Opinie

17 januari 2019

De Haagse droom helpt mens met beperking niet

Een inclusieve arbeidsmarkt vraagt om betrokkenheid, geduld en misschien wel inleveren van winst, vinden Wilfred Boele en Hans Bosselaar.

Een inclusieve arbeidsmarkt vraagt om betrokkenheid, geduld en misschien wel inleveren van winst, vinden Wilfred Boele en Hans Bosselaar.

Paniek. De afgelopen tijd verschenen weer diverse onderzoeken waaruit blijkt dat mensen met een beperking nog steeds erg moeilijk aan een baan komen. Vandaar dat staatssecretaris Van Ark onlangs een brief naar de Kamer stuurde met maatregelen om dit probleem definitief de wereld uit te helpen. En, zoals gebruikelijk, zijn de maatregelen erop gericht de wet- en regelgeving verder te vereenvoudigen en aan te scherpen. Kennelijk zijn werkgevers, toekomstige collega’s en gemeenten al jaren van harte bereid om de arbeidsmarkt inclusief te maken, maar worden zij voortdurend belemmerd door het systeem van de wet.

Gelukkig is daar dus de staatssecretaris, waarschijnlijk van harte gesteund door de Haagse politiek. Haar ‘breed offensief’ telt maar liefst 28 pagina’s met ingrepen en bezweringsformules. Werkgevers en werkzoekenden weten wat hen te doen staat en mocht dit alles niet voldoende zijn dan is het aan de, nog steeds onvoldoende presterende, gemeenten om de Haagse droom waar te maken.

Helaas zal ook nu de werkelijkheid weerbarstiger blijken. In de afgelopen jaren is het aantal werkenden met een beperking weliswaar behoorlijk toegenomen, maar de winst komt van een relatief klein aantal werkgevers. Onderzoek van Cedris, de landelijke vereniging voor sociale werkgelegenheid en re-integratie, laat zien dat 5 procent van de werkgevers, waaronder supermarkten, uitzendbureaus en overheidsorganisaties, zorgen voor meer dan de helft van de arbeidsplaatsen die door mensen met een beperking worden vervuld. Gemeenten zijn dagelijks met scholen voor speciaal en praktijkonderwijs bezig om jongeren direct vanuit hun opleiding aan een baan te helpen. Toch, zo leert onderzoek, heeft het merendeel van hen geen baan.

Vanuit het denken van een systeem van voorzieningen, prikkels en verplichtingen is dit raar. Werkgevers kunnen subsidie krijgen om de eventueel mindere productiviteit te compenseren. En als zij te weinig mensen met een beperking in dienst hebben, hangt hen een straf boven het hoofd. ‘Wortel en stok’ genoeg zou je zeggen. Voor de jongeren geldt hetzelfde. Konden zij vroeger min of meer automatisch een flinke (Wajong) uitkering krijgen als zij 18 werden, inmiddels moeten ze het doen met een schamele bijstand als zij niet aan werk komen.

De ontwikkeling van een inclusieve arbeidsmarkt is kennelijk geen bestuurlijk tekentafelprobleem, maar een maatschappelijk vraagstuk dat gebaat is bij een andere toon van het debat. Een toon waarin niet alles draait om groei, maximale productiviteit en inzetbaarheid. Waarin niet het romantische beeld domineert dat het altijd een feest is om iemand met een beperking in dienst te hebben, maar waarin wordt vertolkt dat dit ook vraagt om betrokkenheid, geduld, compassie en misschien wel een beetje minder winst.

In onderzoek van de Vrije Universiteit zien we dat dát de gevoelige snaar is om werkgevers, mensen met een beperking en hun omgeving actief te betrekken bij het aanpakken van onverschilligheid en uitsluiting. Dat dit een vraagstuk is dat ons allen aangaat en dat we als gemeenschap moeten oplossen.

Kortom, we moeten zelf aan de bak. Als werkgever, leidinggevende, or-lid of aanstaande collega. En als dat nodig is, kan de overheid of ‘het systeem’ een handje helpen.

De auteurs doen aan de VU onderzoek naar mensen met een beperking op de arbeidsmarkt.

Dit is een verkorte versie van hun opiniestuk dat eerder is verschenen in dagblad Trouw.

Wilfred Boele en Hans Bosselaar

hits 89

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.