NIEUWS

Wetenschap 02 juni 2017

Bijleggen ruzie levert unieke Romeinse goudschat op

reacties 6

Het bijleggen van een jarenlange ruzie tussen archeologen en detectorzoekers leverde goud op. Letterlijk: in de Betuwe werd een unieke Romeinse goudschat gevonden én gemeld.

“Zoeken met een detector zat jarenlang in de criminele hoek”, vertelt VU-archeoloog Stijn Heeren. “Van de wet mocht het zelf opgraven niet. Archeologen en detectorzoekers hadden lang ruzie. Archeologen vonden dat de detectorzoekers alles in de grond moesten laten zitten.” Nu de wet veranderd is, hebben de archeologen hun houding aangepast. Twee maanden na legalisatie van het detectorzoeken in 2016 begon de VU het Pan-project. Hier kunnen amateurs hun vondsten melden.

Romeinse munten

Meteen de eerste maand was het raak: drie detectorzoekers meldden de vondst van 41 munten in de Betuwe. Stijn Heeren, Nico Roymans en hoofd archeologie vande Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Jos Bazelmans organiseerden een opgraving.

Het is met recht een unieke vondst. Vlak voor het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in 476 v.C. was het westelijk deel al in kleine koninkrijkjes uiteengevallen. “Wij dachten dat de Romeinen zich al niet meer met dit gebied bezighielden.”

Krijgers

De goudschat bewijst dat de Romeinen rond 460 v.C. nog voldoende in dit deel van Europa geïnteresseerd waren om de steun van groepen krijgers te kopen. Het waren deze krijgers die de munten begroeven.

Krijgers begroeven hun schat, soms als spaarpotje, soms om de goden te eren“Goud werd in deze tijd niet meer voor het gewone economisch verkeer gebruikt: daarvoor werd brons gebruikt. Goud was voor de grote bedragen én als relatiegeschenk.” Het vinden van een goudschat is daardoor niet ongewoon. Krijgers die betaald kregen in goud, begroeven de schat vaker. Soms als spaarpotje, om het later weer op te graven, en soms om de goden te eren.

Het begraven van goud als gift aan de goden, werd vaak op bijzondere plekken in het landschap gedaan.  Toen Heeren en Roymans op mensenbotten stuitten, dachten ze eerst dat het goud tegelijkertijd met de dode als grafgift begraven was.

In het laboratorium bleken –verrassing!– de botten uit de Bronstijd te komen, ongeveer 1800 v.C. De lokale krijgers begroeven in de Romeinse tijd hun schat dus in een veel oudere grafheuvel, zonder te weten wat de functie van die bult in het landschap was. Omdat de grafheuvel in de negentiende eeuw tot landbouwgrond was omgespit, was ook bij archeologen niet bekend dat op die plek een grafheuvel gestaan had. Twee archeologische ontdekkingen voor de prijs van één dus.

Verdeling van de buit

Alles leuk en aardig, maar levert die goudschat eigenlijk nog wat op? En wie profiteert daarvan? “De wet zegt dat de detectorzoekers de vondst met de eigenaar van het land moeten delen. Dat gebeurt niet altijd, sommige zoekers steken de vondst in hun zak en melden het niet bij de landeigenaar.”

'Ik ben een archeoloog, geen veilingmeester.' Gelukkig voor Roymans en Heeren besloten de drie detectorzoekers hun vondst niet alleen met de eigenaar van het land te delen, maar seinden ze ook het gloednieuwe meldpunt voor zulke vondsten in. “Dat is hartstikke goed voor de wetenschap.”

Rijk zullen de vier eigenaren van de munten er niet van worden. Ze gaven hun vondst langdurig in bruikleen aan Museum Het Valkhof dat een uitgebreide collectie Nederlandse bodemvondsten heeft. Erg rijk zouden ze er sowieso niet van zijn geworden. “Het gaat om de wetenschappelijke waarde.” Heeren speculeert niet over de financiële waarde ervan. “Ik ben een archeoloog, geen veilingmeester.”

Floor Bal

{ Lees de 6  reacties }

hits 36
Door Henk op 02 juni 2017

"Archeologen vonden dat de detectorzoekers alles in de grond moesten laten zitten.”
Dat vinden archeologen nog steeds met zowat alles dat in de grond zit. "Bewaren voor later want waarschijnlijk hebben ze dan betere onderzoeksmethoden" is een veelgehoord argument.
Als hun genen worden doorgegeven kunnen we er nu al zeker van zijn dat vele generaties na ons er ook niets op gegraven wordt: die argumenten worden dan wéér gebruikt. Met ook dan gefrustreerde belastingbetalers die niets van hun bijdragen terugzien.

Door Jeroen Ras op 03 juni 2017

Welk belastinggeld?

Door Henk op 03 juni 2017

Het geld waarvan bijv. de Rijksarcheologische Dienst betaald wordt.
Maar de kern van mijn verhaal is NU opgraven en NIET uitstellen. Want met het tegenargument worden we ook over 200 jaar weer geconfronteerd.

Door Jeroen Ras op 03 juni 2017

De Rijksarcheologische Dienst bestaat niet. U schetst de situatie in de jaren 70 en 80. Misschien is het handig om wat meer up to date-informatie te hebben. In principe is de uitvoering van het archeologisch onderzoek in Nederland al lang geen rijkstaak meer, maar enigszins vergelijkbaar met milieuonderzoek. Er is dus een archeologische markt en het principe is: de verstoorder betaalt. Dat zorgt ervoor dat er een financieel argument is om archeologie in de grond te laten, nu juist om die 'belastingbetaler' (die dus nauwelijks belasting betaalt voor archeologisch onderzoek.........) te ontzien. Wetenschappelijk gezien zijn er overigens inderdaad voors en tegens om het in de bodem te laten. Want zit het daar wel zo veilig? Gaat de conservering niet achteruit? Wordt het niet alsnog per ongeluk vernietigd? Daarnaast, in Nederland wordt behoorlijk veel gebouwd en infrastructuur aangelegd waarbij het archeologisch onderzoek uiteraard direct wordt uitgevoerd (door marktpartijen). Meer dan ooit zelfs.

Door Henk op 03 juni 2017

Dank voor je uitvoerige reactie, Jeroen. Als ik Google op "Rijksarcheologische Dienst" krijg ik niettemin tal van links uit dit en het vorige decennium. Een voorbeeld van m'n eigen frustratie: op het Nijmeegse Valkhof wordt waarschijnlijk een kopie van de "toren van Barbarossa" gebouwd. Daarmee wordt archeologisch onderzoek naar de veel interessantere Karolingische periode (voorgoed?) onmogelijk gemaakt. "Geeft niks", zo werd ons medegedeeld, dat blijft zitten voor latere generaties.
En ik ben nog wel zó benieuwd naar het paleis van Lodewijk de Vrome.....

Door Jeroen Ras op 03 juni 2017

Beste Henk, ik begrijp je frustratie hoor. 'Vrij' archeologisch onderzoek bestaat nauwelijks meer. Eigenlijk worden alleen archeologische vindplaatsen die bedreigd worden door bouw enzo opgegraven (of, daar gaan we weer) dusdanig ingepast dat er geen opgraving nodig is. Het was overigens Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, nu ondergebracht bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Maar waar draaien veel 'wetenschappelijke' keuzes werkelijk om? Om geld. Het is niet anders.....

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.