Opinie

30 september 2015

Neem geen lening op de natuur

De overheid komt met een nieuw stikstofbeleid. Maar of ze hiermee natuurwinst boekt, is zeer de vraag.

Stikstof komt vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen, zoals in het verkeer, in de industrie en bij de productie van energie. Een tweede belangrijke emissiebron is het gebruik van mest en kunstmest in de landbouw. Die stikstof komt in verschillende vormen terecht in onze leefomgeving. En dat heeft ernstige gevolgen. Zo verspreidt ammoniak zich door de lucht, en die slaat neer in natuurgebieden, waardoor de biodiversiteit aangetast wordt. Stikstof draagt ook bij aan lucht- en waterverontreiniging zowel in het grond- als oppervlaktewater, met als grote uitschieter de zogeheten ‘dead zones’ in kustgebieden. Verder is stikstof medeveroorzaker van klimaatverandering en aantasting van de ozonlaag. De totale jaarlijkse maatschappelijke schade als gevolg van stikstofdepositie in de Europese Unie wordt door het Planbureau voor de Leefomgeving geschat op 70 tot 320 miljard euro. Als we dit doorvertalen naar de kostprijs van ons voedsel met het stikstof-footprintmodel (www.n-print.org), betekent dit bijvoorbeeld dat een pak melk dat nu ongeveer 1 euro kost eigenlijk 1,40 euro zou moeten kosten om de stikstofschade te compenseren. Broccoli moet dan 1,70 euro in plaats van 1,50 euro per kilo kosten. Dergelijke extra kosten zijn nu onzichtbaar en worden nu indirect door burgers via belastingen gedragen.

De Nederlandse situatie is ongunstiger dan elders. Dit heeft te maken met onze hoge bevolkingsdichtheid, intensieve landbouw, forse industrie en het drukke verkeer. Het Nederlandse beleid heeft de hoeveelheid stikstof in de afgelopen decennia succesvol teruggedrongen, maar dit proces lijkt de laatste jaren te stagneren. Ons onderzoek aan de VU laat zien dat de stikstofemissie de afgelopen tien jaar niet meer afgenomen is en er zijn grote twijfels over de effectiviteit van de maatregelen in de landbouw. Bijna iedere economische uitbreiding in de landbouw, het verkeer of de industrie wordt momenteel belemmerd door de stikstofbelasting op de natuur: dergelijke veranderingen zorgen voor meer stikstofemissie en dus meer verontreiniging.

Om toch extra economische bedrijvigheid mogelijk te maken, is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in het leven geroepen: een zeer complex rekensysteem, waarbij ‘stikstofruimte’ gecreëerd wordt door te anticiperen op een toekomstige daling van stikstofemissies als gevolg van het ingezette beleid. Daarnaast moeten er grootschalige maatregelen genomen worden om de natuur te herstellen.

Bij de PAS gaat de overheid er dus op voorhand vanuit dat haar beleid succesvol is en dat de ecologische herstelmaatregelen sowieso effect hebben op de stikstofemissies. Een deel van de theoretisch behaalde ‘stikstofruimte’, wordt weggegeven om extra economische activiteit te kunnen toestaan.

Eigenlijk ‘lenen’ we dus van de natuur, door op deze wijze te rekenen op de effectiviteit van beleid. Dit is gevaarlijk, want wie garandeert dat er werkelijk natuurwinst optreedt? De overheid zou nú al met alternatieven moeten komen voor het geval dat de stikstofemissie niet of minder afneemt. Het stikstofprobleem moet je niet curatief, maar preventief aanpakken.

We hebben al lang genoeg geleend van de natuur.

Jan Willem Erisman is bijzonder hoogleraar integrale stikstofstudies aan de VU

hits 32

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.