NIEUWS

Campus 06 februari 2019

Chief diversity officer wil meer kleur in de staf

reacties 3

De VU is nog steeds te wit en te mannelijk, vindt chief diversity officer Karen van Oudenhoven. Maar om dat te veranderen is geduld en ook veel tact nodig.

“We hebben reuring veroorzaakt met het formuleren van een aantal ambities op het gebied van diversiteit", zegt Karen van Oudenhoven, die vorig jaar haar vierde jaar als chief diversity officer afsloot. "Meer diversiteit in de personeelssamenstelling, meer promovendi met een diverse achtergrond, het vergroten van de diversiteitssensitiviteit en de interculturele competenties onder docenten en studenten.”

Er zijn cursussen aangeboden in het omgaan met diversiteit in de collegezaal, programma’s ontwikkeld om studenten te begeleiden die als eersten in hun familie een academische studie volgen en om niet-westerse allochtonen aan te moedigen een promotietraject te volgen en ze daarbij te helpen.

Culturele sensitiviteit

“Ik ben tevreden over de dingen die we in gang hebben gezet”, aldus Van Oudenhoven, maar ik ben nog onvoldoende tevreden over de grootschalige implementatie van zaken.” De culturele sensitiviteitstrainingen, bijvoorbeeld, waren tot nu toe niet verplicht. “Die worden dus gevolgd door docenten die van zichzelf al aandacht voor het onderwerp hadden, maar je zou juist willen dat je de mensen bereikt die niet zo goed zijn met diversiteit. Dat die in hun jaargesprek te horen krijgen dat ze zo’n cursus moeten doen.”

Dat is wat ze in haar tweede termijn als chief diversity officer gaat doen, vertelt ze. “Ik heb erg op de uitvoering gezeten, en ik ga nu in de politiek zitten om dingen veel grootschaliger te implementeren.”

Spierwitte staf

Haar zichtbaarste succes tot nog toe is misschien wel het college van bestuur, met twee vrouwen en een niet-westerse allochtoon. Maar bijna alle decanen zijn man, met uitzondering van Van Oudenhoven zelf, en de staf is nog bijna net zo spierwit als vijftien jaar geleden. Moeten er, naast de programma’s en cursussen en de bewustwordingsprocessen, dan niet gewoon een paar keiharde quota worden opgelegd?

“Dat doen we al met vrouwen en dat is al moeilijk genoeg”, antwoordt Van Oudenhoven. “Met culturele diversiteit moeten we dat ook gaan doen, maar het lastige is dat je van de wet niet mag meten hoeveel mensen met een bepaalde culturele achtergrond je in dienst hebt, waardoor je achteraf niet kunt bepalen of je doelstellingen gehaald zijn. Dat maakt het heel ingewikkeld.”

Meters maken

Het is wel haar hoogste prioriteit, zegt ze, dat de staf verkleurt. “Want ik vind dat we niet geloofwaardig zijn als wij zeggen dat we diversiteit zo belangrijk vinden terwijl de staf niet divers is. De uit Iran afkomstige hoogleraar diversiteit en integratie Halleh Ghorashi geeft een andere invulling aan haar onderwijs dan ik, terwijl we min of meer in hetzelfde vak zitten. Mensen als cultureel antropoloog Sinan Çankaya brengen echt iets nieuws en brengen toegevoegde waarde in onderzoek en onderwijs. We hebben ook steeds meer mensen met een vluchtelingenachtergrond in de staf. Mondjesmaat lukt het wel, maar op dit vlak moeten we de komende jaren echt meters gaan maken.”

Maar je ziet toch in één oogopslag, al mag je het aantal allochtonen niet registreren van de wet, welke faculteiten cultureel divers zijn en welke niet en waar dus nog werk te doen is? werpen we tegen. Van Oudenhoven beaamt dat. Daarom wordt er werk gemaakt van het openbreken van de bestaande structuren van witte mannen die witte mannen in dienst nemen.

Lees de rest van dit interview in de jongste editie van Advalvas.

Peter Breedveld

{ Lees de 3  reacties }

hits 538
Door Jan van Oord op 06 februari 2019

Marco Visscher interviewde in december 2017 voor dagblad Trouw James Heartfield, iemand die al zijn hele leven voor gelijke kansen strijdt. En dankzij die strijd ziet hij nu wat steeds meer mensen zien: het SJW-activisme, de diversity officers en de vrouwen/allochtonen/LGHBHTI-quota’s brengen de strijd voor gelijke kansen juist schade toe. Hieronder delen uit het interview:

Tegenwoordig zie je bij grote organisaties steeds vaker een zogeheten officer of diversity, een nieuw loot aan de stam binnen het human-resource-management die diversiteit moet bevorderen. Wat zegt dat?

“Oorspronkelijk was die functie bedacht en opgezet om jongeren te laten doorgroeien in organisaties die werden gedomineerd door ouderen. Hun blikveld is evenwel verbreed naar onder meer vrouwen, homoseksuelen en etnische minderheden. Zo hebben de diversity officers een morele autoriteit verworven: eentje die je niet openlijk in twijfel mag trekken.”

Wilt ú soms hun rol in twijfel trekken?

“Ja. Diversity officers onderstrepen dat velen op de werkvloer het gelijkekansenbeleid ervaren als afstandelijk, van bovenaf opgelegd en, eerlijk gezegd, niet langer erg menselijk. Zij dragen bij aan een activistische, strijdbare manier om met discriminatie om te gaan, wat volgens mij niet een juiste manier is om de mening van mensen te veranderen. Sterker, ik verwacht dat deze werkwijze zal leiden tot minder waardering en steun voor het antidiscriminatiebeleid.”

Steeds meer blanke mannen lijken zich te keren tegen het diversiteitsbeleid dat hen zou achterstellen. Kunt u daarvoor begrip opbrengen?

“‘Ja, op zich wel. Zij zien dat er ‘gelijke kansen; zijn voor anderen en vinden zichzelf niet bevoorrecht. Wanneer je een blanke man bent, opgegroeid in een provinciestadje, en je hebt nog steeds een waardeloos baantje waar je amper van kunt rondkomen en waar zelfs je moeder op neerkijkt, tja, dan heb je echt niet zoveel boodschap aan dat geneuzel over blanke privileges. Dan vraag je je af waar het beleid blijft dat jóu eens een handje helpt. Ik denk dat ze daar een punt hebben.

“De wereld is steeds meer georganiseerd rondom de opmars van grote bedrijven en hoger opgeleiden, met bepaalde gevoeligheden om vrouwen en etnische minderheden te bevoordelen. Intussen is de positie van de leden uit de traditionele arbeidersklasse grotendeels gelijk gebleven, is hun aanzien afgenomen en wordt hun stem minder belangrijk gevonden.”

Wat moet er nu gebeuren?

“Weet u, ik krijg wel eens de indruk dat de meest uitgesproken activisten onder de feministen en etnische minderheden zich voordoen als uiterst tegendraadse en moedige radicalen, terwijl ze eigenlijk de problemen van een generatie geleden agenderen en presenteren. Ze doen alsof hun zorgen nieuw zijn en relevanter dan ooit, maar hoeveel behoefte is er nog aan hun activisme? Sterker, ik vrees wel eens dat zij ertoe bijdragen dat de menselijke relaties – tussen mannen en vrouwen, tussen blanken en gekleurden – die tijdens mijn leven zo sterk zijn verbeterd, nu overdreven worden geformaliseerd tot het punt dat ze ongemakkelijk gaan worden.

“Als je blank bent, of man, of allebei, kun je je soms heel krampachtig voelen, alsof je een nieuwe taal moet leren, bang om iets verkeerds te zeggen, of verkeerd begrepen te worden. Dat lijkt me een ongezonde situatie. Soms vrees ik dat we door de almaar aanhoudende en uitdijende strijd voor gelijke kansen schade oplopen die later weer zal moeten worden hersteld.”

Door bert jonkman op 06 februari 2019

Gelijk heeft ze , en kijk eens naar de redactie van Ad Valvas. Alleen maar WITTE mensen! Wat een walgelijk racistische toestand.

Door Jasper Siebelink op 03 maart 2019

Ik snap het niet; je neemt toch iemand aan op basis van hun competentie, niet hun huidskleur of geslacht? Dat zou niet eens in de vergelijking moeten komen.

Als iemand wordt afgewezen omdat het een vrouw / expat of allochtoon is, ook al heeft die persoon wel de competentie, is dat helemaal verkeerd.

Maar andersom, je moet ook geen autochtone mannen gaan afwijzen om meer diversiteit te hebben als ze perfect zijn voor de baan. Lijkt me een omgekeerde vorm van discriminatie.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.