Popup-Niks-missen-2.png

OPINIE

20 januari 2021 reacties 1

Inentingsbewijs tegen corona is onnodig en ongrondwettig

Subtitel

Een vaccinatiebewijs als toegangsbiljet tot ruimtes en activiteiten zorgt voor een onnodige tweedeling in de maatschappij. Met een vaccinatiegraad van 70 procent zijn we immers allemaal beschermd, aldus Rob van den Hoven van Genderen.

We zijn er al aan gewend dat door anticoronaregelgeving onze grondrechten ongelijkwaardig worden ingeperkt: geen vrijheid van demonstratie, geen familiebijeenkomsten of vrije vereniging en vergadering behalve als het godsdienstige manifestaties betreft. In dat laatste geval mogen de deelnemers elkaar ongemaskerd en zingend besmetten. De beperkingen die door de overheid, eveneens grondwettelijk geschraagd, ter bescherming van de volksgezondheid mogen worden opgelegd hebben blijkbaar niet altijd dezelfde doelstellingen.

Onlangs begon men ook in Nederland, als laatste in Europa, met inentingen met het vaccin dat corona een halt zal moeten toeroepen. Een vaccin is een verzwakte, kunstmatige vorm van besmetting die de aanmaak van antistoffen op gang brengt indien men wordt besmet.

Is deze vorm van discriminatie te rechtvaardigen?

Op dit ogenblik wordt geschat dat zo’n 70 procent van de Nederlanders zich zal laten vaccineren. Afgelopen zomer was dit nog ruim 70 procent. Van overheidswege wordt deze tendens als negatief, bijna asociaal afgeschilderd. Dat dit percentage is teruggelopen, eerder zelfs tot 60 procent, is niet alleen te verklaren door wantrouwen in de werking van het vaccin en mogelijke bijverschijnselen en een asociale opstelling van de bevolking. Er zijn inmiddels miljoenen mensen die al corona hebben gehad en die voor het merendeel al op natuurlijke wijze antistoffen hebben ontwikkeld. Voor hen heeft vaccinatie dus geen enkele toegevoegde waarde. Er is verzuimd die genezen personen te registreren.

Daarnaast is er een grote groep mensen die in het voorjaar – en ook bij de laatste golf – door het gebrek aan testcapaciteit niet op corona is getest maar, gezien de verschijnselen, wel corona heeft gehad. Deze groep is al helemaal niet terug te vinden.

Kleine besmettingskans

En dan wordt er ook nog geschat dat ongeveer 20 procent van de bevolking ongevoelig is voor het virus. Hoewel die groep moeilijk is te identificeren, is ook bij hen de besmettingskans klein. Om al deze mensen maar als noodoplossing te vaccineren is verspilling van vaccins en bovendien in strijd met het grondrecht van lichamelijke integriteit.

Het beleid is er op gericht om de mensen die potentieel besmettingsgevaarlijk zijn te isoleren. Voor toegang tot buitenlandse reizen wordt vaak een negatieve testverklaring geëist. Geen waterdichte, maar een logische en aanvaardbare maatregel. Maar ook een vaccinatieverklaring zou hier in kunnen voorzien. De vraag is of zo’n verklaring vereist zou kunnen worden voor meer algemene toegang tot allerlei maatschappelijke, culturele en commerciële omgevingen als overheidsinstellingen, theaters en winkels waarbij niet-gevaccineerde personen worden uitgesloten.

Tweedeling: gevaccineerd en ongevaccineerd

Kunnen wij een tweedeling in de maatschappij aanvaarden tussen mensen die een bewijs van inenting hebben en mensen die niet gevaccineerd zijn tegen covid-19? Is dit een vorm van discriminatie die is te rechtvaardigen in het kader van de volksgezondheid en daarmee niet in strijd met artikel 1 van de Grondwet?

Als een vaccinatieverklaring noodzakelijk wordt voor toegang tot bioscopen, winkels, concerten en buitenlandse reizen – en degenen die de verklaring niet bezitten hiervan worden uitgesloten – is sprake van een gevaarlijk precedent. En wie zou zo’n verklaring moeten uitgeven? De GGD'en, huisartsen? En welke vorm moet die verklaring hebben? Kan die op beveiligde wijze worden gekoppeld aan digitale identificatie?

Hoe dan ook, het vraagt om een andere benadering dan de simplistische verklaring van een papieren en makkelijk te vervalsen inentingsbewijs om weer ‘normale’ toegang tot de samenleving in al zijn aspecten te verkrijgen. Een voor de hand liggende eis van horeca en evenementenorganisaties voor zo’n vaccinatiebewijs mag door de overheid niet zonder meer worden aanvaard.

Een zorgvuldig en wel doordacht toegangsbeleid voor risicoloze personen tot publieke en besloten ruimten en activiteiten is vereist in de terugkeer naar een ‘normaal’ toegankelijke samenleving. Daarbij moet worden afgezien van de stap domweg een tweedeling tussen een gevaccineerd en een ongevaccineerd deel van de samenleving te creëren.

Bij een vaccinatiegraad van 70 procent is de kans op verdere uitbreiding van de pandemie uiterst klein gezien het voorgaande en wordt een ongrondwettelijke scheiding van de samenleving tussen gevaccineerden en ongevaccineerden volstrekt overbodig. Het is daarbij uitermate belangrijk dat een geharmoniseerd Europees standpunt over deze problematiek zal worden bereikt. Maar dat zal wel ‘wishful thinking’ blijken te zijn.

De auteur is hoogleraar artificiële intelligentie en robotrecht aan de VU.

{ Lees de 1  reacties}

Door Mathijs Bergman op 24 januari 2021

Het is van groot gemeenschappelijk belang, sociaal én economisch, dat horeca en cultuur- en evenementensector zo snel mogelijk weer open kunnen. Daarvoor is wel het noodzakelijk dat zowel verspreiding als ziektelast van het coronavirus onder controle komen. Alleen vaccinatie op grote schaal zal dat op korte termijn bereiken. Of een vaccinatiegraad van 70 procent voldoende is om door groepsimmuniteit vatbare personen te beschermen is nog maar de vraag. Het blijkt dat zolang er virusoverdracht plaatsvindt er met grote regelmaat nieuwe virusvarianten ontstaan, dat is een biologische eigenschap van alle RNA virussen. Het ziet er dan ook naar uit dat het coronavirus zich blijvend heeft gevestigd. Als de huidige pandemie onder controle is zal een jaarlijkse vaccinatie van risicogroepen, zoals momenteel voor influenzavirus gebeurt, nodig kunnen zijn om het coronavirus blijvend te beheersen.
In tegenstelling tot wat Van den Hoven van Genderen stelt, zou de invoer van een vaccinatiebewijs, mits niet makkelijk vervalsbaar, op dit moment juist datgene kunnen zijn wat nodig is om het sociale leven en de economie op zo’n kort mogelijke termijn weer open te stellen. Niet een vaccinatiebewijs, maar het feit dat sommige personen zich wél en anderen zich niét houden aan de coronamaatregelen, zorgt voor een tweedeling in de maatschappij. Het is dan ook te verdedigen dat personen die er zelf belang aan hechten om naar horecagelegenheden, festivals, culturele - en sportevenementen te kunnen gaan, voordeel hebben van hun keuze zich te laten vaccineren tegen Covid-19. Zij dragen tenslotte direct bij aan de gecontroleerde heropening van deze sectoren. Personen kunnen er ook voor kiezen zich niet te laten vaccineren, maar weten dan welke consequenties dat heeft. Dit scenario heeft niets met discriminatie te maken. Immers, wanneer je niet deelneemt aan de postcodeloterij kun je ook geen aanspraak maken op de straatprijs en wanneer je niet belegt in aandelen krijg je ook geen dividend uitgekeerd.
Van den Hoven van Genderen stelt terecht dat privacywetgeving, registratie van vaccinaties gekoppeld aan Burgerservicenummer en technische beveiliging van een vaccinatiebewijs zorgvuldig geadresseerd moeten worden. Dat neemt niet weg dat het belonen van personen voor hun bijdrage (vaccinatie) aan het collectief belang (heropenen en open houden van de samenleving) zou kunnen helpen om de vaccinatiebereidheid en het maatschappelijk draagvlak voor de coronamaatregelen te vergroten. In een samenleving waar het ik-denken steeds sterker lijkt te worden kan op die manier het individualisme bijdragen aan het algemeen welzijn.

Mathijs Bergman, microbioloog/immunoloog, werkzaam bij de Faculteit der Bètawetenschappen.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.