Popup-Niks-missen-2.png

OPINIE

03 juli 2020

Alles schreeuwt om een sociaal-duurzame economie

Nederland kan duurzamer uit de coronacrisis komen, zeker. Maar eerst moeten we zes forse problemen oplossen, stelt Govert Buijs.

De coronacrisis is als een plotseling uitslaande brand in onze economie. Het lijkt me het beste om het gewoon als domme pech te zien, een brand die niemand had voorzien. Maar je moet wel herbouwen.

Het grote risico is dat we in een wederopbouwreflex schieten: alles weer zo vlug mogelijk zoals het was, muren en dak direct weer overeind. Maar daardoor zouden de secundaire gevolgen van de crisis weleens veel groter kunnen zijn dan de directe gevolgen nu en in de nabije jaren. We dreigen dan jaren te verliezen voor de broodnodige herstructurering van de economie. En ook dreigen we visieloos voorbij te gaan aan de grote geopolitieke veranderingen van de laatste decennia.

De inzet is de vrije markt te redden, hét platform voor creativiteit en innovatie, voor individuele ontplooiing en wederzijdse dienstverlening. In coronatijd beseffen we dit eens te meer: van kappers tot restaurateurs, van sportscholen tot aanbieders van vergadersoftware. Maar als we wat scherper kijken, dan zien we een treurig beeld dat zich al ver voor de coronacrisis aftekende.

Ik zie zes ingrijpende problemen.

Allereerst de ecologische problematiek: de oude economie teert jaarlijks in op de reserves van de aarde terwijl het besef doordringt dat we met straks tien miljard mensen deze wijze van produceren en consumeren eenvoudigweg niet kunnen volhouden. We zullen moeten overschakelen op een circulaire economie.

Een tweede probleem betreft de immense financialisering. Net zoals we nu onze totale economie afstemmen op de beschikbare ic-capaciteit – en dit keihard opleggen – zo bepaalt de financiële economie al enkele decennia onze economische politiek. Criterium: het te verwachten rendement. Niet welvaart of welzijn.

Een derde probleem is de groeiende ongelijkheid. Tussen landen is de ongelijkheid afgenomen, maar binnen vrijwel alle landen nam ze fors toe.

Een vierde kernprobleem betreft de onjuistheid van prijzen. Allerlei kosten zijn daar vaak niet in niet verwerkt. Prijs en waarde blijken heel verschillende zaken. Zo is vliegen veel te goedkoop en krijgen boeren te weinig voor hun producten waardoor ze hun grond hard moeten uitknijpen – met alle milieugevolgen van dien.

Een vijfde probleem betreft de enorme machtsconcentraties van bedrijven en sectoren die door het verzamelen van data in korte tijd ongekende machtsposities opbouwden, zonder hierover publiek verantwoording af te leggen. Het is toch absurd dat private partijen onze nieuwe publieke ruimte – de digitale wereld – organiseren, en handig belasting ontwijken? Veel grote bedrijven hebben maatschappelijke verantwoordelijkheid ideologisch en praktisch de nek omgedraaid.

Ten slotte worden ook de psychische gevolgen ernstiger. De economie is een cynische rat race geworden, waarin je ofwel glorieus wint, ofwel met een burn-out aan de kant komt te liggen. Dat is niet in de laatste plaats mede te wijten aan een doorgeslagen balans van zekerheid naar onzekerheid.

Geen wonder dat zowel in westerse als niet-westerse landen een kloof is gegroeid tussen ‘volk’ en ‘elite’. Dat schreeuwt om een sociaal-duurzame economie. Onze kwaliteit van leven, de menselijke waardigheid en de sociale leefbaarheid van onze wereld en ons overleven hangen hier uiteindelijk van af.

Europa

Laten we ons inzetten voor een economie of the people, by the people and for the people (vrij naar Lincoln). En die is er, of beter: die kan er zijn. Dicht bij huis.

Voor het inrichten van een ander soort vrijemarkteconomie is er maar één kandidaat: Europa. Dat is nog steeds ongeveer de grootste economie ter wereld, een continent met marktmacht. En ja, binnen Europa zijn de verschillen groot. Maar zodra je er een stap buiten zet, weet je plots weer dat die verschillen veel kleiner zijn dan die tussen Europa en veel andere cultuurgebieden.

Met vallen en opstaan probeert Europa een markteconomie te ontwikkelen met gevoel voor menselijke waardigheid, vrijheid en bonum commune, het gemeenschappelijke belang van alle burgers. Europa belichaamt een zoektocht naar een economie van en voor iedereen, een menselijke waardigheidseconomie.

De coronacrisis is vooral domme pech. Maar ze creëert wel een bijzonder moment. Er zijn soms, heel soms, momenten in de geschiedenis waarin je snel moet handelen met het oog op de lange termijn. Momenten waarop het er echt om spant, een huis in brand vliegt en men ineens moet herbouwen – voor de komende generatie.

Als we het nu niet goed doen, dan komt het waarschijnlijk heel lang niet goed, misschien zelfs nooit meer.

De auteur is hoogleraar economie en samenleving aan de VU

Govert Buijs

{ Lees de 0  reacties}

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.