NIEUWS

Studenten 31 januari 2020

Niet alle studenten voelen zich welkom op de VU

reacties 1

Hoewel de meeste studenten zich welkom op de VU voelen, voelt zo’n 10 procent van de internationals zich hier nooit of bijna nooit thuis. Pittige cijfers uit nieuw onderzoek onder studenten naar discriminatie en uitsluiting.

Veertien procent van de islamitische studenten ziet of heeft geregeld last van discriminerend gedrag op de VU. Tien procent van de studenten uit de lhbtq+-groep ervaart hetzelfde. Het zijn pittige cijfers die naar voren komen uit het onderzoek naar thuisgevoel aan de universiteit onder 1271 VU-studenten.

Leider van het onderzoek is hoogleraar diversiteit en onderwijs Maurice Crul: “Het is de eerste keer dat in Nederland onderzoek wordt gedaan naar de relatie tussen thuisgevoel, uitsluiting en studiesucces. We hebben hiermee nieuw terrein bestreken.”

Thuisvoelen

Diversity officer campus & community Wim Haan: “De gesprekken die collegevoorzitter Mirjam van Praag twee jaar geleden had met Joodse, christelijke, islamitische en lhbtq+-studenten vormden een van de aanleidingen voor dit onderzoek.”

Maar goed: wat is je thuisvoelen? Onderzoeker Ismintha Waldring die het rapport schreef: “Op verschillende manieren bekeken we hoe betrokken studenten bij de universiteit zijn. Melden ze zich aan voor sociale activiteiten? Zitten ze bij een studievereniging? Herkennen ze zich in hun medestudenten en docenten?”

Internationale studenten

Hieruit blijkt dat nagenoeg alle studenten, ongeacht hun afkomst en religieuze overtuiging, zich bijna in gelijke mate welkom op de VU voelen. Er is echter één groep studenten die zich echt geregeld uitgesloten voelt: internationale studenten.

Van hen voelt tien procent zich nooit of bijna nooit thuis op de VU, en 37 procent voelt zich geregeld niet welkom. Vooral taal speelt hierbij een rol, ze voelen zich buitengesloten door studenten die Nederlands spreken. 

Discriminatie

Discriminatie blijkt vooral bij eerstegeneratiestudenten met een migratieachtergrond, islamitische studenten en lhbtq+-studenten een rol te spelen. Opvallend is dat de groep studenten die zich, naast studenten zonder migratieachtergrond, het meest thuis voelt op de VU, ook de meeste discriminatie ervaart. Crul: “Dat kan tegelijkertijd bestaan. De VU faciliteert islamitische studenten. Er is halal eten in het restaurant en religieus zijn is op deze universiteit geen probleem. Toch zien en ervaren zij de meeste discriminatie.”

Discriminatie kan op heel veel manieren. Denk aan docenten die op stereotiepe wijze dingen bespreken of studenten die moeite hebben met het vinden van medestudenten om opdrachten mee te doen. Of gewoon het feit dat zij vaker merken dat zij als individu  aangesproken worden als representant van de hele groep.

Studieresultaten

Het onderzoek laat zien dat dit een effect heeft op de studieresultaten van de studenten die discriminatie en uitsluiting ervaren. Wie negatieve ervaringen heeft, haalt ook slechtere resultaten. Dit geldt ook voor lhbtq+-studenten zonder migratieachtergrond en studenten met een beperking zonder migratieachtergrond, en is dus niet te verklaren door een eventuele taalachterstand van eerstegeneratiestudenten met een migratieachtergrond.

Wel kan de studieroute van de student invloed hebben op die resultaten. Meer studenten met een migratieachtergrond komen via een omweg naar de universiteit. Diversity officer onderwijs Marieke Slootman: “In een eerder onderzoek zagen wij dat hbo-propedeuse studenten langer over hun studie doen en vaker uitvallen dan studenten met een vwo-achtergrond. Een derde van de studenten heeft geen vwo gedaan. Je kunt het verschil in aansluiting tussen hbo en universiteit niet alleen op het bordje van de individuele hbo-student leggen. Die heeft het programma niet ontworpen. Met zoveel studenten op de universiteit zonder vwo-diploma is dat gewoon een slecht businessmodel.”

Te veel witte docenten

Wie zich thuis voelt op de VU en zich niet gediscrimineerd voelt, haalt betere resultaten. Een van de dingen die aan dat thuisgevoel kunnen bijdragen, is een divers docentencorps. Een aanzienlijke groep studenten (43 procent) pleit daarom voor meer etnische diversiteit onder docenten. Crul: “14,5 procent van onze studentenpopulatie bestaat uit tweedegeneratiestudenten met een migratieachtergrond. Terwijl slechts één procent van de wetenschappelijk staf zo’n achtergrond heeft. Studenten met een Nederlandse afkomst herkennen zich een-op-een in de groep docenten. Dat is een groot verschil.”

Diversity officer HR en communicatie Zarina Shaikh-Druiventak: “Meer studenten met een migratieachtergrond kiezen ervoor om in de wetenschap verder te gaan. We moeten kijken wat de mogelijkheden zijn om deze mensen binnen de universiteit te houden.”

Meer diversiteit gevraagd

Het zijn vooral de studenten met een migratieachtergrond en de internationale studenten die meer diversiteit zouden willen zien. Chief diversity officer Ruard Ganzevoort vindt een goede mix in het docentenbestand sowieso van belang. “Ik merk dat ik als decaan die rol kan spelen voor studenten uit de lhbtq+-gemeenschap. Sommige studenten weten niet zo zeker of de universitaire wereld hen zal accepteren. Het sterkt hen om te zien dat zij ook, net als ik, hoogleraar of decaan kunnen worden.”

Kom langs bij de diversity officers

De VU had al een paar jaar een chief diversity officer. Maar sinds vorig jaar is er een  Diversity Office met meerdere diversity officers die ieder in een eigen onderwerp gespecialiseerd zijn.

“We willen geen aparte dienst zijn, maar de organisatie zo verstevigen dat de diensten zelf hun beleid aanpassen”, zegt Marieke Slootman, diversity officer education.

Op dinsdag 4 februari van 12 tot 14 uur is de eerste inloopbijeenkomst voor studenten en medewerkers met vragen over diversiteit. Elke maand kunnen ze in debatcentrum 3D aan het campusplein, naast de Spar, terecht. 

Floor Bal

{ Lees de 1  reacties }

hits 466
Door Jaap-Jan Flinterman op 31 januari 2020

"Er is echter één groep studenten die zich echt geregeld uitgesloten voelt: internationale studenten. Van hen voelt tien procent zich nooit of bijna nooit thuis op de VU, en 37 procent voelt zich geregeld niet welkom. Vooral taal speelt hierbij een rol, ze voelen zich buitengesloten door studenten die Nederlands spreken." Tja, wat doen we hier aan? Ik zie twee oplossingen. De eerste is niet serieus bedoeld, de tweede kost een hoop geld en zal dus wel niet serieus worden genomen. (i) We verbieden op de campus niet alleen (elektronisch) roken, maar ook het spreken van Nederlands buiten collegezalen waar Nederlandstalige colleges of werkgroepen worden gegeven. (ii) We bieden in elk geval die buitenlandse studenten die een meerjarige opleiding volgen, wat Nederlandse les aan. En dan in de tussentijd een oplossing voor iedereen. Van buitenlandse studenten mag worden verwacht dat ze beseffen dat ze in een land studeren waarvan ze de landstaal niet beheersen, en dat dat consequenties heeft voor hun maatschappelijke functioneren. Omgekeerd mag van Nederlandstalige leden van de universitaire gemeenschap worden verwacht dat ze rekening houden met de talige deficiëntie van (veel) buitenlandse leden van die gemeenschap. Personeelsleden in vaste dienst moeten zich natuurlijk binnen een redelijke termijn het Nederlands zo eigen maken dat zij er hun werk in kunnen doen, maar dat ligt anders voor personeel in tijdelijke dienst en voor studenten. Het is dus voor iedereen een beetje inschikken. Zolang iedereen maar rekening houdt met de complexiteit die bij internationalisering hoort én zolang maar duidelijk is dat Nederlandstaligheid de norm is, zijn de meeste problemen best te ondervangen, lijkt me.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.