Opinie

19 november 2019

Niet wachten met lezen tot een kind er 'rijp' voor is

Stimuleer kinderen om te lezen en schrijven. Dat is veel beter dan afwachten, vindt Bert van Oers.

Ontwikkelings- en leespsycholoog Ewald Vervaet deed in dagblad Trouw een voorstel om het lerarentekort op de basisschool te verminderen. Hij suggereerde jonge kinderen langer te laten ‘groeien’, totdat ze rijp zijn om te gaan lezen en schrijven. De intrede in de basisschool kan dan later plaatsvinden. We hebben dan voor jonge kinderen minder pedagogisch medewerkers nodig. Dat scheelt weer formatie.

Er valt nogal wat af te dingen op dit idee. Om te beginnen zitten jonge kinderen niet alleen op school om te leren lezen en schrijven. Juist op jonge leeftijd leggen kinderen bijvoorbeeld de basis voor hun sociale ontwikkeling en hun mondelinge taalvaardigheid. Daarvoor hebben ze anderen nodig die hen daarin stimuleren en hen op professionele manier kunnen ondersteunen. Drie- en vierjarigen profiteren daarvoor van  medeleerlingen en een stimulerende leerkracht. De mondelinge taalvaardigheid beïnvloedt ook weer de ontwikkeling van positieve sociale relaties.

Juist als we kijken naar de ontwikkeling van de mondelinge taalvaardigheid zien we dat wachten tot de kinderen er rijp voor zijn een gevaarlijk idee is. We praten al tegen jonge kinderen vanaf hun geboorte. Zijn ze er dan al rijp voor? Waarschijnlijk niet, maar worden benaderd als een spreker is al een belangrijke impuls. Ze hebben vanaf hun geboorte iemand nodig die voor hen uitloopt en richting en hulp biedt waar ze het zelf nog niet kunnen. Hetzelfde geldt voor processen als leren rekenen, schrijven en lezen.

Vervaets afkeer van dit soort stimuleren berust op zijn streng individualistische beeld van kinderen. Alsof die pas iets nieuws kunnen leren als ze basale voorwaarden zelfstandig beheersen. Hij onderschat daarmee de kracht van betekenisvolle hulp.

Het probleem met het gangbare leesonderwijs is vaak dat de lees-, spellings- en schrijftaakjes voor de leerlingen zijn losgezongen van hun werkelijkheid. Daardoor zijn die taakjes vaak betekenisloos. En dat is geen goed uitgangspunt voor leren lezen en zin krijgen in lezen.

Als we kinderen in het kader van hun spel ondersteunen, wanneer ze de behoefte krijgen aan lezen en schrijven (bijvoorbeeld bestellingen opnemen in een restaurantspel), is die handeling en de hulp daarbij voor de kinderen een betekenisvol stapje in het leren lezen en schrijven. Soortgelijke processen zijn te zien bij driejarigen die beginnen te rekenen. Een goede stimulering en betekenisvolle hulp zijn daarbij essentieel. Dus ga niet zitten wachten tot we de eerste signalen van rijpheid zien. Dat is riskant.

Tja, het lerarentekort wordt niet opgelost door leerprocessen in een spelcurriculum in te bedden. We hebben juist méér goed opgeleide leerkrachten nodig die zicht hebben op de betekenisgeving van kinderen, weten hoe ze kinderen in hun spel kunnen stimuleren. Het vraagt inderdaad om vernieuwingen in het curriculum van de pabo, meer nascholing.

En ja, dat kost geld, maar het gaat om de toekomst van onze kinderen en onze samenleving. De oplossingen van Vervaet zijn te simpel en uiteindelijk desastreus, omdat ze vermoedelijk de verschillen tussen kinderen vergroten. Het is te hopen dat scholen en beleidsmakers er niet te snel in meegaan. Bezint eer ge begint.

Bert van Oers is emeritus bijzonder hoogleraar cultuurhistorische onderwijspedagogiek.

Dit is een bewerkte versie van zijn opiniestuk dat eerder is verschenen in dagblad Trouw.

Bert van Oers

hits 108

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.