Opinie

15 oktober 2013

De centrale dienstverlening gaat vastlopen in een hinderlijke bureaucratie

Advalvas-columnist Harmen Verbruggen, decaan van de economische faculteit, zet wetenschappelijke vraagtekens bij de huidige centralisatietendens op de VU.

De centralisatie van ondersteunende diensten veroorzaakt veel treurnis aan onze universiteit. Ik ben niet zo van centralisaties. Op momenten van vertwijfeling vraag ik mij weleens af of mijn opvatting rationeel is. Dan ga ik te rade bij al die hoogleraren aan mijn faculteit die gespecialiseerd zijn in organisatiekunde, managementadvies, strategie en veranderkunde. “Ach”, zeggen ze allemaal met een flauwe glimlach, “het is een slingerbeweging.” Altijd op zoek naar duidelijkheid vraag ik door. “Ondersteunend personeel op de eigen faculteit beschikt over veel meer informatie. Zij weten voor wie ze werken, hun motivatie is groter en ze verbeteren de werksfeer. Ze leveren maatwerk en werken harder. Dat is toch efficiënter?”

Ik krijg dan te horen dat je dat wel zou zeggen, maar de diversiteit aan activiteiten en oplossingen neemt dan al gauw te veel toe, vooral in financieel ruimere tijden. Centraal houdt daar niet van, volgens mijn adviseurs, en slaat terug in financieel krappe tijden met centralisaties, standaardisaties en bezuinigingen. Iedereen in het gareel. De slinger zwaait weer terug als de centrale dienstverlening vastloopt in een hinderlijke bureaucratie en decentraal ontwijkingsgedrag ontstaat. De cyclus schijnt twee maal vijf jaar te duren.

Nog laat ik mij niet uit het veld slaan. “Met de nieuwe IT-ontwikkelingen worden de mogelijkheden om decentraal te opereren, steeds groter.” “Maar de centrale grip ook”, kaatsen mijn adviseurs terug: “Deze ontwikkelingen op het functioneren van organisaties zijn volop in beweging. Het wordt in ieder geval anders.” Vertwijfeld denk ik aan het ondersteunend personeel dat om de vijf jaar heen en weer wordt geslingerd. Nu weer functioneel, dan weer operationeel wordt aangestuurd. En wie hun baas is, blijft ongewis. En sommigen worden er uitgeslingerd.

Als econoom zou ik onderzocht willen hebben wat de kosten en baten zijn van ingrijpende reorganisaties, voor het personeel, de organisatie en de maatschappij. En dan gaat het zeker niet alleen om direct in geld uit te drukken zaken. Mijn hypothese is dat het weleens flink zou kunnen tegenvallen. In afwachting van de resultaten opteer ik voor decentralisatie en een organisch proces van aanpassing en verandering. Dat slingert niet zo.

Harmen Verbruggen, decaan Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.