NIEUWS

Wetenschap 18 juni 2018

'We moeten af van het stigmatiserende woord 'puber''

We moeten af van het woord puber. Die term is namelijk negatief, denigrerend en stigmatiserend voor jonge mensen in ontwikkeling. Dit stelde Jelle Jolles afgelopen vrijdag in zijn afscheidscollege als hoogleraar neuropsychologie aan de VU.

De negatieve kijk op jongeren als lastig, ongemotiveerd en ongehoorzaam is een hardnekkig onderdeel van de westerse cultuur. Socrates schreef al dat de jongeren maar niet wilden deugen.

Jolles kijkt vooral als neuropsycholoog naar opgroeiende jongeren. “Het brein is tot zeker het 25ste jaar nog volop in ontwikkeling. Dat moet je als uitgangspunt nemen om hun gedrag te kunnen begrijpen”, zei hij. Hoe die hersenen zich ontwikkelen, heeft hij opgeschreven in het boek 'Het Tienerbrein'. Hij noemt de hersenen van jongeren ‘een nieuwsgierigheidsmachine’. “Ze willen af van gebaande wegen en het onbekende daarbuiten ontdekken.”

Genen versus omgeving

Voor een evenwichtige ontwikkeling van het brein is sociale interactie ontzettend belangrijk. In zijn ogen zelfs belangrijker dan genetische aanleg. “In de hersenen van jonge mensen ontwikkelt zich een enorm netwerk van neurale verbindingen. We weten uit onderzoek dat die netwerken zich mede vormen door interactie met de omgeving. Je moet kijken naar de potentie van kinderen en stimuleren dat ze zich zo optimaal mogelijk ontwikkelen. Ouders, leraren en andere volwassenen in hun omgeving kunnen daarbij coachen en begeleiden, maar kinderen moeten ook hun eigen ontdekkingsreis kunnen maken."

Meer dan rekenen

Vanuit de inzichten van de ontwikkelingspsychologie heeft hij veel kritiek op het bestaande onderwijssysteem. “Je moet de tiener in zijn geheel benaderen. Het bestaande onderwijs is eenzijdig gericht op vooral leren lezen, schrijven en rekenen. Maar dingen als bewegen, muziek en toneelspelen zijn heel erg belangrijk voor de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van een kind. Kinderen en tieners moeten ook gewoon kunnen spelen”, hield hij zijn gehoor voor.

Hij constateerde dat er heel veel wetenschappelijke kennis bestaat over de ontwikkeling van het tienerbrein, zeker door de opkomst van allerlei hersenscanmethodes de afgelopen vijfentwintig jaar. Maar die kennis dringt slecht door in de samenleving en wordt ook niet optimaal benut binnen het onderwijs. Een klein voorbeeldje dat hij noemde is dat werken in groepjes niet altijd goed is voor scholieren. Sommige leertaken kan je beter in je eentje doen.

Kennis delen

Ondanks dat zijn afscheidscollege de titel ‘Leren 2.0’ mee kreeg, had hij geen blauwdruk bij de hand voor een nieuw onderwijsstelsel. Wel pleitte hij voor nauwe samenwerking tussen universiteiten en scholen om de beschikbare kennis beter in de praktijk te kunnen benutten. Bijvoorbeeld door de oprichting van regionale centra waarin scholen en hoger onderwijs instellingen samenwerken. Ook moet in de opleiding van docenten meer aandacht komen voor ontwikkelingspsychologie. Nu bestaan er volgens Jolles nog allerlei mythes over de psychologie van het tienerbrein en gebruikte onderwijsmethodes die door de wetenschap allang zijn achterhaald.

Adolecentenkunde

Ook pleitte hij voor de ontwikkeling van iets als adolescentenkunde. Nu is de kennis over opgroeiende jongeren over allerlei disciplines verdeeld, waardoor een totaalplaatje ontbreekt of verkeerd wordt ingevuld.

Maar bovenal pleitte hij voor een cultuuromslag. Zie opgroeiende kinderen niet als vervelend, lastig, lui en tegendraads, maar als jonge mensen in ontwikkeling, die per definitie nieuwsgierig op zoek zijn naar het onbekende. En daar is een begripvolle coach die nuttige feedback geeft belangrijk bij. En die mag nu en dan ook best streng zijn. Want een kind laat je niet onnodig vallen.

 

Dirk de Hoog

hits 9

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.