Opinie

24 juni 2014

Haal kinderen uit de armoede

In Nederland leeft bijna twaalf procent van de kinderen in armoede. Oók kinderen van werkende ouders. Het beleid moet radicaal anders, vindt Advalvas-redacteur Dirk de Hoog.

Vorig jaar groeiden 387.000 Nederlandse kinderen (onder de 18 jaar) in armoede op. Deze schrikbarende cijfers staan in het Armoedesignalement 2013 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De rekenaars constateren dat door de crisis de armoede in Nederland flink is toegenomen: tot 7,6 procent van de bevolking. Dat zijn 1,2 miljoen mensen. Maar opmerkelijk is vooral de stijging van het aantal kinderen in armoede. Dat is sinds 2007 met 42 procent gestegen.

Wat opvalt is dat meer dan de helft van de arme kinderen (62%) werkende ouders heeft. Vooral kleine zelfstandigen hebben vaak een laag inkomen. En dat geldt zeker voor allochtonen. Mogelijk dat daardoor 40 procent van de arme kinderen ouders van niet-westerse afkomst heeft.

Bijna een op de drie arme kinderen wordt alleen door zijn moeder opgevoed. Daarbij nemen de problemen toe als er meer kinderen zijn. De helft van de alleenstaande moeders met meerdere kinderen leeft in armoede. Het rapport hanteert als armoedegrens een maandinkomen van 1270 euro bij één kind met één ouder en 1440 euro bij twee kinderen met één ouder.

Deze cijfers waren voor kinderombudsman Marc Dullaert vorig jaar reden de noodklok te luiden. ‘Het gaat om kinderen die het moeten doen met één maaltijd per dag, die in de winter op zomerschoenen naar school worden gestuurd of bij wie thuis de elektriciteit is afgesloten’, zei hij destijds in de Volkskrant.

Uit Dullaerts onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 85 procent van de betrokken kinderen niet op tijd nieuwe kleren krijgt en vaak op hun verjaardag niet naar school durven gaan omdat ze geen geld hebben om te trakteren.

Dullaert roept gemeenten op een kindpakket in het leven te roepen. Dat moet bonnen bevatten om kleren te kopen, met het openbaar vervoer te kunnen reizen, een bibliotheekpas en lidmaatschap van een sport- of cultuurclub. 

In 2013 voerden nog maar drie gemeenten, waaronder Amsterdam, een speciaal beleid voor kinderen in armoede. Zo heeft Amsterdam 2 miljoen euro uitgetrokken voor 6500 kinderen tussen de 11 en 13 jaar uit minima-gezinnen. Inmiddels volgen meer gemeenten dit voorbeeld, ook omdat de uitvoering van de bijstand is gedecentraliseerd.

Waarschijnlijk is het Amsterdamse initiatief een druppel op de gloeiende plaat, maar het is in ieder geval een begin. Het is natuurlijk een schande dat in een rijk land als Nederland zóveel kinderen in armoede opgroeien. Daarom moet het armoedebeleid veranderen. De mantra dat ‘werk en nog eens werk’ de remedie is tegen armoede, gaat namelijk niet altijd op. Als een grote groep arme kinderen werkende ouders heeft, zijn extra kindgerichte maatregelen nodig. En dat geldt ook voor alleenstaande ouders met meerdere kinderen. Die zijn, zeker met de huidige werkloosheid, vaak niet in staat in hun eentje genoeg geld te verdienen. Het beeld dat armen hun situatie vooral aan zichzelf te danken, moet nodig bijgesteld worden. Zo komen er steeds meer nieuwe armen bij. Denk bijvoorbeeld aan mensen die na een scheiding hun huis met verlies moeten verkopen. Armoede kan iedereen overkomen.

Dirk de Hoog

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.