Opinie

18 juni 2019

Je moet je hier veilig en vrij voelen

Een universiteit moet een ‘safe ánd free space’ zijn, zowel voor studenten als medewerkers. ‘Als je niet vrij bent, kun je ook niet vrij denken’, vindt Johan Lievens.

Een meldpunt voor linkse docenten, de Nashville-verklaring, studenten die aangeven “vijandigheid” te ervaren van docenten of studiegenoten. Het zijn uitdagende tijden voor een universitaire gemeenschap. Toch trok een VU-debat over de politisering van de wetenschap amper volk. Jammer, want het is een kwestie die ons allen aangaat.

Ik hoor in de weergave van het debat in Advalvas de echo van discussies die ik eerder met studenten en docenten had in Amsterdam, in Leuven, waar ik zelf vandaan kom, en in de Verenigde Staten, waar ik een tijdje heb gestudeerd.

Een universiteit heeft de moeilijke opdracht twee verschillende missies zo goed mogelijk te volbrengen. Enerzijds moet zij een onderwijscontext creëren waarin studenten optimaal kunnen leren en leven – hetgeen een minimum aan veiligheid en aanvaarding vergt. Anderzijds moet de universiteit maximaal inzetten op vrijheid van gedachten om via open debat en discussie tot betere, wetenschappelijke inzichten te komen.

Die missies botsen nogal eens. Wat moet je als universiteit met de Nashville-verklaring? Louter theologisch-wetenschappelijk is dat ongetwijfeld een interessant document. Als je als onderzoeker geen standpunt kunt innemen over zo’n tekst – of als slechts één standpunt wordt toegelaten – vormt dat een stevige aantasting van het vrije debat. Voor lgbt-studenten kan de ondertekening van zo’n verklaring door een docent daarentegen een stevige aantasting zijn van hun ervaring als student. Studenten moeten kunnen studeren zonder zich zorgen te maken over wie ze zijn of wat ze voelen, dat lijkt me een essentieel streven voor een universiteit. Als die geen veilige ruimte is om vrij te zijn, kun je er ook niet vrij denken.

Ook binnen de missie om studenten en medewerkers de vrijheid te geven zichzelf te zijn, ontstaat nogal eens spanning. De roep van de een om een veilige omgeving en de vrijheid om zichzelf te zijn (in voorkeuren en geloof) botst meer dan eens met de (politieke) opvattingen van de ander over kentekens in de publieke ruimte of de rol van overheid en universiteit.

De universiteit dreigt in dat soort discussies tweemaal te verliezen. Het is verdomd jammer dat een gesprek strandt met gefrustreerde vragen als: “Is dat nou ook al racisme? Mag dat nu ook al niet meer?” Aan zo’n contacten hou je noch het genoegen over om via vrije discussie tot nieuwe inzichten te komen, noch een prettige omgeving waarin je met een minimale geborgenheid je universiteitstijd kunt doorbrengen.

Ik denk dat het anders kan. Allereerst moet de universitaire gemeenschap de beide missies onderschrijven. Daarbij moet zij met nieuwsgierige terughoudendheid in het debat stappen: al te vaak is onbegrip te herleiden tot een mismatch tussen de goede intenties van de ene partij en de scherpe impact ervan bij de andere. En ten slotte moeten we ook de eigen positie willen en kunnen bevragen. In de moeilijke gesprekken over huidskleur en gender betekent dat onder meer voor mezelf: beseffen dat ik niet alle perspectieven ken of ervaar; dat er drempels bestaan die ik niet ervaar. Empathie en kritische nieuwsgierigheid zijn de recepten om van de universiteit een vrije en veilige plek te maken.

De auteur is universitair docent rechten aan de VU.

Johan Lievens

hits 110

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.