Opinie

07 maart 2016

Referendum Oekraïne voor iedereen onbevredigend

Het referendum over de associatieovereenkomst met de Oekraïne zal het politieke vertrouwen van de burger eerder ondermijnen dan versterken.

 

Al sinds 2008 wordt er onderhandeld over een associatieovereenkomst tussen de Oekraïne en de Europese Unie. Op 21 maart 2014 werd deze overeenkomst na veel hobbels onderweg uiteindelijk alsnog gesloten. De associatieovereenkomst is de inzet van een geopolitiek spel tussen de EU en Rusland en scheurde het toch al verdeelde land verder uiteen.

Op 6 april mag de Nederlandse bevolking zich uitspreken over deze overeenkomst in een referendum. Maar waar stemmen we nu precies over op 6 april? Is het slechts een veredeld handelsverdrag of zet het de deur wagenwijd open voor EU-lidmaatschap? Of gaat het referendum eigenlijk over het democratisch tekort van de Europese Unie?

De Oekraïne maakt deel uit van het nabuurschapsbeleid van de EU. Dit werd ontwikkeld na de grote uitbreiding van de EU in 2004 met 10 lidstaten uit Oost-Europa. Het achterliggende idee: hoe kunnen we politiek-economische banden versterken zonder EU-lidmaatschap aan te bieden?  De ‘golden carrot’ van EU-lidmaatschap was niet langer beschikbaar; het nabuurschapsbeleid moest een ‘silver carrot’ worden.

De associatieovereenkomst vervangt de partnerschap & samenwerkingsovereenkomst uit 1998 en beoogt een vergaande nauwe politiek-economische samenwerking. Hoewel er politici zijn die Oekraïne graag tot kandidaat-lid zouden maken, brengt de associatieovereenkomst geen verandering in de status van Oekraïne. En zelfs al was dat zo, deze kandidaat-status leidt niet noodzakelijkerwijs tot een snelle toetreding, zoals de casus van Turkije (kandidaat-lid sinds 1987) laat zien.

Toch, in vergelijking met de eerdere associatieovereenkomsten met Israël en Libanon, zijn er belangrijke verschillen die onderstrepen dat de overeenkomst met Oekraïne verder gaat dan slechts handel. Met name de preambule (inleiding) onderstreept dat. Enerzijds wordt het speciale karakter van de relatie met Oekraïne benadrukt. Anderzijds houdt men een toezegging tot EU-lidmaatschap af.

Voor de initiatiefnemers van het referendum is het onderwerp (de overeenkomst met Oekraïne) slechts secundair – het gaat hen bovenal om een algemeen onbehagen over de democratische legitimiteit van de EU, over ‘sluipende bevoegdhedenoverdracht’. Het is inderdaad van groot belang om, in een meerlaags politiek systeem zoals de EU, waakzaam te zijn als het gaat om democratische controle. Maar juist deze overeenkomst is democratisch gezien wel legitiem.

De parlementaire steun voor deze overeenkomst was groot, zowel in het Nederlandse als het Europees Parlement. Met uitzondering van de Partij van de Dieren, de SP en PVV stemden de Nederlandse politieke partijen voor de overeenkomst. Tegen deze achtergrond is het moeilijk om de associatieovereenkomst met Oekraïne te beschouwen als een democratisch zwart gat. Als je het democratisch tekort van de EU aan de orde wilt stellen, is deze overeenkomst niet het geëigende onderwerp. Kortom, de overeenkomst en het referendum zijn beide ambivalent.

De kans is groot dat dit raadplegend referendum, meteen na introductie, uitloopt op een onbevredigende ervaring voor alle betrokken partijen, zowel wat betreft de inzet van een referendum als de consequenties ervan. Dit dreigt het vertrouwen van burgers in de politiek eerder te ondermijnen dan te herstellen.

Trineke Palm is promovendus bij politicologie. Ze doet onderzoek naar de rol van de Europese Unie in de wereldpolitiek

hits 2

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.