Integriteit van bestuur moeten we serieus nemen

OPINIE

16 april 2018

Integriteit van bestuur moeten we serieus nemen

We reageren scherp op incidenten van politici die over de schreef gaan, maar structurele aandacht voor integriteit ontbreekt, stelt Leo Huberts.

Hoe zit het met de aandacht voor integriteit in ons openbaar bestuur? In 2017 kwamen in Nederland 39 politici in opspraak, blijkt uit onze politieke integriteitsindex, de meeste van hen lokale bestuurders. Met recentelijk nogal wat affaires ook rond (kandidaat-) gemeenteraadsleden. Het thema is dan even prominent aanwezig, maar de aandacht ebt weg, zonder serieus vervolg wat betreft het beleid om integriteit te bevorderen en schendingen tegen te gaan.
Beetje simpel wellicht, maar hoe vaak komen de woorden ‘integer, integriteit en goed besturen’ voor in verkiezingsprogramma’s en coalitieakkoorden? De laatste landelijke verkiezingen: 0x bij VVD, 2x bij CDA, 6x bij D66 en 2x bij ChristenUnie (samen in Rutte-III), het beeld bij andere partijen stemt niet vrolijker (Groen Links 0, PvdA 0). Lokaal is het beeld niet veel anders (Amsterdam: GL 0, D66 4, VVD 1, PvdA 0, SP 0). In de 71 pagina’s van het regeerakkoord van Rutte-III komt het woord integriteit slechts één keer voor, en dan gaat het over het bestuur in de Nederlandse Cariben.
Kortom, elk incident leidt tot veel publiciteit, soms ferme reacties en veel mooie woorden, met vaak ook ingrijpende gevolgen voor de politici die over de schreef gingen, maar structureel is die aandacht er niet. De vraag hoe we de schending hadden kunnen voorkomen, komt veel minder aan de orde. Die blinde vlek is opmerkelijk, ook vanuit de veronderstelling dat het waarmaken van de vele plannen afhankelijk is van het vertrouwen in ons bestuur en dat begint met politici die integer en in het publieke belang handelen. Daarom moet integriteit serieus op de agenda komen.
Daarvoor moet ons systeem, dat de integriteit van ons bestuur dient te bevorderen, naar behoren werken.
Het gebrek aan structurele aandacht voor integriteit heeft zijn uitwerking binnen kwetsbare overheidsorganisaties, zoals de politie en de douane. Ze worden geconfronteerd met nieuwe typen integriteitsschendingen en zijn erg zoekend naar hoe ze daarmee om moeten gaan.
Ten slotte ontbreekt het ons ook nog steeds aan een goed systeem om klokkenluiders te beschermen, met als symbool Fred Spijkers die vanaf 1984 (!) slachtoffer is van zijn inzet, met ondertussen een onbeholpen zoektocht vanuit ons bestuur, inclusief de vorige minister, om tot reële oplossingen te komen. Het vorige kabinet bracht ons een ‘Huis voor Klokkenluiders’, maar ondertussen fiks bezuinigend op de eerder beschikbare inzet voor het integriteitsbeleid. Het Huis functioneert niet, een interim-manager moet proberen een herstart te bewerkstellingen, crisis alom.
De nieuwe minister van Binnenlandse Zaken zou aanjager moeten zijn in het bevorderen van de integriteit en kwaliteit van ons bestuur. Kajsa Ollongren zou de nieuwe Ien Dales moeten willen zijn, de minister die alom werd geprezen voor het agenderen van integriteit en corruptie in de jaren negentig. Ollongrens recente Ien Dales-lezing was op dat punt niet erg overtuigend: geen woord over integriteit. Maar wie weet: erna toonde Ollongren daadkracht met betrekking tot het lokale bestuur, onder meer over het screenen van wethouders. Hoop doet leven.  

De auteur is hoogleraar bestuurskunde.  

Leo Huberts
hits 7181

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.