Opinie

24 februari 2020

Ouderenzorg vraagt om omdenken

reacties 0

Het vraagstuk van de ouderenzorg wordt alleen maar groter. Hoe moet het verder? We willen immers voldoende zorg en goede zorg. Kan dat? Zeker, maar we moeten wel anders gaan denken om de kansen te zien, vindt Henk Nies.

De kwaliteit en de kwantiteit van de ouderenzorg zijn geregeld in het nieuws: kwaliteitsproblemen, wachtlijsten, personeelstekorten, te weinig geld. De vergrijzing doet geleidelijk haar werk.

Vergrijzing is niet alleen de oorzaak van een probleem, maar ook een deel van de oplossing. Dat we ouder worden is op zich een geschenk, zoals de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving onlangs stelde. Wel zijn er grote, niet te negeren verschillen tussen mensen met hoge en lage inkomens. Gemiddeld zijn we ook langer gezond. Dat is een belangrijk gegeven. De meeste zorg hebben we immers in de pakweg laatste vijftien jaar van ons leven nodig. In de periode daarvoor werken we langer en is er meer ruimte voor vrijwilligerswerk. De demografen Spijker en MacInnes rekenden voor Schotland uit dat als je het aantal mensen dat statistisch gezien nog vijftien jaar te leven heeft, afzet tegenover het aantal mensen dat daadwerkelijk werkt, er een even groot deel van de bevolking voor zorgtaken beschikbaar blijft. Het potentieel is er dus.

Een tweede punt is dat nu de meeste aandacht in de ouderenzorg gaat naar de mensen die de meeste zorg nodig hebben. Logisch zou je denken. Maar eerdere inzet van zorg is misschien slimmer. Het in Scandinavië en enkele andere landen overgevlogen reablement is daar een vorm van. Het richt zich op ouderen die kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname of gedurende een geleidelijk proces van achteruitgang. Zij krijgen in korte tijd heel intensief hulp om de draad weer op te pakken en zo zelfstandig mogelijk te worden. Geen Tafeltje-Dek-Je, maar zelf leren koken ondanks bijvoorbeeld een halfzijdige verlamming. Deze werkwijze komt sterk op in Scandinavië, maar ook het Verenigd Koninkrijk, Australië en enkele plaatsen in Nederland. Het vergt een gezamenlijke aanpak van de thuiszorg, ergo- en fysiotherapie, welzijnswerk en artsen. Er zijn aanwijzingen dat reablement de vraag naar opname in verpleeghuizen vermindert.

Een derde kans is het versterken van sociale verbanden. Dat kan door nieuwe woonvormen, waar mensen elkaar meer ontmoeten. Het kan ook door kwetsbare mensen in contact te brengen met anderen die wel een handje willen helpen. Maar een hulpvraag stellen is moeilijk: wie kun je vragen en durf je het? Het is wel nodig; anders komt er niemand! Het is belangrijk om mantelzorgers te ondersteunen om te voorkomen dat ze roofbouw op zichzelf plegen, waardoor het verpleeghuis nog het enige alternatief is.

De maatregelen voor voldoende goede ouderenzorg vragen om omdenken langs meer sporen. De commissie-‘Toekomst zorg thuiswonende ouderen’ onder leiding van Wouter Bos, heeft daar recentelijk verstandige dingen over gezegd. Maar met een rapport waarin een commissie omdenkt ben je er niet. Het is een opgave voor de samenleving en niet alleen iets voor de zorg. Het raakt de politie, supermarkten, openbaar vervoer, woningbouw en ga zo maar door. Het is een groot vraagstuk dat veel kleine stappen vraagt, stappen vanuit een ander perspectief op de kansen die er ook zijn.

De auteur is bijzonder hoogleraar organisatie en beleid van zorg, bij de afdeling Organisatiewetenschappen, faculteit Sociale Wetenschappen. Hij is ook directeur Strategie & Ontwikkeling bij Vilans, kenniscentrum voor langdurende zorg.

Henk Nies /

{ Lees de 0  reacties }

hits 75

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.