Opinie

25 juni 2019

De scriptie is deel van de taart zelf

Een debat is geen volwaardig alternatief voor de scriptie, vinden Johan Lievens, Hedwig van Rossum en Jantien Stuifbergen.

Onlangs publiceerde de Volkskrant een opiniestuk waarin universiteiten werden opgeroepen hun studenten te ‘verlossen’ van ‘die onmogelijke scriptie’. In plaats van een scriptie zou je studenten ook kunnen laten debatteren. Wij willen best nadenken over hoe we, binnen onze eigen rechten- en criminologie-opleidingen aan de VU Amsterdam, het onderwijs kunnen verbeteren. Dat een debat leuker kan zijn dan een scriptie lijdt geen twijfel. Of het ook een volwaardig alternatief is? Wij denken van niet.

Anders dan Nico Keuning suggereert, dient een scriptie er niet alleen toe om via een bepaald format na te gaan of een student zich bepaalde leerstof heeft eigen gemaakt. De scriptie is niet alleen maar een kers op de taart. De scriptie is deel van de taart zelf (en studenten moeten er wat van bakken!). Tijdens het schrijven leren en oefenen studenten nog essentiële academische vaardigheden die onderdeel zijn van de universitaire opleiding.

In eerste instantie gaat het daarbij om onderzoeksvaardigheden. Studenten moeten zelf informatie kunnen vergaren, er correct naar kunnen verwijzen, én er een kritisch relaas uit kunnen puren. Hoewel je die vaardigheden gedeeltelijk kan betrekken in een debatopdracht, geloven we dat de lat voor een academische opleiding hoger moet liggen. Een academicus is mondeling én schriftelijk gevormd.

Voor geen enkele academische opleiding lijkt een louter mondelinge afrondingsproef zoals een debat ons te volstaan. Van juristen en criminologen die de VU verlaten wordt terecht verwacht dat zij zich ook schriftelijk correct kunnen uitdrukken. Hetzelfde geldt voor historici, natuurwetenschappers of artsen. Dat het daarbij in sommige gevallen zou ontbreken aan goede begeleiding, mag geen excuus zijn om de schriftelijke componenten dan maar gewoon te schrappen.

Dat de scriptie geen deel zou uitmaken van het curriculum, waardoor de studenten onvoorbereid aan de taak moeten beginnen, is een beschrijving waarin we onze opleidingen niet herkennen. In tegenstelling tot wat wordt gesteld, is de nadruk op schriftelijke vaardigheden binnen het universitaire onderwijs de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Studenten oefenen tijdens de studie met het doen van onderzoek en schriftelijke verslaglegging en krijgen daarop feedback. De scriptie is geen technische opdracht uit Heel Holland Bakt, waarbij slechts een deel van het recept wordt gegeven en de studenten zonder instructie, voorbereiding of begeleiding de keuken in moet.

Verder stelt Keuning: “Om het stuwmeer aan kansloze gevalletjes weg te laten stromen, worden al jaren scriptiezesjes geschonken, of -zevens, om de twijfelgevallen uit handen van de accreditatiecommissie te houden.” Deze redenering houdt geen stand. Accreditatiecommissies kijken naar de eindtermen van de hele opleiding en op welke manieren deze behaald worden binnen de vakken van ieder curriculum. Iedere commissie bekijkt scripties die ze zelf selecteert, (ook de zevens!) en beoordeelt, naast het niveau van ieder eindwerk, of studenten goed voorbereid worden op het schrijven van deze proeve van bekwaamheid. Juist als het niveau van de scripties niet voldoende beoordeeld zou worden, zou dit een teken aan de wand kunnen zijn dat studenten niet genoeg schrijfvaardigheden aangeleerd krijgen.

Toegegeven: er zit druk op de ketel. Zeker met toenemende studentenaantallen in het achterhoofd wacht ons een stevige klus als we studenten voldoende omkadering willen blijven bieden. In plaats van dan het schriftelijke werk overboord te gooien, focussen we onze energie liever op het optimaliseren van het begeleidingsproces. Kunnen we met creatieve oplossingen aan een deel van de begeleidingsnood tegemoet komen? We denken bijvoorbeeld aan het gebruik van nalees-software of peer review. Of is er gewoon nood aan meer universiteitspersoneel opdat we academici academisch kunnen blijven opleiden? Koken kost tijd, en geld. Maar dat mag ons niet doen besluiten de keuken te sluiten.

Tot slot: we onderschrijven de oproep om scripties en andere opdrachten te herdenken. Academisch onderwijs moet niet in een ivoren toren gebeuren. Als studenten hun schriftelijke vaardigheden ten dienste kunnen stellen van een concrete vraag uit de beroepswereld of brede samenleving, willen wij niet dat de universiteit enkel aanstuurt op het schrijven van een saaie tekst die buiten de begeleidende docent nooit door iemand zal worden gelezen. Evengoed zien wij scripties van zeer hoog niveau die tot publicaties in vaktijdschriften worden omgeschreven en waarmee de ‘niet-genade-zes’-student een prachtige kans heeft om zijn naam in de academische wereld te introduceren. Bij dit alles zijn het de academische leerdoelen die primair blijven. We bedenken niet eerst een opdracht om er dan een leerdoel aan te koppelen. We moeten opleidingen vanuit leerdoelen opbouwen – met nuttige, uitdagende werkvormen als het kan; met een scriptie als het moet.

De auteurs doceren aan de rechtenfaculteit van de VU.

Lees ook het opiniestuk van Rik Peels en Jelle van Baardewijk: VU-collega's.

Johan Lievens, Hedwig van Rossum en Jantien Stuifbergen

hits 167

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.