Opinie

26 maart 2019

Het vak Nederlands kan zo veel leuker

Laat scholieren toneelstukken spelen, gedichten schrijven en schrijvers interviewen, vindt Hanneke Klinkert.

Toen ik in 1966 Nederlands ging studeren was er veel belangstelling onder studenten voor dit vak. Wat heb ik een profijt gehad van deze rijkgeschakeerde opleiding in taal- én letterkunde aan de VU tijdens mijn veertigjarige docentschap. Nu stopt de VU met deze studie wegens gebrek aan studenten. Hoe heeft deze ramp zich kunnen voltrekken, maar vooral: hoe keer je het tij?

De inhoud van het vak Nederlands is op de middelbare school uitgehold, eerst door de invoering van de basisvorming in de onderbouw in 1993, later door de invoering de tweede fase in de bovenbouw in 1999. Bij mijn afscheid, zes jaar geleden, heb ik voor mijn collega’s een lezing gehouden over ‘Veertig jaar schoolboeken Nederlands’. De uitkomst van mijn onderzoek was nog bedroevender dan ik al vermoedde. In de jaren zeventig en tachtig leerden onze leerlingen in de onderbouw havo/vwo duizenden moeilijke woorden in een samenhangend verhaal rond een thema, zoals rechtspraak. Zo leerden leerlingen in de brugklas al de woorden ‘recidivist’ en ‘kleptomaan’. Schoolboeken daarna bieden nog slechts een paar honderd simpele woorden, bijvoorbeeld ‘circus’ en ‘box’. Vragen bij teksten hebben geen enkele diepgang meer.

Bij de invoering van de tweede fase mochten leerlingen in de bovenbouw hun eigen vakkenpakket kiezen en vakken laten vallen; daardoor ontstond er roostertechnisch een groot probleem. Scholen zochten naar oplossingen. Zo werd op de school waar ik werkte ‘keuzewerktijd’ ingevoerd. Voor het vak Nederlands betekende dat, dat op het vwo in de bovenbouw (klas 4 – 6) in totaal geen 280, maar nog slechts 175 uur Nederlands gegeven werd. In havo 4 en 5 ging het totale aantal lesuren Nederlands van 240 naar 180 uur. Het aantal verplicht te lezen literaire werken werd landelijk drastisch teruggebracht van 30 naar 12 voor een vwo-leerling en van 25 naar 8 voor een havist. Uiteraard verschenen er zeer afgeslankte methodes Nederlandse literatuur: 700 pagina’s literatuurgeschiedenis kelderden naar nog slechts de helft van dit aantal bladzijden. Ook taalvaardigheid moest het ontgelden. Gericht schrijven ging ten onder. Het schrijven van een samenvatting verdween uit het eindexamen vwo. Tekstverklaringen bevatten amper nog open vragen maar pasklare multiplechoiceantwoorden die niet altijd de schoonheidsprijs verdienden.

Hoe kunnen leerlingen op grond van dit magere aanbod nog enthousiast worden voor het vak Nederlands? Wat moet er veranderen? Om te beginnen meer lesuren vrijmaken voor het uitgeklede vak Nederlands, uitdagender schoolboeken bieden met meer aandacht voor woordenschat, literatuur (ook historische letterkunde), tekstbegrip en schrijfvaardigheid - zakelijk en creatief. Ik ga nog even door: hogere exameneisen stellen, zowel kwalitatief als kwantitatief, maar vooral de leerlingen activeren, niet door ze achter de iPad te zetten, maar door ze gekostumeerd toneelstukken uit vroegere eeuwen te laten spelen, promotiefilmpjes te laten maken over vergeten Nederlandse romans, ze te laten debatteren over de kwaliteit van door hen gelezen werken van moderne Nederlandse auteurs, populaire schrijvers op school laten interviewen, poëzieworkshops organiseren waarin ze zelf gedichten schrijven, wellicht onder leiding van een bekende dichter, schrijfwedstrijden organiseren. Kortom, aan de slag!

De auteur is VU-alumnus en oud-docent Nederlands.

Dit opiniestuk is eerder verschenen in dagblad Trouw.

Hanneke Klinkert-Koopmans

hits 170

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.