Opinie

25 april 2016

Religiegeschiedenis moet van God los

Religiegeschiedenis is te belangrijk om over te laten aan theologen.

Religiegeschiedenis is belangrijk, maar wat is daarbij belangrijker: religie of geschiedenis? Ik denk het laatste, ervan uitgaande dat het uiteenlopende zaken zijn. Dat is niet altijd zo geweest. Eeuwenlang was alle geschiedenis religieus, heel het menselijk gebeuren onderdeel van een bovennatuurlijke werkelijkheid. De geschiedenis had een goddelijke oorsprong en een moreel einddoel, veelal een tweedeling van de mensheid.

Voor veel tijdgenoten is dit nog steeds zo en zal het zo blijven tot in lengte van dagen. Alleen daarom al is en blijft het nodig om religie te begrijpen in al haar facetten en op alle niveaus. Tegelijkertijd is voor veel mensen een ‘intelligent ontwerp’ of een ‘laatste oordeel’ niet meer aan de orde. Sinds de Verlichting is het verleden niet zonder meer religieus geladen. Geschiedenis wordt ‘van God los’ bestudeerd. Politiek, economie, cultuur horen erbij – en ook religie. In onderwijs en onderzoek zijn algemene (wereld)geschiedenis en (god)gewijde geschiedenis formeel en inhoudelijk gescheiden.

Natuurlijk is en blijft er ook wetenschap en geschiedbeoefening in religieuze zin. Godgeleerdheid, theologie en kerkgeschiedenis zijn de vlaggen waaronder op een gelovige, godgewijde of teleologische (finalistische) manier wordt gereflecteerd op vormen van zingeving. Filosofen doen dat evengoed, zij het zonder de hypothese van Gods agenda. Theologen en/of gelovigen beweren dan vaak dat zij religiegeschiedenis begrijpen vanuit de binnenkant, terwijl anderen slechts de buitenkant zien. Deze vlieger gaat niet op, want iedere wetenschapper is geroepen de dingen in beide dimensies te doorgronden.

Strikt genomen hoort theologie aan een universiteit niet thuis. Omdat wetenschap bedoeld is voor de samenleving, is haar een aanleunwoning gegund. Geloof, waarheid en identiteit houden mensen en groepen intens bezig. Dat mag ook op het hoogste niveau van kennisvorming, waartoe de universiteit op aarde is. Zeker de VU slooft zich uit om allerlei kerken en stromingen te bedienen in hun behoefte aan academische bestaansverheldering, groepsbinding en leiderschapsvorming.

Maar wat moet de rest van de samenleving hiermee? De meeste mensen hebben geen boodschap aan vastliggende tradities of georganiseerde godsdiensten. Moeten seculiere studenten die geen zin hebben theologie of religiestudies te volgen, niets leren over de historische en actuele betekenis van religie als machtige drijfveer van menselijk handelen in alle tijden en plaatsen? Oude en nieuwe media staan vol van goede en kwade uitingen van religieus gemotiveerd denken en doen. Om op wetenschappelijk niveau te spreken over goed en kwaad en te begrijpen wat religie met mensen doet, heb je alle soorten specialisten nodig. Niet alleen theologen, al kunnen we hun expertise goed gebruiken.

Gelukkig krijgt religie aandacht in allerlei mens- en maatschappijwetenschappen. En sommige theologen bedrijven gewoon religiewetenschap op de manier van niet-theologen. Omdat de factor tijd verbindend is in alle menselijke en maatschappelijke processen, worden historici – specialisten in tijd en (on)gelijktijdigheid – ook in het domein van religie bij uitstek uitgedaagd om de eenheid van kennis na te streven. Religiegeschiedenis is daarom belangrijker dan religie op zichzelf en kan niet aan het religiespecialisme van vroeger worden overgelaten. Of gaan theologen eindelijk – niet pas in de eindtijd – religie te belangrijk vinden om over te laten aan geesteswetenschappers?

Fred van Lieburg is hoogleraar religiegeschiedenis aan de faculteit Geesteswetenschappen. Zijn oratie staat op www.religieschiedenis.nl

hits 8

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.