Samenwerking is nou net hét probleem in de zorg

OPINIE

04 september 2018

Samenwerking is nou net hét probleem in de zorg

Gemeenten moeten inzien dat er geen makkelijke oplossing is voor complexe problemen van burgers, vinden Hans Bosselaar en Duco Bannink.

De Nationale Ombudsman sloeg dit voorjaar alarm over de gemeentelijke zorg. Wie hulp zoekt raakt al gauw verstrikt in een kluwen van regels. Regels bedacht door bureaucraten en hokjesdenkers, die voornamelijk hun eigen doelen en manieren van werken centraal stellen. Samenwerking tussen de betrokken organisaties zou de zaak sterk verbeteren. Maar dat is nou juist het probleem.

Bij duizenden gezinnen komen vele hulpverleners tegelijk over de vloer; van schuldhulpverleners, arbeidsmarktbemiddelaars tot gezinscoaches. Allemaal ‘ingekocht’ door de gemeente of de zorgverzekeraar en allemaal werkend vanuit hun eigen visie, aanpak en procedures. De gezinnen worden er hoorndol van. En zelfs de professionals van de wijkteams zien zo langzamerhand door de bomen het bos niet meer.

Gelukkig heeft de Ombudsman de oplossing. Hij adviseert gemeenten per direct over te gaan op ‘integraal werken’. Dat kan bijvoorbeeld doordat organisaties samen één loket opzetten waar burgers met hun zorgvraag terecht kunnen. ‘Achter’ dit loket worden de werkzaamheden verdeeld. Kortom, de Ombudsman pleit voor meer samenwerking binnen en tussen organisaties. Dat is vreemd: omdat de samenwerking al jaren niet van de grond komt.

Voortdurend komen onderzoekers en adviseurs met dezelfde aanbeveling. We moeten naar een diepgaander diagnose en een oplossing die meer recht doet aan de aard en de moeilijkheden van samenwerken.

Het belang van samenwerken door professionele organisaties, maatschappelijke bewegingen en de overheid is nog nooit zo groot geweest. Dit komt doordat de kennis en de mogelijkheden om problemen aan te pakken zich op allerlei plaatsen bevinden.

Zo zijn deskundigen op het terrein van duurzaamheid al lang niet meer alleen werkzaam bij de overheid of bij kennisinstituten. Individuele burgers, lokale milieugroepen en innovatieve ondernemingen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen en toepassen van nieuwe ideeën.

Alle partijen zoeken partners met wie ze hun doel het best kunnen realiseren. Meestal is de uitkomst van de samenwerking niet optimaal, omdat de partners ook zo hun eigen visie en belangen hebben. Maar helemaal niet samenwerken is vaak geen optie. Het is een proces van passen en meten, dat we kennen van de samenwerking binnen de EU.

Dit proces is heel anders in het lokale sociaal domein. Daar bepaalt de overheid of zorgverzekeraar veelal welke partners moeten samenwerken en wat de beoogde uitkomst is. Zo worden professionals en hun organisaties in veel gemeenten min of meer gedwongen om samen te werken in en met wijkteams. De betrokkenen zijn gek als ze niet meedoen, want dan weten ze zeker dat ze hun eigen doel niet bereiken en tegelijkertijd hun financiële belang schaden. En dus belooft elke partner om volop te gaan samenwerken, om vervolgens het eigen specialisme en de eigen belangen voorop te stellen.

Gemeenten doen er goed aan hun partners niet te dwingen tot meer samenwerking, maar hiervoor wel ruimte te bieden. Tegelijkertijd moeten zij steeds alert zijn op de onvoorziene gevolgen van de keuzes die zorgverleners maken. Cliëntenondersteuners, sociale raadslieden, cliëntenraden en noodfondsen kunnen hierbij een rol spelen. Maar ook zij zullen keuzes maken. Het is de realiteit waarmee we moeten leven.

Hans Bosselaar is senior onderzoeker en Duco Bannink is universitair hoofddocent aan de VU-afdeling Bestuurswetenschap & Politicologie.

Auteurs van 'Het Probleem Samenwerken', Boom Bestuurskunde, 2018.

Een uitgebreide versie van dit opiniestuk is eerder verschenen in dagblad Trouw.

Hans Bosselaar en Duco Bannink
hits 378

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.