Opinie

09 juni 2016

Theologie is niet speciaal

De (verontwaardigde) reacties op Fred van Lieburgs betoog dat theologie niet aan de universiteit thuishoort, verbazen Ludo Schoenmakers. Tijd voor een beetje analyse en een atheïstisch geluid, vindt deze student.

Fred van Lieburg, hoogleraar religiegeschiedenis, heeft een kleine stofwolk doen opwaaien met zijn artikel ‘Religiegeschiedenis moet van god los’ in Advalvas. Daarin betoogt hij dat theologie ‘strikt genomen’ niet thuishoort aan de universiteit. De stofwolk heeft zich publiekelijk gemanifesteerd in de reacties van Advalvas-columnist Nathanael Korfker, VU-hoogleraar Gijsbert van den Brink en UvA-docent sociologie en theoloog David Bos. Allemaal verdedigen zij, in meer of mindere mate, de status quo: de theologische faculteit moet behouden blijven. Volgens mij kunnen we beter zonder.

Laten we bij het begin beginnen. Het gaat van Lieburg om het volgende: ‘Religiegeschiedenis is belangrijk, maar wat is daarbij belangrijker: religie of geschiedenis? Ik denk het laatste.’ We dienen religiegeschiedenis dus niet vanuit het perspectief van de gelovige te bestuderen, maar vanuit het perspectief van de seculiere wetenschapper, of, zoals Van Lieburg het uitdrukt: ‘van God los’. Voor zover de theologie dus een plaats heeft aan de universiteit, is dit als onderdeel van de geesteswetenschappen en de filosofie. De theoloog die haar wetenschap met geloof verdunt hoort hier niet thuis.

Aderlatingen

Enter Nathanael Korfker, met zijn column ‘De luis die theologie heet, moet blijven’. In  eerste instantie lijkt Korfker de weg van ‘respect voor de voorouders’ in te willen slaan: ‘Het is een vreemde uitspraak [van Van Lieburg] als je bedenkt dat de universiteiten praktisch door monniken zijn opgericht.’ Dit is een vreemde redenering. Onze voorouders hebben wel meer prachtigs bedacht, zoals bijvoorbeeld het ziekenhuis. Het lijkt mij echter een teken van vooruitgang dat wij in onze moderne ziekenhuizen niet langer aan aderlatingen doen, of psychisch verwarden voor bezetenen aanzien.  

Korfker vervolgt: waarom onze pijlen op de theologie richten wanneer er een veel grotere mythe aan de universiteit wordt bestudeerd? De ‘mythe van het geld’. Korfker wil onder het motto ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ de theologie behouden zolang we de economische wetenschap behouden. Maar de modus ponens van de een is de modus tollens van de ander: als de economische wetenschap daadwerkelijk wetenschappelijke lariekoek zou blijken, en als zij daarin overeenkomt met de theologie, dan stel ik simpelweg voor om beide weg te doen.

Misschien dat we de theologie een andere rol zouden kunnen geven? De theologie zou kunnen dienen ‘als dienstmaagd van de filosofie’, een idee van de Duitse filosoof en theoloog Friedrich Schleiermacher, aldus Korfker. Hij lijkt er vanuit te gaan dat een goede VU’er zijn Schleiermacher kent, want het hoe en waarom besluit hij niet uit te leggen. Hetzelfde geldt voor zijn opmerking dat de theologie ons zal redden wanneer de ‘filosofische rationalisten’ de overhand krijgen. Hoe die vreselijke filosofische rationalisten de universiteit precies te gronden gaan richten, en hoe de theologie ons gaat redden, blijft geheel onduidelijk.

Zelf-kritisch vermogen

Gijsbert van den Brink, in zijn reactie in dezelfde Advalvas, lijkt het grondiger aan te pakken. Hij vindt dat geesteswetenschappers in het huidige politieke en bestuurlijke klimaat vooral niet ook nog met elkaar moeten gaan steggelen. Nu zou de tijd voor eenheid zijn. Volgens mij draait Van den Brink hier het een en ander om. Zit de waarde van de geesteswetenschappen niet juist in haar kritisch – en dus ook zelf-kritisch – vermogen? Het lijkt me essentieel dat geesteswetenschappers met elkaar discussiëren over de toekomstige vorm van hun wetenschap. Dat is niet de simpele aanval op een zusterfaculteit die Van den Brink erin lijkt te willen zien.

Kijken we naar de discussie over de toekomst van de geesteswetenschappen dan blijkt volgens Van den Brink dat de verschillende geesteswetenschappen elkaar ‘hard nodig hebben’, omdat zij ‘complementair’ aan elkaar zouden zijn. Absoluut. Maar de theologie is slechts een van die geesteswetenschappen voor zover haar theorieën, hypothesen en verklaringen vrij blijven van bovennatuurlijke krachten, waarvan het bestaan met geen enkele wetenschap aan te tonen is.

Laat dit nu net de de kijk op theologie zijn die sinds de achttiende eeuw steeds populairder is geworden, zo leert Bos ons in zijn betoog ‘Religiewetenschap is niet van gisteren’ in de Advalvas van 1 juni. Theologie is eigenlijk godsdienstwetenschap. Bos betreurt vooral dat de verschillende disciplines van waaruit religie bestudeerd wordt te weinig samenwerken. Hoe dan ook, wie de geschiedenis van de VU kent zou volgens Bos weten dat de theologische faculteit er nu eenmaal bijhoort.  

Uitzonderingspositie

Maar wacht even. Als we het eens zijn dat religie aan de universiteit seculier bestudeerd dient te worden, en gegeven dat dit aan de moderne theologische faculteit ook daadwerkelijk gebeurt, vanwaar dat Van Lieburgs stuk dan plots zo veel reacties oproept?

Een klein jaar geleden heb ik de Britse filosoof Michael Ruse een praatje horen geven over de relatie tussen wetenschap en religie als het gaat om het beschrijven van de werkelijkheid. Dit praatje had als ondertitel ‘Five hundred years of retreat.’ U mag raden wie zich terug heeft moeten trekken. Wat Korfker, Van den Brink en Bos alle drie vertegenwoordigen is een elusief soort traditionalisme, waarbij er diep wordt gebogen voor de wetenschap, maar waarbij er ondertussen toch vooral geprobeerd wordt om de theologie en de uitzonderingspositie van het christendom aan de universiteit veilig te stellen. Als dat betekent dat de theologische faculteit moet slinken, of dat zij samen moet werken met de filosofie, of dat zij de seculiere religiewetenschap moet dulden, dan is dat maar zo. Als de faculteit Godgeleerdheid maar blijft.

De theologie verdient deze speciale behandeling helemaal niet. Volgens mij wordt haar waarde snel duidelijk wanneer zij een eerlijke concurrentiepositie ten opzichte van de andere academische disciplines krijgt. Voor de multidisciplinaire religiewetenschap zal terecht aandacht zijn. Misschien zelfs zoveel dat zij niet langer onder te brengen valt bij verschillende faculteiten, maar een eigen faculteit vereist. Voor het wereldbeeld met God als spil is plaats bij de filosofie, maar daar zal de theoloog het zwaar krijgen. Zo zwaar dat de theologie, en in het verlengde daarvan religie, dan misschien eindelijk de plaats aan de universiteit krijgt die zij verdient.

De auteur studeert biomedische wetenschappen en filosofie.

Ludo Schoenmakers

{ Lees de 4  reacties }

hits 27
Door David Bos op 12 juni 2016

Hoe komt Ludo Schoenmakers erbij dat ik zou betreuren "...dat de verschillende disciplines van waaruit religie bestudeerd wordt te weinig samenwerken."? En hoe komt hij erbij dat ik van mening zou zijn "...dat de theologische faculteit er nu eenmaal bijhoort."? Dat heb ik niet geschreven, en ik vind het evenmin. Dat Schoenmakers mij deze meningen toeschrijft, doet vermoeden dat hij liever iets ergens van vindt dan dat hij leest. En over "leest" gesproken: Schoenmakers' deskundigheid in dezen wordt treffend geïllustreerd door zijn kennelijke overtuiging dat 1876 deel uitmaakt van de achttiende eeuw.

Door Remko van der Vos op 13 juni 2016

De slotstelling van het betoog van Fred van Lieburg vind ik hilarisch: Religiegeschiedenis is belangrijker dan religie op zichzelf. Nu vindt elke wetenschapper het eigen onderzoeksgebied uiteraard van belang, maar het lijkt me dat gezien onze huidge wereldproblemen het van belang is om meer dan alleen de geschiedenis van religies te bestuderen. Ook de discipline 'geschiedenis van de wiskunde' bestaat. Is ook dit vakgebied belangrijker dan wiskunde op zichzelf? Wie bepaalt dit en op grond van welke criteria?

Remko van der Vos
student theologie

Door Remko van der Vos op 13 juni 2016

De slotstelling van het betoog van Fred van Lieburg vind ik hilarisch: Religiegeschiedenis is belangrijker dan religie op zichzelf. Nu vindt elke wetenschapper het eigen onderzoeksgebied uiteraard van belang, maar het lijkt me dat gezien onze huidge wereldproblemen het van belang is om meer dan alleen de geschiedenis van religies te bestuderen. Ook de discipline 'geschiedenis van de wiskunde' bestaat. Is ook dit vakgebied belangrijker dan wiskunde op zichzelf? Wie bepaalt dit en op grond van welke criteria?

Remko van der Vos
student theologie

Door Eep Talstra op 03 augustus 2016

Afgelopen maand mei heb ik collega Fred Van Lieburg bedankt voor zijn inaugurele rede als bijdrage aan de theologie. Historisch-kritisch onderzoek van de bijbel en andere religieuze tradities is namelijk wel in de eerst plaats een poging tot onbevooroordeelde analyse. Maar juist daardoor komt men ook de keuzes en standpunten van religieuze gemeenschappen op het spoor. En dat leidt, net als in de literatuurwetenschap of ander Humaniora, tot de vraag hoe een moderne onderzoekr zich tot zo'n traditie van standpunten moet verhouden.
De tegenstelling: òf Theologie, òf van God los is zinloos. Dat wil zeggen: als je geen idee hebt van bijbelwetenschappen, kun je zoiets wel zeggen, maar dan weet je niet echt waarover je praat. Ik heb decennia lang de Hebreeuwse bijbel geanalyseerd met behulp van computerprogramma's en ik besef heel goed dat je daarbij met spirituele sjoemel-software nergens komt. Dus wetenschappelijk zijn we echt niet een soort Jomand's of andere piskijkers die nu naar huis kunnen. Maar na en door zulke analyses kun je gewoon doorgaan en vragen stellen naar de wijze waarop in die oude rommelige teksten en wonderlijke geloofsgroepen God aanwezig is in het menselijk bestaan.
Met Fred van Lieburg kan ik daarover methodoligich heel zinvol discussiëren. Wat mij stoort is dat mensen nu zijn woorden gebruiken om de theologie als vak weg te zetten als een genootschap van kwakzalvers. Dan weet je echt niet waarover je praat.
Eep Talstra
emeritus hoogleraar Oude Testament en 'Bijbel en computer'.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.