Opinie

24 oktober 2016

Sleep Rusland voor de rechter

Nederland moet en kan Rusland voor de rechter slepen om vlucht MH17, vindt Marieke de Hoon.

Het Joint Investigation Team (JIT) presenteerde onlangs belangrijke bevindingen over het neerhalen van vlucht MH17: het wapen en de locatie. Tevens gaf dit team aan dat het honderd betrokkenen heeft geïdentificeerd, maar dat meer onderzoek nodig is om te kunnen bewijzen wie precies wat heeft gedaan, en met welke kennis en intentie. Dat zal nog een hele kluif worden, net als het uitgeleverd krijgen van verdachten. 

Terecht verklaarde hoofdofficier Westerbeke dat hij niets wilde zeggen over de betrokkenheid van de Russische staat. Dat is niet de rol van het Openbaar Ministerie (OM): dat kan alleen individuele daders voor de rechter brengen, geen staten. Maar daarmee is de kous niet af. Het JIT-onderzoek is namelijk ook belangrijk voor een juridische procedure tegen Rusland bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Dit kunnen nabestaanden doen, die dan wel eerst in Rusland zelf een procedure moeten beginnen om aan het Hof in Straatsburg te kunnen laten zien dat nationale procedures zijn uitgeput. Maar ook de Nederlandse staat kan die procedure voeren: namens alle slachtoffers, ongeacht nationaliteit. En gegeven de ernst van de schendingen, zou het Nederland niet misstaan dit op z’n minst serieus te overwegen, ook al zijn de spanningen met Rusland hoog.

Nu het JIT zegt dat bewezen kan worden dat het wapen van Russische makelij is, door Russisch grondgebied werd aan- en afgevoerd en werd gelanceerd vanaf een locatie die door pro-Russische separatisten werd gecontroleerd, valt Russische betrokkenheid niet te ontkennen. Het is simpelweg ondenkbaar dat zo’n omvangrijk wapensysteem in handen valt van private partijen en over Russisch grondgebied wordt vervoerd zonder dat Rusland hiervan wist of had moeten weten. Dan heeft Rusland ten minste een zorgplicht ten aanzien van de mogelijke burgerslachtoffers die door dat wapensysteem kunnen vallen. Zowel voor het nemen van maatregelen om te voorkomen dat er burgerslachtoffers vallen, als door het instellen van effectief onderzoek doen achteraf. 

Nader onderzoek van het JIT kan hopelijk uitwijzen welke rol Russische militairen en separatisten precies hebben gespeeld. Maar in tegenstelling tot een strafzaak tegen individuele daders is bij het EHRM bewijs voor de intentie van daders niet nodig. Sterker nog, Rusland zal zelf moeten aantonen dat het de vereiste voorzorgsmaatregelen heeft genomen.

De route naar Straatsburg moet natuurlijk niet in plaats van de strafzaken tegen de individuele daders komen, maar parallel! Beide gebruikmakend van het bewijs dat het JIT verzamelt, en elkaar versterkend als er op de ene of de andere route een succesvolle uitspraak komt.

Als de verantwoordelijkheid van Rusland al wel op basis van strafrechtelijk onderzoek succesvol kan worden bewezen, kan het OM proberen afspraken te maken met Straatsburg om dit bewijs vertrouwelijk te delen, zodat deze zaak al eerder kan beginnen.

Rutte geeft nu aan dat Nederland strafzaken afwacht. Niet terecht: die kunnen lang op zich laten wachten en dan moeten de nabestaanden het zelf rooien. Ook al is dit diplomatiek gevoelig en zijn de spanningen met Rusland al huizenhoog, sommige gevechten zijn het waard om te vechten. Het gaat hier om serieuze rechtsschendingen waarover een rechter zich kan uitspreken. Zowel de individuele daders aanpakken via het strafrecht als betrokken staten via Straatsburg aanspreken, horen bij de belofte van ‘de onderste steen boven halen’. 

Marieke de Hoon is universitair docent volkenrecht.

Marieke de Hoon

hits 2

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.