NIEUWS

Campus 11 juni 2018

Dispuut met aannemer Nieuwe Universiteitsgebouw

De campus is in rap tempo aan het veranderen, maar de verhuizing naar het gloednieuwe NU-gebouw wordt steeds vooruitgeschoven. Intussen draait de geruchtenmachine op volle toeren.

Van buiten ziet het Nieuwe Universiteitsgebouw (NU-gebouw) er al maanden uit alsof het klaar voor gebruik is, toch is verhuizing van de beoogde gebruikers van het gebouw al verschillende keren uitgesteld. Het cultuurcentrum Griffioen, bijvoorbeeld, zou aanvankelijk in 2017 zijn intrek nemen, inmiddels is dat 2019 geworden, en mogelijk loopt dat uit naar 2020.

Over de reden is de VU opvallend gesloten, en daardoor is de geruchtenmachine gaan draaien. Er zou een conflict met de aannemer zijn die meer geld zou willen. Er zou een constructiefout zijn gemaakt in de staalconstructie. Het NU-gebouw zou zelfs scheef staan.

“Het gebouw staat níét scheef”, zegt Josja van der Veer, directeur Facilitaire Campus Organisatie (FCO), en dus direct eindverantwoordelijke voor de herinrichting van de campus. Samen met directeur campusontwikkeling Franc van Nunen wil ze Advalvas graag vertellen over de verbetering van de campus, de studenten die er nu langer verblijven dan vroeger, wat de band met hun universiteit versterkt, de beperkte ruimte waarmee moet worden gewoekerd en de plannen voor de toekomst.

Dispuut met de aannemer

Maar hoe zit dat nou met het NU-gebouw?  “Er is een dispuut met de aannemer”, vertelt Van der Veer. “Daarover voeren we besprekingen, maar er zijn geen fouten in de constructie. Het NU-gebouw wordt volgens de afspraken voltooid en opgeleverd.”

“De aannemer maakt wat hij moet maken”, aldus Van Nunen. “Alleen heeft de oplevering meer tijd nodig.”

Tijdens de bouw van met name de onderste verdiepingen bleek dat de uitvoering van de constructie complexer was en daardoor langer duurde. In de zomer van 2016 is de oplevering van het cascogebouw, dus het hele gebouw zonder binnenwanden en inrichting, uitgesteld van eind 2017 naar april 2018. Daarbij werd bepaald dat het onderwijs er kon beginnen in september 2019. Dat is nu nogmaals verschoven met een kwartaal naar begin 2020.

“Dit uitstel is nodig omdat de aannemer meer tijd nodig heeft om het cascogebouw met de juiste kwaliteit op te leveren”, aldus Van der Veer. Op dit moment worden de afbouw en de inrichting voorbereid. “Het gebouw ziet er van buiten voltooid uit, van binnen zie je de contouren van alle functies, maar alle verdiepingen en zalen zijn nog leeg. De kamers en werkgroepruimten moeten nog worden ingedeeld. Als alles volgens planning gaat kan het onderwijs begin 2020 starten. Tot die tijd is het onderwijsprogramma voorzien in het huidige W&N-gebouw.”

Werken met flexplekken

Tijdens de bouwfase zijn de indelingsplannen voor de gebruikers ontwikkeld per verdieping. Van der Veer: “Dat vergde een grote inspanning.” Het afblazen van de bètasamenwerking met de UvA heeft daarbij roet in het eten gegooid. De plannen voor de inrichting van het NU-gebouw, dat een grote rol speelde in die samenwerking, moesten worden bijgesteld. De indeling die in de afbouwfase nu wordt uitgevoerd, is met name ontworpen voor de VU-groepen van de bètafaculteit en voor het VU Universitair Centrum voor Gedrag en Bewegen.

Ook het gesprek over de indeling en de variatie in werkplekken heeft extra tijd gekost in de planontwikkeling. Met de bètawetenschappers die in het gebouw komen te werken, zijn stevige discussies gevoerd over onder meer het werken met flexplekken. Dat wekt nog altijd veel tegenstand, leert ook de rapportage van het jongste werkbelevingsonderzoek van VU. Maar intussen lijkt FCO er met de bètawetenschappers uit te zijn.

“Door de langere bouwtijd hadden we ook de mogelijkheid om langer met de bètagebruikers te overleggen”, aldus Van der Veer. Daarbij zijn de bètawetenschappers tegemoetgekomen met kleinschaliger gezamenlijke werkplekken dan in het oorspronkelijke plan. “Dat past bij het type onderzoek van de betreffende groepen.”

“Er wordt op de werkvloer ook constant gesproken over flexwerken, maar dat is een verkeerde term”, tekent ze daarbij aan. “Het gaat om zuinig ruimtegebruik en het delen van ruimte. Dat heeft een grotere kans van slagen als je meer variatie hebt in het type werkplek: van werkplekken voor één of twee personen tot groepswerkplekken voor bijvoorbeeld projecten met collega’s van andere afdelingen en instituten.  Er komen gebieden waar je elkaar snel kunt ontmoeten voor bijvoorbeeld een korte bespreking, en plekken waarvan ook masterstudenten en promovendi gebruik kunnen maken.”

Huiskamergevoel

“We zijn in gesprek geweest met de toekomstige gebruikers en hebben gekeken wat werkt en wat niet werkt”, legt Van Nunen uit. Op basis daarvan hebben we werkruimten ontworpen die voldoen aan de wensen van de gebruikers.”

Het zal een kwestie van wennen zijn, meent hij. “Vaak helpt het ook dat je uitlegt wat wel en niet mogelijk is.” Het delen van ruimten is volgens Van der Veer en Van Nunen nu eenmaal onvermijdelijk als je minder ruimte wilt en moet gebruiken dan je gewend bent. “Als je zo beperkt de ruimte hebt en zulke hoge kosten maakt voor het updaten van de vijftig jaar oude campus moet je een manier verzinnen om daar optimaal gebruik van te maken.”

Onvrede ontstaat soms vanwege misverstanden omtrent het werken met flexplekken. “Collega’s vertellen elkaar vaak dat je geen poster mag ophangen in de werkomgeving of de gezamenlijke huiskamer, of dat je geen vitrine zou mogen inrichten. Dat stuit mensen tegen de borst omdat ze in de oude situatie een huiskamergevoel in hun werkruimte konden brengen. Daarom moedigen wij iedereen aan om dat vooral wél te doen. Deel je onderzoeksresultaten met elkaar, deel bijzondere momenten van het team; maak je als afdeling die ruimte eigen.”

Zwevende dansvloeren

Ook voor de Griffioen moet nog een oplossing worden gezocht. Theater- en filmvoorstellingen kunnen worden gehouden in de multifunctionele collegezalen, maar voor de danscursussen zijn speciale zwevende vloeren nodig, die in het NU-gebouw niet kunnen worden aangelegd omdat de verwarming en ventilatie daar uit de vloer komen.

“We kijken naar ruimtes in andere gebouwen die geschikt zijn voor danslessen”, zegt Van der Veer. “In het hoofdgebouw of het OZW-gebouw, dat naast het NU-gebouw staat. Niet te ver van de Griffioen vandaan, zodat die niet over de hele campus wordt versnipperd.”

Peter Breedveld
BEELD: Rob Bömer

hits 320

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.