Opinie

04 november 2019

Klimaatbeleid en draagvlak moeten allebei

Je kunt niet wachten met klimaatbeleid totdat er breed draagvlak is. Draagvlak moet zich mettertijd vormen. Hopelijk heeft dit kabinet voldoende ruggegraat om door te zetten, stelt Jojanneke Vanderveen.

Het Sociaal Cultureel Planbureau toonde in juni aan dat de steun voor klimaatbeleid afkalft nu het menens wordt. Dit beeld werd bevestigd door cijfers van het Hier-klimaatbureau, waaruit bleek dat Nederlanders minder positief zijn geworden over gasloos wonen. Dit maakt de verantwoordelijkheid voor de overheid groter en ingewikkelder: de urgentie van de klimaatcrisis vraagt om handelen. Helaas moet de steun van burgers daarom nu al doende verworven worden.

De regering hecht sinds het begin van de onderhandelingen over het Klimaatakkoord sterk aan draagvlak voor de plannen. Terecht. ‘De grote verbouwing van Nederland’ kan alleen slagen als gezinnen en bedrijven bereid zijn samen met de overheid vaart achter deze grote transitie te zetten. In dat licht is het verontrustend dat het draagvlak meer onder druk lijkt te staan naarmate de klimaatambities groter en concreter worden.

Tegelijkertijd is het ook logisch. Het beleid begint zogezegd achter de voordeur te komen. Tot nu toe konden mensen ‘gratis’ voorstander zijn. Inmiddels zal men de portemonnee moeten trekken, en dat verandert de zaak. Dat mensen zich zorgen maken over wat er van hen gevraagd zal worden, is niet verwonderlijk. De regering mag deze zorgen niet negeren, en doet dat ook niet.

Elk nieuw klimaatrapport laat zien dat het tegengaan van de opwarming van de aarde nog urgenter is dan we al dachten. De overheid heeft daarom niet de luxe om klimaatbeleid uit te stellen totdat mensen het wel zien zitten, of om dit beleid zo traag uit te voeren dat het geen zorgen oproept. De schouders moeten eronder, en gauw.

De overheid zit in een lastig parket: ze moet zowel ambitieus handelen als draagvlak verwerven. Hoe? Door gewoon te beginnen, en al doende zorgen weg te nemen. Een terugblik op de transitie van kolen naar aardgas biedt inspiratiemateriaal voor de opgave waarvoor we nu staan, zelfs al was die opgave van kleinere omvang. Het tv-programma Tegenlicht liet in februari zien hoe de overheid in de jaren zestig monteurs van huis tot huis liet gaan om alle fornuizen, branders en haarden om te bouwen. Een dergelijke mentaliteit van aanpakken bij de overheid is ook nu strikt noodzakelijk.

Als de overheid zo daadkracht toont, en de primaire verantwoordelijkheid voor handelen op zich neemt, trekt het draagvlak vermoedelijk bij. Helderheid over de inzet van de overheid neemt een oorzaak van de afnemende steun weg: onzekerheid over wat de transitie voor mensen persoonlijk zal betekenen. De plannen in het Klimaatakkoord voor wijkgerichte aanpakken en het ontzorgen van woningeigenaren hebben potentie, maar moeten hun waarde nog bewijzen. Het politieke klimaat vraagt erom dat de overheid deze waarde snel laat zien. Als zorgen niet wegebben voor de verkiezingen in 2021, zou dit zomaar electorale gevolgen kunnen hebben die goed klimaatbeleid onwaarschijnlijker maken.

Het Klimaatakkoord biedt ruimschoots aanknopingspunten voor een voortvarende, coördinerende rol voor de overheid. Hopelijk heeft dit kabinet voldoende ruggegraat om door te zetten, ook nu dat misschien niet direct bij de volgende peiling de grootste populariteit met zich meebrengt.

De auteur is promovenda politieke filosofie aan de VU.

Dit is een bewerkte versie van haar opiniestuk dat eerder is verschenen in dagblad Trouw.

Jojanneke Vanderveen

hits 77

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.