NIEUWS

Campus 08 maart 2019

Vrouwen blijven nog steeds achter op de universiteit

Ruim honderd jaar na de eerste viering van de internationale vrouwendag in Nederland op 8 maart 1912 hebben vrouwen nog steeds minder kans op een carrière in de wetenschap, blijkt op een lunchbijeenkomst van de vakbond FNV op de VU.

Op het eerste gezicht lijkt de positie van vrouwen in de wetenschap te verbeteren. Rond 1999 promoveerden er in Nederland voor het eerst bijna net zo veel vrouwen als mannen. Twintig jaar later zou zich dat moeten vertalen in een forse stijging van het aantal vrouwelijke hoogleraren. En dat is ook gebeurd. Van zo’n vijf naar twintig procent nu. Al had dat in de ogen van velen best wat meer mogen zijn.

Maar er zit nu al een addertje onder het gras, laat Derk Kooi, gespreksleider en promovendus bij de bètafaculteit, zien. Sinds 2010 neemt het percentage vrouwelijke promovendi en vrouwelijke universitaire docenten weer af tot onder de veertig procent.

Discriminatie vrouwen

John werd veel vaker uitgenodigd voor een gesprek en een hoger salaris geboden dan Jennifer, ook door vrouwelijke hoogleraren

Ondanks alle aandacht voor de scheve verdeling van wetenschappelijke posities en de pogingen van universiteiten meer vrouwen te laten doorstromen, blijft de discriminatie van vrouwen bij sollicitaties groot.

Docent organisatiewetenschappen Romy van der Lee haalde het zogeheten John and Jennifer experiment aan. Een prachtig cv van een briljante student werd naar allerlei wetenschappelijke instellingen gestuurd. De ene keer ondertekend met de naam John, de andere keer met Jennifer. John werd veel vaker uitgenodigd voor een gesprek en een hoger salaris geboden dan Jennifer, ook door vrouwelijke hoogleraren.

Natuurlijk kwam er kritiek op het onderzoek. Daarop besloten de wetenschappers een artikel over het onderwerp te schrijven. De ene keer met als auteur John, de andere keer auteur Jennifer. Wat bleek? Het artikel van ‘John’ kreeg veel betere kritieken dan dat van ‘Jennifer’.

Positieve actie

De masculiene cultuur is dus diep verankerd in de wetenschappelijke wereld. Voor directeur personeelszaken van de VU Renée Andrée Koornstra geen reden om bij de pakken neer te zitten. “Als we dit weten, kunnen we er wat aan doen. Stimuleringsbeleid voor vrouwen blijft hard nodig”, zei ze.

Maar dat blijkt in de praktijk nog niet mee te vallen. Zo mocht de Rijksuniversiteit Groningen van de rechter geen banen aanbieden waar alleen vrouwen op konden solliciteren, want dat is discriminatie, vertelde iemand in de zaal.

En vrouwen in de wetenschap wordt het niet altijd even makkelijk gemaakt, zei Paola Gori Giorgi, hoogleraar scheikunde. “In veel landen is het gewoon dat kinderen vijf dagen in de week naar de kinderopvang gaan. In Nederland kijken ze je toch een beetje met scheve ogen aan als je dat doet.”

Praktische bezwaren

En zo kwamen er nog meer praktische bezwaren aan de orde. “Als je als vader een ouderdag opneemt mag dat wel, maar je moet wel dezelfde hoeveelheid werk blijven doen”, is de ervaring van docent psychologie Artem Belopsky. En bij het aanvragen van een onderzoekssubsidie wordt vaak geen rekening gehouden met mogelijk zwangerschapsverlof. Werken in deeltijd is zeker geen pré.

'Als je als vader een ouderdag opneemt mag dat wel, maar je moet wel dezelfde hoeveelheid werk blijven doen'

De vrouwen die wel een baan in de wetenschap krijgen, hebben vaker dan mannen een tijdelijk contract, blijkt uit de cijfers. Daar maakte een postdoc zich flink boos over. “Ik ben al gepromoveerd. Dus ik heb bewezen dat ik wat in mijn mars heb. Nu ben ik aangenomen voor een project van drie jaar. Maar ik heb weer eerst een tijdelijke aanstelling van een jaar gekregen als proeftijd. Daar baal ik van.”

Koornstra is het helemaal met haar eens. “Voor een project van drie jaar is zo’n proefperiode helemaal niet nodig. Dat geeft alleen maar extra onzekerheid.”

Zorgtaken

De bijeenkomst was aangekondigd onder het motto Hoe wordt werkdruk ervaren, vanuit perspectief vrouw versus man? Maar dat thema kwam niet echt aan de orde. Een discussie daarover is wel interessant. In Nederland zijn zorgtaken tussen hoogopgeleide vrouwen en mannen nog steeds heel scheef verdeeld tenslotte. Dat zal op de universiteit niet anders zijn. “Als er op de crèche een probleem met de kinderen is, bellen ze mij in plaats van mijn man, terwijl dat wel de afspraak is”, noemde een hoogleraar als voorbeeld. En zo zullen er nog wel meer verhalen zijn, gezien onderstaand overzicht van het Vrouwennetwerk Women inc.

Vrouwen werken vaker in deeltijd, 47 procent van de vrouwen gaat bij de geboorte van het eerste kind minder uren werken, tegenover 9 procent van de mannen. Vrouwen besteden anderhalf keer zoveel tijd aan onbetaalde zorgtaken (huishoudelijke taken, boodschappen, zorg voor kinderen, informele zorg) als mannen (26 versus 17 uur per week) en vrouwen noemen onbetaalde zorgtaken, huishoudelijk werk en mantelzorg ook veel vaker als reden om minder te gaan werken dan mannen (57 procent vrouwen en 27 procent mannen).

Dirk de Hoog
BEELD: Dirk de Hoog

hits 306

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.