Popup-Niks-missen-2.png

OPINIE

06 februari 2014

Geef docenten perspectief

Het was even schrikken, toen de VU de proefaudit onderwijskwaliteit niet haalde. Maar in alle nota’s en conferenties sindsdien prevaleert toch weer het onderzoek boven het onderwijs. Meindert Flikkema stelt een radicale omslag voor.

Een paar jaar geleden werd de buurt waarin ik woon, verrast door de mogelijke komst van een hostel voor zwervende drugs- en alcoholverslaafden. De gemeente Amersfoort had met zorg vier potentiële locaties uitgezocht en na inspraak door burgers zou een voorkeurslocatie worden vastgesteld. Dat de gemeente zich niet hoefde in te spannen om die inspraak te mobiliseren, zult u willen geloven. Binnen tien minuten nadat de gemeente over de locaties had gecommuniceerd, kwam de buurt online en later op locatie in beweging, en hoe! Het was immers in ieders belang om betere argumenten te vinden dan Not In My Back Yard én om die argumenten overtuigend te delen met de Amersfoortse gemeenteraad. Omdat echter vrijwel iedereen de noodzaak van opvang en hulp voor zwervende drugs- en alcoholverslaafden onderschreef, werd vooral gezamenlijk gezocht naar nieuwe locaties en logistieke mogelijkheden. Geen enkele buurtgenoot had formeel de leiding. Leiden en dienen wisselden elkaar lenig af. De buurt mobiliseerde zichzelf en alle bruikbare competenties werden efficiënt gevonden, gecombineerd en benut.

Het is te stil

Nu naar de VU. Hoe zorg je ervoor dat collectief een groter belang wordt toegekend aan het geven en verbeteren van het onderwijs en dat er geen verbeteraars hoeven te worden geworven of aangewezen? Iedereen zal overigens het belang van goed onderwijs beamen, dat blijkt ook uit het meest recente werkbelevingsonderzoek, maar daarna blijft het stil, veel te stil. Ten onrechte, want het geven van kwalitatief beter onderwijs is niet alleen een morele verplichting, maar bovendien de sleutel naar het vergroten van onze maatschappelijke impact en het verder op gang brengen van de daarmee samenhangende derde geldstroom. Die zullen we steeds meer nodig hebben.

Goed onderwijs moet lonen

Dat VU bestuurders - vooral na de bestuurscrisis - positief over onderwijs en kwaliteitsverbetering spreken, geïnspireerd door een positie in de onderste regionen van de Elsevierranglijst, is een goed begin, maar niet genoeg. Dat het halen van een BKO-certificaat een must is voor wetenschappers met een onderwijstaak, ook niet; en hetzelfde geldt voor initiatieven als SKO en onderwijskundig leiderschap. De dienaar is de leider, maar niet zomaar. Het moet voor VU-medewerkers lonen om (nog) beter onderwijs te geven en zich ook voor curriculumverbetering in te spannen, omdat een verzameling goed gegeven vakken niet automatisch een goed curriculum oplevert. Net zoals het nu ook loont om je verder in het onderzoek te bekwamen. Zolang die beloning uitblijft, en extra materiële en immateriële beloning vrijwel alleen een functie is van onderzoeksprestaties, zal het niet lukken om de nieuwe onderwijsvisie of een alternatief daarvoor voldoende in de benen te krijgen. Als gevolg daarvan zullen er vermoedelijk nog meer projectgroepen in het leven worden geroepen. Die en reeds bestaande projectgroepen leveren vrijwel zeker goede voorstellen op; onderwijshandboeken en andere geschriften met goede ideeën en curriculumschetsen. De adoptie van die ideeën blijft vrijwel zeker uit. Ze proberen te ‘implementeren’, of ‘de lijn in te duwen’, zoals recent te lezen viel in het Feweb-magazine Vuurwerk, zal ook hier niet werken. Professionals hebben er namelijk een hekel aan dat 'anderen voor hen denken' en trekken zich bovendien liever snel terug achter research papers, die veel meer carrièreperspectief opleveren. Tijd om kennis te maken met andere docenten om een curriculum te verbeteren wordt nauwelijks genomen, omdat kennis maken op papier het kortste pad is naar meer academische strepen en betere arbeidsvoorwaarden. Leidinggevenden zullen er weinig tot niets aan doen, zij zitten immers in hetzelfde schuitje.

Het is een illusie om te denken dat onderwijsprestaties op de VU en andere Nederlandse universiteiten even belangrijk zullen worden gevonden als onderzoeksprestaties. Dat is ook niet nodig. Wat wel nodig is, is dat op de VU –én elders- niet alleen met mooie woorden over onderwijs gesproken wordt, maar dat er ook serieuze stappen worden gezet om de onderwijsvisie in de benen te helpen. Aan wat voor stappen moet dan worden gedacht?

1. Hoogleraarschap openstellen

Ten eerste zou er voor gepromoveerde UD’s een loopbaanpad moeten komen naar de positie van hoogleraar via excellent onderwijs en het succesvol dragen van de eindverantwoordelijkheid voor curricula. Op dat pad moeten ook onderzoekshindernissen worden genomen, maar het uitgangspunt moet zijn dat een hoogspringer die enkele keren over 2.10 meter springt, zich met recht een goede hoogspringer mag noemen.

2. Honorering gelijktrekken

Ten tweede moet de honorering van gepromoveerde topdocenten, die zich ook voortdurend met onderzoek bezighouden, niet achterblijven bij die van toponderzoekers.

3. Permanent bijscholen

Ten derde moet er structureel budget worden vrijgemaakt om docenten permanent te verbeteren in onderwijs, zoals in andere beroepsgroepen ook gebeurt. Bovendien moet er op worden toegezien dat dit budget ook wordt opgemaakt en de besteding wordt verantwoord!

4. Meer autonomie

Ten vierde moeten we stoppen met het besturen van opleidingen door VU-professionals die zich gekwalificeerd hebben in het onderzoek en die liever besturen dan dat ze voor het bord staan, omdat het eerste meer efficiencywinst oplevert en minder werkdruk. Zoals een van mijn Feweb-collega’s het treffend uitdrukt: ’Teaching really makes you sweat’. En zo is het. Opleidingen moeten meer autonomie krijgen en aangevoerd worden door gepassioneerde, gepromoveerde docenten. Meewerkende voormannen (en vrouwen) die veel oog en oor hebben voor maatschappelijke veranderingen. Die trots zijn op de kwaliteit en de carrièrestart van hun graduates en niet te beroerd om slecht functionerende collega’s aan te spreken op hun prestaties. Die gedwongen winkelnering naast zich neerleggen en die een inspirerend en doorleefd verhaal vertellen over hun opleiding, het didactische model, succesvolle alumni en voorgenomen verbetering. Die snappen dat het ventileren van deskundigheid geen voldoende voorwaarde is voor leerresultaat en dat wetenschappelijk onderwijs meer definitie verdient dan ‘onderwijs gegeven door wetenschappers’.

5. Meer tijd

Ten slotte, de verdeling van onderzoekstijd moet worden herzien. Dat is niet eenvoudig, maar wel nodig. Misschien is het eigenlijk wel het beste om niemand meer onderzoekstijd te geven uit de eerste geldstroom en er alleen op toe te zien dat het onderwijs zeer goed wordt verzorgd door (bijna) gepromoveerde docenten. Dat klinkt misschien belachelijk, maar in de praktijk zal de autonomie van docenten toenemen en er voldoende tijd overblijven voor onderzoek, veel vaker mét studenten.

De inhoud van de recent verschenen HRM-brochure ‘Perspectief voor Wetenschappers’ (PvW) is geen indicatie van een trendbreuk op de VU. Het genomen initiatief tot strategische personeelsplanning is op zich lovenswaardig, maar niet af. Dat kun je uit de titel van de PvW-brochure al aflezen. Hoewel het zelfstandige naamwoord onderwijs best vaak valt, ademt het document net als voorheen ‘gij zult veel publiceren in wetenschappelijke toptijdschriften’ om promotie te kunnen maken. Onderzoeksprestaties blijven een noodzakelijke en voldoende voorwaarde voor bevordering naar een hogere academische rang en onderwijsprestaties een horde die iedere goede onderzoeker in de praktijk kan nemen, hoewel anders zal worden beweerd. Maar dat is ‘praattheorie’, hoewel er best uitzonderingen zullen zijn. Er wordt in de PvW-brochure weliswaar gesproken over hoogleraren met een onderwijsprofiel, maar ook van hen wordt eerst een grote hoeveelheid publicaties verwacht, voordat ze zich mogen wijden aan het innoveren van de taak met in potentie verreweg de meeste maatschappelijke impact –en dat geldt zeker voor de sociale wetenschappen. Het zou mij niet verbazen als deze schaap-met vijf-poten-optie in de praktijk vooral zal worden ingevuld door senior hoogleraren in de eindfase van hun loopbaan. Een gemiste kans!

Mankepoot

Op 28 januari jongstleden werd er in het Auditorium gesproken over het VU-talentbeleid, onder meer aan de hand van vijf ‘grote vragen’ en drie stellingen. In geen van de vijf grote vragen gaat het over het onderwijs en in de drie gekozen stellingen ontbreekt daarvan ook ieder spoor. De rector noemt onderwijs en onderzoek ‘de benen waarop wij als universiteit lopen’. Prachtig, maar in mijn hoofd ontstaat al snel het beeld van een manke die zijn slechte been er steeds opnieuw bij sleept. Het is mijn overtuiging dat we links- en rechtsbenige spelers even hard nodig hebben binnen de universiteit met toekomst. De opstelling of (in HRM-taal) strategische personeelsplanning van de VU staat nog niet. Daar is nog veel mooi werk te doen.

Onderwijsvisie naar het archief

Criticasters van mijn voorstel zullen mordicus tegen zijn en dat vermoedelijk het liefst doodzwijgen. Zij hebben zich immers in veel gevallen ‘ingevochten’ in het huidige systeem, zijn er ‘bijna’ of hebben het mede vormgegeven. Zij zullen vermoedelijk liever voort willen gaan op de onder de vorige VU-rector ingeslagen ‘meetlatweg’. Maar doe je dat, dan kun je de nieuwe onderwijsvisie beter archiveren. Wil je het onderwijs echt een flinke kwaliteitsimpuls geven, dan is er meer nodig vanuit het nieuwe college van bestuur dan onze rector recentelijk in Advalvas één van de redacteuren toevertrouwde. 'Af en toe een zetje geven’ klinkt te veel als doorgaan op de ingezette weg en de VU met voldoende op papier gezet initiatief door de eerder gemiste instellingstoets loodsen. Om vervolgens weer over te gaan tot de orde van de dag. Het wordt tijd voor een nieuwe orde!

Geloof, hoop en liefde

De Vrije Universiteit doet haar identiteit geweld aan als zij niet opnieuw een unieke positie gaat innemen in het universitaire landschap. Een positie waarin kennis maken en kennis productief maken elkaar versterken in plaats van belemmeren. Dat zou toch de wens en tegelijkertijd de taakopdracht van een community of learners moeten zijn? Een positie waarin kennisvalorisatie geen doel is maar een vanzelfsprekendheid, we gemotiveerde studenten opleiden tot junior wetenschappers en inspireren tot geëngageerd burgerschap. Een positie waarin de ‘jeugdopleiding’ staat als een huis en het ontbreekt aan  mogelijkheden voor wannabe professors van buiten, die onderzoekstijd komen halen en daarna weer snel vertrekken. Dát is verder kijken! Een positie vrij van regimes waarin ranglijsten centraal staan, het wereldkampioenschap publiceren wordt vergeven en waarin je volgens de communis opinio ‘gestraft’ wordt met onderwijs als het onderzoekproces niet (snel genoeg) oplevert wat je er van hoopt of verwacht. Een positie waarin de bestuurlijke pendule niet de ene keer richting onderzoek slaat en vervolgens weer geforceerd en op basis van externe taakstelling naar onderwijs, omdat we opnieuw in de degradatiezone zijn beland. Een positie waarin het belang van goed onderwijs niet alleen ‘praattheorie’ is, maar ook ‘doetheorie’. Een positie waarin dienstbaarheid, vakmanschap en diversiteit doorleefde kernwaarden en dus coördinatiemechanismen zijn. Een positie waar met respect naar wordt gekeken en bewonderend over wordt gesproken in de samenleving. Een positie die een manifestatie is van geloof, hoop en liefde, en waarbij ‘de ander’ het brandpunt is van geloven. Die positie ligt voor het grijpen, maar het zetten van de stap naar die positie vraagt om moed en vastberadenheid.

Vrije universitet

Als het onze gemeenschappelijke wens is om zo’n nieuwe impuls aan de VU-identiteit te geven, opnieuw vrij te zijn en veel meer economische, morele en sociale impact te hebben, dan is de uitdaging die voorligt om het onderzoek beter te maken via beter onderwijs en andersom. Daar zijn veel verschillende talenten voor nodig! Die moet je allemaal perspectief bieden.

Meindert Flikkema – universitair hoofddocent Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.