Opinie

09 februari 2016

Geloof motiveert mensen ook tot verzet

De VU-studenten in oorlogstijd hebben laten zien dat geloof ook kan inspireren tot verzet tegen onrecht.

In 1944 zat Kees Chardon in de strafgevangenis in Scheveningen, waar de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog Nederlandse verzetsstrijders opsloot. Hij werd, zoals dat heet, ‘stevig ondervraagd’, wat een understatement mag heten: de ondervragers mishandelden Chardon omdat ze meer wilden weten van zijn contacten met het verzet. In een uit de gevangenis gesmokkeld briefje schreef hij zijn familie: ‘Toestand niet mooi, doch ik hou moed en vertrouw op God.’

Vooral die laatste woorden treffen. Kees Chardon hield moed en putte die moed mede uit zijn rotsvaste christelijk geloof. Hij was in de jaren dertig student rechten aan de VU geweest en had zich in de eerste jaren van de bezetting als advocaat gevestigd in Delft. Toen de Jodenvervolging in 1942 in alle hevigheid losbarstte en deportatie naar de vernietigingskampen in Polen dreigde, zette Chardon zich in voor bedreigde Joden door hen op grote schaal onderduik te bieden. Hij deed dat met een moed die grensde aan het overmoedige. Toen iemand hem eens op die overmoed aansprak, merkte hij op: “Als ik mensen wegbreng, breng ik het liefst joden weg en dat doe ik nog het liefst in spertijd en als het kan in spergebied.” Chardon werd opgepakt en langs verschillende kampen gevoerd. Hij stierf op 16 april 1945, drie weken voor de bevrijding, van uitputting in het Duitse concentratiekamp Wöbbelin.

Chardon is jarenlang in vergetelheid geraakt totdat Annejet Van der Zijl hem in 2004 noemde in haar bestseller Sonny Boy, een biografische studie over Waldemar Nods alias Sonny Boy, wiens moeder ook bij het verzet betrokken was. Die postume belangstelling is niet iedere verzetsstrijder gegeven. Wie kent nog de namen van economiestudent Wiet Dijkman of theologiestudent Jan Goldschmeding? Zij kwamen allebei om vanwege hun verzetswerk voor dagblad Trouw. Sommige studenten overleefden de oorlog ternauwernood, zoals rechtenstudent Gijs Kuypers, die later hoogleraar politicologie werd aan de VU en in 2015 op 94-jarige leeftijd stierf.

Die studenten verschilden vanzelfsprekend veel van elkaar. Ze hadden ieder een andere persoonlijkheid, koesterden andere interesses en deden verschillende studies. Maar ze hadden één ding gemeen: ze leefden vanuit een vanzelfsprekend christelijk geloof dat hen motiveerde in verzet te gaan tegen de bezetting na de Duitse inval in mei 1940. Opgegroeid in merendeels gereformeerde gezinnen bezochten de studenten in de jaren dertig de calvinistische Vrije Universiteit - ‘vrij van kerk en staat’ - die Abraham Kuyper in 1880 had gesticht.

Zo eenvoudig was hun keuze voor verzet overigens niet. Gereformeerden stonden voor de oorlog wat tweeslachtig tegenover het naziregime dat ze weliswaar als goddeloos beschouwden, maar waarvan ze de ‘orde en discipline’ niettemin waardeerden. En gereformeerden dachten, zoals velen in die tijd, in stereotypen over Joden. Maar toch: toen het erop aankwam, sprongen velen in de bres voor wat zij beschouwden als ‘Gods volk.’ Geloof wordt in onze tijd nogal eens in verband gebracht met gewetensdwang en onvrijheid. De VU-studenten in oorlogstijd hebben laten zien dat geloof ook kan inspireren tot verzet tegen onrecht. Zij kunnen op hun beurt een inspiratiebron vormen voor de VU-gemeenschap.

 

Wim Berkelaar is historicus bij het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme

hits 49

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.