NIEUWS

Politiek 31 oktober 2018

Hoe rijk is de VU?

Cijfers en feiten
reacties 1

Universiteiten moeten niet zeuren. Ze hebben geld zat om hun eigen broek op te houden, twitterde D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen deze week. Gezamenlijk zouden ze zo’n 3 miljard euro aan vermogen hebben dat ze vrij aan onderwijs en onderzoek kunnen besteden. Wat zijn de feiten?

De VU had eind 2017 een eigen financieel vermogen van 231 miljoen euro. Maar dat bestaat voor een groot deel uit gebouwen en is echt niet vrij te besteden. De onderwijsinspectie hanteert een kritische ondergrens voor het vermogen en stelt dat de VU dicht tegen die grens aan zit, gezien de langlopende financiële verplichtingen. Daarom moet de VU de komende jaren een positief saldo halen om het vermogen op peil te houden.

Volgens Van Meenen bezuinigt de overheid niet op de universiteiten, maar geeft ze er juist extra geld aan uit.

Vermogen zit grotendeels in gebouwen

Dat is waar. Tussen 2009 en 2016 kreeg de VU 15,4 procent extra geld van de overheid. Maar het aantal bachelordiploma’s steeg met 42 procent en masterdiploma's met 27 procent. Bovendien hebben de inflatie en gestegen personeelslasten een groot deel van deze stijging opgesnoept.

 

De Vereniging van Nederlandse Universiteiten stelt dat de bekostiging per student van 2000 tot 2017 met 25 procent is gedaald. Van 20.100 naar 15.200 euro. Dat komt doordat het aantal studenten met 68 procent is gestegen en de rijksbijdrage daarbij is achtergebleven.

Minder geld per studentNiet waar, zegt onderwijsminister Van Engelshoven. Het onderwijsaandeel per student in de rijksbijdrage was 6200 euro in 2008 en is nu 6800. Maar ze geeft toe dat als je alle rijksbijdragen aan de universiteiten bij elkaar optelt, dus inclusief geld voor onderzoek en dergelijke, de trend van de totale bekostiging per wo-student dalende is. Veel geld voor onderzoek gaat niet meer direct naar de universiteiten, maar wordt verdeeld via onderzoeksfinancier NWO. Dus per student krijgen de universiteiten wel degelijk minder geld van het Rijk.

Volgens Van Meenen en anderen geven de universiteiten het geld aan verkeerde dingen uit, zoals nieuwe gebouwen.

Maar wie bepaalt dat? De universiteiten kennen een zogeheten lumpsumfinanciering, oftewel één zak geld die ze naar eigen inzicht mogen besteden. Onder meer de medezeggenschapsraden en de raad van toezicht moeten de hoofdlijnen van de begroting van de universiteit goedkeuren. Zo is aan de VU afgesproken dat de uitgaven voor huisvesting, inclusief nieuwbouw, gemiddeld over een aantal jaren niet meer dan 14 procent van de totale inkomsten mogen bedragen. En daar houdt de universiteit zich aan.

Die nieuwe gebouwen zijn toch veel te luxe en duur?

Duurzaam gebouw is ook duurderAan de VU is daar lang over gesproken. Zo is overwogen het Wis-& Natuurkundegebouw te renoveren. Maar nieuwbouw bleek een betere oplossing. Bij ieder nieuw gebouw is een uitvoerige kosten-batenanalyse gemaakt, ook met hulp van externe deskundigen. Zo leek de investering per vierkante meter in het Nieuwe Universiteitsgebouw aan de hoge kant. Er is echter gekozen voor een heel duurzaam gebouw. En ja, als je in milieu wilt investeren, hangt daar een prijskaartje aan. Alle nieuwbouwprojecten zijn overigens door de medezeggenschap en raad van toezicht goedgekeurd.

Voor die nieuwbouw is wel een hoop geld geleend, waaraan banken veel verdienen.

De VU heeft nu zo’n 200 miljoen euro geleend, vooral bij de Europese Investerings Bank. Die is niet uit op winstmaximalisatie, maar wil maatschappelijk nuttige projecten in de Europese Unie financieren. En de VU heeft de nieuwbouw deels uit eigen middelen betaald.

De beslissingen op de universiteit worden centralistisch genomen, waardoor het geld niet altijd naar de belangrijkste zaken gaat.

Dat valt te bezien. De VU verdeelt het budget voor onderwijs en onderzoek over faculteiten via een ‘objectief model’ Vusam. Dat gaat over studentenaantallen, promoties en dergelijke. De faculteiten bepalen zelf waaraan ze dat geld besteden. Het Vusam-model is overigens wel regelmatig onderwerp van discussie...

Maar veel geld gaat op aan bureaucratie en managers.

In 2010 is de VU begonnen met inkrimping van het ondersteunend-personeelsbestand. Dat was in 2015 met 126 formatieplaatsen gekrompen tot 1409 fte, ofwel 40 procent van het totale Minder ondersteunend personeelpersoneelsbestand. Over deze periode kwamen er juist 140 plaatsen voor wetenschappelijk personeel bij. Meer dan de helft (821 fte) van de ondersteunende functies is ook nog eens direct onderwijs- en onderzoeksgebonden. Denk aan assistenten bij practica, studentendecanen en onderwijsbureaus. Van de 3581 fte die de VU in 2015 telde, gaat het bij 18 procent om ‘indirecte functies’. (Cijfers zijn zonder Medische Faculteit.)

Maar per student komen er wel steeds minder docenten.

Volgens de minister is landelijk het aantal hoogleraren en docenten per student gedaald. In 2008 was er één docent op 18,4 studenten. In 2017 één op 19,8. Precieze cijfers voor de VU zijn niet één, twee, drie te geven. Die verschillen per opleiding. Het aantal wp-plaatsen aan de VU is de afgelopen twee jaar gedaald. Vorig jaar met zo’n 50, terwijl het aantal studenten juist steeg. Het ligt dus voor de hand dat ook aan de VU de student-docentratio is verslechterd.

Doen universiteiten dan niks fout?

Meer buitenlandse studentenVast wel. Tussen 2009 en 2016 is het aantal buitenlandse studenten verdubbeld naar 40.000. Dat is ongeveer evenveel als het aantal studenten van Universiteit Utrecht. Van de bachelorstudenten komt 8,3 procent uit het buitenland, bij de masters 17 procent. En die percentages stijgen nog steeds doordat bijna alle universiteiten, ook de VU, actief studenten in het buitenland werven. Dat verklaart een deel van de groei van het aantal studenten en de toename van de werkdruk. Maar de universiteiten hebben dit zelf bewerkstelligd door steeds meer bachelor- en masteropleidingen in het Engels aan te bieden. Eigen schuld dus, schrijft de Rotterdamse professor Willem Schinkel in zijn inmiddels roemruchte brief aan het comité @WO in actie.

Zijn universiteiten nu rijk of niet?

14.00o euro per student, maar die euro is nu wel veel minder waardTja. Volgens het Rathenau Instituut zijn de totale inkomsten van de universiteiten tussen 2009 en 2016 gestegen van 5,7 naar 6,8 miljard euro. Dat is een optelsom van de rijksbijdrage, collegegelden, onderzoekssubsidies en betaalde opdrachten. Maar dat bedrag moet je corrigeren voor de inflatie. De inkomsten van de VU in 2017 waren bijna 511 miljoen euro. Daarvan kwam 319 miljoen van het Rijk, 49 miljoen uit collegegelden, 90 miljoen uit onderzoekssubsidies en -opdrachten en 53 miljoen uit diverse bronnen. Dat is 91 miljoen euro (bijna 18 procent) meer dan in 2009. Toen stonden er 22.738 studenten ingeschreven. In 2017 waren dat er 129 meer. Je zou denken dat het dan wel meevalt met het geld per student. Maar dat valt tegen. De rijksbekostiging loopt twee jaar achter bij het werkelijke aantal studenten, dat momenteel juist stijgt. Dat meegerekend kreeg de VU in beide peiljaren net iets minder dan 14.000 euro per student van het Rijk. Maar die euro was in 2017 door gestegen kosten wel zo’n 18 procent minder waard.

Dirk de Hoog

{ Lees de 1  reacties }

hits 111
Door Derk Kooi op 01 november 2018

Over het kopje "Maar veel geld gaat op aan bureaucratie en managers.":

"In 2010 is de VU begonnen met inkrimping van het ondersteunend-personeelsbestand. Dat was in 2015 met 126 formatieplaatsen gekrompen tot 1409 fte, ofwel 40 procent van het totale Minder ondersteunend personeelpersoneelsbestand."
Onder het kopje worden voor het gemak managers en de rest van het ondersteunend personeel door elkaar gemengd. Vergelijk de landelijke cijfers van de VAWO die ingedeeld zijn naar salarisschaal: https://www.vawo.nl/universiteiten/managersuniversiteit/ Van 1999 naar 2015 zijn het aantal hoge schaal OBP (managers) toegenomen, terwijl het aantal lage schaal OBP (andere ondersteuners) zijn afgenomen. In totaal krimpt hierdoor het totale aandeel aan OBP, maar ik vraag me af hoe dat precies zit met de uitgaven: immers hebben we daar de veel duurder betaalde managers voor teruggekregen.

De vergelijking is helaas niet zo makkelijk, omdat hier als ijkpunt wordt genomen 2010, terwijl de VAWO 1999, 2004, 2008 en 2013 heeft als meetpunten naast 2015 en daarnaast de cijfers gaan over alle universiteiten. Toch lijkt me de trend duidelijk uit de VAWO cijfers.

"Meer dan de helft (821 fte) van de ondersteunende functies is ook nog eens direct onderwijs- en onderzoeksgebonden. Denk aan assistenten bij practica, studentendecanen en onderwijsbureaus. Van de 3581 fte die de VU in 2015 telde, gaat het bij 18 procent om ‘indirecte functies’. "
Ook hier is een temporale analyse misschien handig. Is dit toe of afgenomen?

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.