NIEUWS

Debat 07 juni 2014

Zure ouwe mannen domineren de Nacht van de Universiteit

reacties 1

Onderwijs en studenten moeten weer centraal komen staan op de universiteiten. Daar waren de zevenhonderd aanwezigen op de Nacht van de Universiteit het vrijdagavond snel over eens.

“De universiteiten zijn de studenten de afgelopen decennia steeds meer vergeten en hebben het contact met hen verloren”, zei Frank Miedema. Hij is bestuurder van het Utrechts Medisch Centrum en betrokken bij de beweging Science in Transition en een van de inleiders van de Nacht van de Universiteit in de Brakke Grond in Amsterdam.

Ontmenselijking van de universiteiten

Die opmerking kunnen de organisatoren van de Nacht gelijk in eigen zak steken. Bij de eerste drie debatten op de avond stond welgeteld één student op het podium, en wel de bijna bekende Nederlander Esther Crabbendam, voorzitter van de ASVA, de studentenbond van de UvA.

Verder mochten vooral zure ouwe mannen het debat openen, zoals Ewald Engelen met zijn bekende scheldkanonnade op universitaire bestuurders die meer in megalomane nieuwbouw en derivatenhandel zijn geïnteresseerd dan in onderwijs en onderzoek. En good old Arnold Heertje die schuimbekkend de ontmenselijking van de universiteiten aankaartte, en Chris Lorenz natuurlijk over het eeuwige onrecht van de citatie-indexen. Deze heren maken van de kritiek op de universiteiten meer een cabareteske voorstelling dan dat ze een serieuze analyse van de problemen geven en mogelijke oplossingen aandragen.

Serieus nadenken

En daar was de nacht toch vooral voor bedoeld, legde initiatiefnemer Ad Verbrugge aan het begin van de avond uit. “We zijn hier niet om te klagen, maar om serieus na te denken over hoe het anders kan.” Volgens hem is de universiteit totaal uit balans geraakt door de nadruk op productiecijfers en uniformering van de wetenschapsopvattingen. “De universiteit is haar vormende taak voor studenten steeds meer kwijtgeraakt.” Daarom schreef Verbrugge samen met een aantal collega’s de bundel ‘Waartoe is de universiteit op aarde?’ dat op de nacht werd gepresenteerd.

Gelukkig waren er ook mensen die niet alleen kwamen klagen maar ook probeerde te analyseren, zoals Frank Miedema. “Alleen wat we in cijfers kunnen meten, lijkt nog belangrijk binnen de universiteiten”, stelde hij. Zijn ervaring binnen het Utrechts medisch centrum is dat alleen internationaal toonaangevend onderzoek nog meetelt voor de carrière van wetenschappers. “Onderwijs geven is iets voor losers. Maar ook onderzoek met grote maatschappelijke impact, zoals geriatrie en sociale geneeskunde, staat onder druk omdat het niet scoort in de internationale rankings.”

Hand in eigen boezem

Volgens hem moeten universiteiten weer instellingen worden waar maatschappelijk nut belangrijker is dan productiecijfers. Daarbij hoort de vorming van studenten voorop te staan. Hij stelde dat wetenschappers vooral de hand in eigen boezem moeten steken en niet alleen maar naar de boze buitenwereld moeten wijzen die wil bezuinigen op de universiteiten. “We hebben het deels zelf zover laten komen, want er is ook een wetenschappelijke elite die belang heeft bij dit systeem en daarom niet wil veranderen.”

Esther Crabbendam was het erg eens met Miedema. “Studenten voelen zich verloren in de enorme massa’s. Bovendien worden ze in korte tijd door hun studie gejaagd. Er is geen tijd en aandacht voor de academische vorming en individuele ontplooiing van studenten. Daarom haken er veel af. Maar je kunt het je nu bijna niet meer permitteren van opleiding te veranderen als je niet helemaal de goede keuzen hebt gemaakt op je zeventiende. En met de invoering van het leenstelsel wordt het alleen maar erger.’’

Nauwelijks in de studie geïnteresseerd

De decaan van de VU-faculteit der rechtsgeleerdheid, Elies van Sliedregt, herkent zich in het verhaal van Crabbendam. “Ik wil de faculteit kleiner maken met minder studenten. Maar dat kan alleen langzaam, want ja, minder studenten betekent wel minder geld.’’

Van Sliedregt zei dat de faculteit het onderwijs aan het intensiveren is door meer contacturen, kleinere werkgroepen en activerende methodes. Zo moeten studenten, voordat ze aan een werkcollege mee mogen doen, eerst de deeltoets via internet hebben gehaald. Zij constateerde dat een deel van de problemen bij de studenten zelf ligt. “Helaas hebben we ook te maken met een groep die nauwelijks in de studie is geïnteresseerd en alleen maar komt omdat ze denkt later als advocaat veel geld te kunnen verdienen en een dikke auto voor de deur te hebben staan."

Daarom is Van Sliedregt voor meer selectie, onder meer door invoeren van een studentenstop, matchingsgesprekken, bindend studieadvies en het weren van studenten die alleen met een hbo-propedeuse op zak naar de universiteit komen.

Gewone mensen

De Rotterdamse politicoloog Willem Schinkel is nogal huiverig voor de extra selectie. “In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw hebben we gestreden voor de emancipatie van gewone mensen, zodat ook die naar het hoger onderwijs konden. Als dat nu begint te lukken, is het natuurlijk wrang om barrières te gaan opwerpen. Het is de uitdaging aan de universiteiten om juist die eerstegeneratiestudenten bij de les te krijgen, te vormen en motiveren om academisch te leren denken en handelen. Daar moeten we onze energie in steken in plaats van al die aandacht voor excellente studenten en honoursprogramma’s.’’

Van Crabbendam is het met hem eens. “Wat we het meest nodig hebben zijn motiverende docenten.’’ En troostend voegde ze er nog aan toe “dat het allemaal ook weer niet zo vreselijk erg is aan de universiteiten.’’

Verdorven maatschappij

Buiten waren inmiddels heel wat studenten in het ondergaande zonlicht aan het feesten geslagen. Niets is tenslotte zo leuk als te klagen dat deze verdorven maatschappij de universiteiten naar de kloten jaagt. Proost!

Binnenkort op deze site een bespreking van ‘Waartoe is de universiteit op aarde?’

Dirk de Hoog
BEELD: Laura van Haren

{ Lees de 1  reacties }

hits 5
Door R.J. (Bert) va… op 12 juni 2014

Sta mij toe deze weergave van de avond (vooral de kop) misleidend en stemmingmakend te vinden. De zaal zat vol met mensen tussen de 20 en 30 jaar. Op het podium stonden een student en Ad Verbrugge, niet bepaald oude mensen, en de kritiek op het moderne universitaire beleid, geuit door ervaren wetenschappers en onderwijsgevenden, werd breed gedeeld door de zaal. Er was niets zuurs aan. Het ging hier om zeer betrokken sprekers en om goed onderbouwde kritiek. Er was helaas één "ouwe man" die zich niet herkende in de kritiek, n.l. de voorzitter van de VSNU, hetgeen erop duidt dat de VSNU het contact verloren heeft met zowel de jeugd als het ervaren wetenschappelijke personeel van de universiteiten. De VSNU mag zich wel eens achter de oren krabben. En Ad Valvas mag misschien meer aandacht geven aan de inhoud van het debat in plaats van aan het wegzetten en stigmatiseren van sprekers.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.