenen al een vorm van hulp. Bij verkeersongevallen is het ’s ochtends volstrekt onbekend wie ’s avonds overleden zal zijn. Bij zelfdoding is er daarentegen vaak – zij het lang niet altijd – de mogelijkheid om in te grijpen. De afname van het aantal verkeersdoden heeft te maken met zeer veel veiligheidsmaatregelen. Veiligheidsgordels, apk-keuringen, verplichte bromfiets- en scooter helmen, de aanleg van rotondes, wet- en regelgeving en alcoholcontroles. De combinatie van al deze maatregelen heeft geholpen, onmiskenbaar. Bij de preventie van zelfdoding gaat het evenzeer om een combinatie van veiligheidsmaatregelen: de verpakkingsgrootte van paracetamol, het afschermen van de spoorbaan (vervangen van gelijkvloerse kruisingen) of hoge bouwwerken om een sprong tegen te gaan, en vooral ook een goede hulpverlening. Dat wil zeggen een goede herkenning van suïcidaliteit door de huisarts en goede zorg voor groepen patiënten met een hoog suïciderisico. Sinds enkele jaren hebben we een online platform, www.113online.nl, waar mensen anoniem hulp kunnen krijgen wanneer zij zich schamen om naar de huisarts te gaan.

Maar er zitten opvallende gaten in de combinatie van maatregelen voor suïcidepreventie. Zo verschaffen we lang niet altijd de optimale zorg waarvan we weten dat die werkt, vanwege bezuinigingen. Er is de multidisciplinaire richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag uit 2012. Daarin staat precies beschreven wat wel en niet werkt.

Maar er is een heel vreemde lacune in de gezondheidszorg voor suïcidale patiënten, en dat is dat veel hulpverleners deze richtlijn helemaal niet kunnen toepassen omdat ze hiertoe nauwelijks worden opgeleid. Dat klinkt bizar, en dat is het ook. Huisartsen worden nauwelijks geleerd hoe ze suïcidaliteit kunnen herkennen bij depressieve patiënten. Psychiaters krijgen in hun initiële opleiding wel enkele dagdelen theorie maar weinig onderwijs in diagnostische en gespreksvaardigheden nodig bij suïcidale patiënten. Psychologen krijgen hooguit een enkel college in hun propedeuse en misschien nog een filmpje in hun masterfase. Behalve aan de VU, hier is het iets beter geregeld. Verpleegkundigen krijgen in hun opleiding nauwelijks aandacht voor zelfbeschadiging of  zelfdoding. Ook de postacademische opleidingen tot hulpverlener in de GGZ besteden weinig aandacht aan deze problematiek. Het resultaat is dat hulpverleners het vak in de praktijk door schade en schande onder de knie moeten krijgen. Met alle problemen van dien. Bij- en nascholingscursussen bereiken maar een fractie van alle hulpverleners. Waarom is dit zo? Ik denk dat het een kwestie van angst is, van stigma, van een nog steeds vigerend taboe. Bang om de doodswensen van patiënten onder ogen te zien. Dat wilde ik even gezegd hebben. En dat een betere opleiding tot hulpverlener in de gezondheidszorg mensenlevens kan sparen.

Ad Kerkhof, hoogleraar klinische psychologie, psychopathologie en suïcidepreventie.

hits 10

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.