Popup-Niks-missen-2.png

OPINIE

16 juni 2016

Geef punten voor onderwijsinnovatie

reacties 8

Alles leuk en aardig met die mooc’s, blended classrooms en andere vormen van onderwijsinnovatie, maar hoe krijgen we docenten zo ver dat ze er tijd in investeren? Onvoldoende inspanning voor onderwijsinnovatie is onderprestatie, vind ik. Rond 50 procent van je werk is onderwijs en het is professioneel om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen. Maar hoe motiveer je docenten om dat ook echt te doen?

Even zwart-wit gedacht: Je hebt aan de ene kant de intrinsiek gemotiveerde docent, die voor onderwijsinnovatie graag tijd vrijmaakt. Die hoef je niet te prikkelen. Het andere uiterste: de docent met een extreme focus op onderzoek. Voor hem of haar is onderwijs een last; diegene gebruikt al 10 jaar dezelfde powerpointslides. En dan heb je een heleboel docenten daartussenin. Daarnaast heb je nog de mensen met een tijdelijk contract voor onderzoek en onderwijs. Voor hen is extra inzet voor onderwijs gevaarlijk, want publicaties kun je op je cv zetten, maar extra onderwijsinzet niet.

Onderwijsvernieuwing is sowieso een risico. Je weet nooit hoe het uitpakt. Soms duurt het meerdere ronden tot je een nieuwe methode onder de knie hebt. Daar kan ik een boek over schrijven. Daarom is het verstandig en efficiënt om te kijken hoe het bij collega’s uitpakt en van hun inzichten te leren. Vanuit deze gedachten heeft FEWEB het FEWEB Innovation Center opgezet. Dat is een platform voor en door docenten om kennis en ervaring over onderwijsinnovatie te delen. Het idee is een bottom-up, doorlopend proces van co-creatie. Daarbij zijn er uiteraard ook bijdragen welkom die een mislukking beschrijven. “Verschrikkelijk, nooit meer!” schrijft een collega over een methode. Dan weten we dat, en het laat zien dat de collega zich op de hoogte houdt. Dat is professioneel. Zo hebben docenten niet het gevoel dat onderwijsinnovatie van bovenaf wordt gedicteerd, maar dat het hun eigen project is. En het voorkomt dat het wiel steeds weer opnieuw wordt uitgevonden. Meerdere faculteiten hebben zich inmiddels aangesloten of komen er binnenkort bij.

Naast deze voordelen is een website natuurlijk ook goed zichtbaar. Maar zou het platform ook kansen bieden om inzet voor onderwijs te stimuleren? “Praat eens met een psycholoog”, adviseerde collega Silvester Draaijer van Student- en Onderwijszaken. Zo kwamen wij terecht bij Kilian Wawoe, arbeidspsycholoog, om te praten over motivatie en prikkels.

Kilian leerde me, dat je beter onderpresteren kunt aanpakken dan goed gedrag belonen. Mijn idee is om punten te vergeven die bij benadering de tijdinzet weerspiegelen voor onderwijsinnovatie. Bijvoorbeeld 50 punten voor het opzetten van flipped classroom, 5 punten voor het inzetten van Gosoapbox (een online tool om vragen te stellen tijdens college waarop studenten via hun telefoon kunnen antwoorden), want dat kost veel minder tijd. Bij iedere afdeling wordt ook een potje geld apart gehouden en hoe meer onderwijsinnovatiepunten docenten verzamelen, hoe meer geld ze krijgen voor congressen, computers, etc. Zou dit werken om de “onderzoeksmensen” mee te krijgen?

Bij FEWEB zijn de middelen om naar congressen te gaan drastisch teruggelopen. Dat wordt ongetwijfeld onder onderzoeksmensen als pijnlijk ervaren. Dus: “Ik kan dit jaar niet naar congres, want ik heb niet genoeg punten verdiend voor mijn inzet voor onderwijsinnovatie” – zou dat als “aanpakken” ervaren worden? En zou dat ook werken om de minder extreem op onderzoek gerichte mensen mee te krijgen?

Nog een stap verder gedacht. Onderzoek heeft tegenover onderwijs het enorme voordeel dat output wordt gemeten; in mijn faculteit met de impactfactor via eigenfactor.org. De perfecte maat bestaat echter niet. De maat verschilt zelfs nationaal, verandert om de paar jaar en iedereen kent modetrends, strategische spelletjes en de loterijfactor van referee reports. Maar afschaffen van die onderzoeksmaat omdat dé goede maat niet bestaat zou slecht uitpakken. Mijn stelling is: hoe je de output precies meet is secundair. Primair is dat je het meetbaar probeert te maken. De belangrijkste prikkel voor de medewerker is dat zijn of haar score omhoog gaat als diegene ergens tijd in investeert. Daarom werkt het.

Nu de vraag: zou een puntensysteem kunnen bijdragen om onderwijs meetbaar te maken? Dit jaar geen A-publicatie, maar 110 punten voor onderwijsinnovatie – die kant willen we op. Ik ga verder in discussie met Kilian, Silvester en mijn collega’s van KnowVU. Mijn doel is om een projectvoorstel te ontwikkelen en kleinschalig een pilot te draaien. Dan kunnen we echt ontdekken wat werkt om docenten te stimuleren zich in te zetten voor onderwijsinnovatie.

De auteur is universitair hoofddocent wiskundige economie en verdiept zich voor de faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde in innovatief onderwijs.

Ines Lindner /

{ Lees de 8  reacties}

hits 9
Door Meindert Flikkema op 20 juni 2016

Beste Ines, ik bewonder jouw moed en passie als het gaat om onderwijsinnovatie. Dat onze faculteit FEWEB daar ook in investeert is positief. Tegelijkertijd is het als je niet oppast te vergelijken met een druppel op een gloeiende plaat.De institutionele (lees: publish or perish) context waarin de innovatie plaatsvindt is destructief. De overtuiging dat er gemeten moet worden om het onderwijs beter te maken, is daar onderdeel van. 'Meten' moet niet voorop staan, maar 'gezamenlijk nastreven'. In het boek Sense of Serving - Reconsidering the Role of Universities Now, vind je meer daarover. Het is mijn overtuiging dat we onderwijs en onderzoek met elkaar moeten verzoenen, om veel meer betekenis te hebben voor de samenleving, in plaats van afzonderlijk verbeteren. Niet meetbare idealen zijn op universiteiten (en elders) vervangen door het ideaal om te meten. Big data zijn de fetish van de moderne bestuurder. Het verwoest de sociale cohesive op universiteiten en daarbuiten. De impact die mijn leermeesters hadden laat zich niet meten. Hun impact leeft in mij voort en de mensen met wie ik werk. Zij hebben en hadden betekenis.

Door Ines Lindner op 20 juni 2016

Beste Meindert,
je hebt zeker gelijk, dat wij onderwijs en onderzoek met elkaar moeten verzoenen. Daarom heb ik bijvoorbeeld mijn collega's van arbeidspsychologie, Organizational Behavior Management en SOZ gevraagd om wetenschappelijk mee te denken. Wij zijn benieuwd in wat werkt en wat niet. Maar ik vrees als wij alleen over idealen praten, dan blijft het een brief aan Sinterklaas en inzet voor onderwijsinnovatie blijft een soort vrijwillige dienst van de mensen, die het leuk vinden. Het zou fijn zijn als een medewerker naast onderzoek ook zijn output of productiviteit voor onderwijs duidelijker kan maken.

Door Meindert Flikkema op 20 juni 2016

Beste Ines, natuurlijk moet je niet alleen over idealen spreken,je kunt ze veel beter doorleven,maar hoeveel wordt er op de afdeling Econometrie gesproken over de idealen van de Vrije Universiteit? Wordt daar uberhaupt over gesproken? Hoe ziet jullie verlanglijstje eruit als het gaat om het kunnen hebben van meer betekenis voor de samenleving? Wordt econometristen tijdens de studie ook bijgebracht wat de downside is van 'metrism'? Neem als voorbeeld hoe leerlingen gevolgd worden in het basisonderwijs. Ze worden voortdurend 'gemeten' en de uitslag daarvan wordt met ouders besproken. Het barst natuurlijk van de meetfouten en dat zorgt voor veel onrust onder ouders en niet effectieve interventies door zowel ouders als leraren. Ik nodig je uit om eens te meten hoeveel geld er wordt gestoken in het houden van toezicht op het hoger onderwijs en hoeveel tijd het universiteiten kost om op zich te laten toezien? Ik vermoed dat als we dat geld besteden aan het contact met individuele studenten, we grote stappen richting onze idealen gaan maken. Maar eigenlijk is een veel interessantere vraag waarom we zo'n groot toezichthoudend apparaat nodig hebben? Als we daarop het antwoord kunnen vinden of het begin ervan, dan kunnen we een innovatieproces ontsteken dat er op lijkt.

Door Meindert Flikkema op 20 juni 2016

Ik vraag mijn zoon regelmatig hoe het gaat op school. Zijn antwoord is steevast: "Saai". Ik maak me geen zorgen als puntschattingen v.h. Cito aangeven dat zijn begrijpend lezen wat minder is geworden. "Saai" is vermoedelijk een goede predictor van het advies voor de middelbare school. Als "saai" structureel zou worden vervangen door "ik krijg mijn werk niet af" dan begin ik me pas zorgen te maken.

Door Ines Lindner op 20 juni 2016

Ik wordt regelmatig gevraagd hoezo ik me ueberhaupt zo veel voor onderwijsinnovatie inzet. Want dat kost toch onderzoekstijd?! Dat is toch slecht voor mijn carrière?! Als wij het zonder meten voor elkaar krijgen, dat dit soort vragen niet meer worden gevraagd, dan vind ik het ook prima. Maar ik vrees als onderzoeksoutput wordt gemeten en onderwijsoutput niet, dan heeft onderwijs het nazien.

Door Meindert Flikkema op 22 juni 2016

Beste Ines, er is recent 'aangetoond' dat inspanningen voor onderwijs inderdaad slecht zijn voor je carriere, zie mijn opiniestuk voor Advalvas met de titel:"Onderwijs nog geen serious business". Het is niet zo dat onderwijs niet meer het nazien heeft als je het gaat proberen te meten. Er is ook waardering voor goed onderwijs nodig, die gelijkwaardig of tenminste behoorlijk gelijkwaardig is aan de waardering die er is voor onderzoek, of beter gezegd voor publicaties. Ik vrees dat door het proberen te meten van de kwaliteit van onderwijs en onderwijsinnovatie er waardering ontstaat voor resultaten die uit een 'patatsnijder' komen.De korte en lange termijn betekenis van het geheel gaat verloren. Tenslotte, door het 'metrisme' in het onderwijs verder te introduceren heeft uiteindelijk ook het onderzoek het nazien. You get what you measure. Het onderwijs evolueert naar een virtuele leerfabriek. Het is in dit verband tekenend dat jij schrijft over onderwijsoutput. Tenslotte,als je dan toch wilt meten, laten we dan in ieder geval zorgen dat het geven en toetsen van onderwijs functioneel worden gescheiden. Dit betekent dat de toetsing van een vak door iemand anders wordt gedaan, dan diegene die het vak geeft.

Door Ines Lindner op 22 juni 2016

Hallo Meindert, ik wil niet het onderwijsoutput meten, maar de vraag was of wij met punten de tijd kunnen documenteren, welke deze inzet heeft gekost, zodat een medewerker aan het eind van het jaar kan aangeven waarvoor de werktijd werd ingezet. Als ik je me een jaar suf werk voor onderwijsvernieuwing heb ik aan het eind van het jaar niets "geproduceerd" terwijl andere twee of drie papers kunnen aangeven wat uitstekend voor de carrière is.

Door Meindert Flikkema op 22 juni 2016

Beste Ines, het antwoord op jouw vraag is: "ja dat kan", maar wat schieten we er mee op? Zolang er niet de bereidheid is om er consequenties aan te verbinden schiet jij er niets mee op. Punten tellen past in de competitiecultuur die de huidige universiteit ontzielt. Onder de dekmantel van "excellentie" worden academici opgejaagd om kwantiteit te leveren. Kwaliteit=kwantiteit klinkt vreemd, maar is de praktijk. Denk aan aantallen publicaties,hoogte van de impact, hoogte van subsidies, hoogte van vakevaluaties, aantal awards, die op hun beurt ook weer tot gebaseerd worden op aantallen. De grond, d.w.z. de maatschappij wordt nooit geraakt. Kortstondig was er op de VU de societal impact award, maar die lijkt een kort leven te zijn beschoren.

We moeten stoppen met de kwantiteitscultuur en de publicatiefabriek verbouwen tot een neo-academische werkplaats, deels fysiek en deels virtueel, waarin samengewerkt wordt aan academische idealen. De Iscience vlag dient te worden gestreken. "Art is I, Science is we." Leermeesters dienen te worden benoemd tot hoogleraar op basis van het testimonium van ooggetuigen uit de samenleving en Sixtijnse zorgvuldigheid.

We zijn in de greep van een proces van vervreemding. Vervreemding van onze academische idealen en laten ons leiden door kwantiteit. Economen staan aan de basis van dit proces, econometristen hebben het proces versneld. Shame on us.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.