NIEUWS

genocide in Rwanda was georganiseerd
Jean Pierre Karabaranga
Campus 04 mei 2018

Ambassadeur Rwanda:‘Genocide was georganiseerd’

reacties 20

In Rwanda werden in 1994 naar schatting een miljoen mensen vermoord in honderd dagen tijd, vooral Tutsi’s. Het was geen spontane volkswoede, zoals westerse media vaak schreven, maar een georganiseerde massamoord, stelde de ambassadeur van Rwanda in Nederland Jean Pierre Karabaranga gisteren in een lezing aan de VU.

De ambassadeur sprak in het kader van het honoursprogramma International Development. “De volkerenmoord kwam niet uit de lucht vallen”, zei hij. De moordpartijen door de Hutu-meerderheid begonnen op 6 april. De dag daarvoor was het vliegtuig van de zittende president neergeschoten, die daarbij omkwam. Die president probeerde juist vredesonderhandelingen te voeren met het rebellenleger van de Tutsi’s, dat vanuit het buurland Oeganda opereerde.

Dat rebellenleger bestond vooral uit de Tutsi’s die in de decennia daarvoor waren gevlucht voor eerdere pogroms, zoals in 1959. Toen overleed de toenmalige koning na een bezoek aan een Belgische arts. De Hutu’s dachten dat hij vermoord was en namen wraak op de Tutsi’s, die door de Belgische overheersers op de belangrijkste machtposities waren geplaatst. De vluchtelingen mochten later niet terugkeren naar Rwanda omdat de toenmalige Hutu-regering zei dat het land daarvoor te klein was. Na de onafhankelijkheid in 1962 namen de Hutu’s de regeringsmacht over omdat zij getalsmatig veruit in de meerderheid waren.

Koloniaal verleden

En daarmee stipte Karabaranga de koloniale oorsprong van veel problemen in Afrika aan. Hij legde uit dat Afrika op de zogeheten Berlijnse conferentie van 1884 tussen de westerse mogendheden was verdeeld. Daarvoor was Rwanda een redelijk stabiel onafhankelijk koninkrijk, maar na de conferentie viel het in Duitse handen. Vanuit Rwanda veroverden de Duitsers verschillende omliggende onafhankelijke Hutu-koninkrijken.

In de Eerste Wereldoorlog veroverden de Belgen Rwanda en hielden tot aan de onafhankelijkheid in 1962 de macht over het land. De Belgen voerden in 1933 een verplichte registratie in van de identiteit van de inwoners. Op de persoonsbewijzen kwam te staan of ze Hutu of Tutsi waren.

Passief toekijken

Ook na de onafhankelijkheid bleven de Belgen aanwezig in Rwanda. Zo waren er militairen in het land in het kader van een VN-vredesmacht toen in 1994 de moordpartijen begonnen. “Het Rwandese leger viel de eerste dag bewust de Belgische militairen aan in de hoop dat ze het land zouden verlaten”, zei Karabaranga. En dat gebeurde ook. Volgens de ambassadeur bleven de VN passief toekijken omdat de Veiligheidsraad geen beslissing kon nemen. “De bevelhebber van de VN-troepen had al eerder gemeld dat er wapens werden uitgedeeld onder Hutu-milities, maar mocht daar van zijn bazen niet tegen optreden. De VN-militairen waren er alleen om de situatie te monitoren, niet om in te grijpen.”

Er kwam pas een einde aan de moordpartijen toen het Tutsi-rebellenleger erin in slaagde de hoofdstad te bezetten.

Stadia van genocide

Karabaranga legde uit dat genocide, niet alleen in Rwanda maar ook elders, in verschillende stadia verloopt. Het begint met categoriseren, het aanbrengen van onderscheid tussen verschillende bevolkingsgroepen. Dan volgt discriminatie van een bepaalde groep, meestal de minderheid die wordt buitengesloten door de meerderheid. Vervolgens wordt die groep gecriminaliseerd. Zo zouden de Tutsi’s de veiligheid van de staat in gevaar brengen. De volgende stap is dehumanisering. De Tutsi’s werden afgeschilderd als slangen die vertrapt moesten worden. En daarna kunnen ze vermoord worden zonder schuldgevoelens, want je vijand moet je vernietigen tenslotte.

Karabaranga wees erop dat het proces daarmee niet is afgelopen. “Na de moorden kwam de ontkenning en de bagatellisering. Het zou maar om een paar duizend doden gaan, het was hun eigen schuld en bovendien zouden de Tutsi’s elkaar hebben vermoord. Daarom is het herdenken en overdenken van wat er is gebeurd zo belangrijk. Als we het vergeten of verdoezelen ligt de weg naar de volgende genocide open.”

Daarbij refereerde hij aan het belang van de dodenherdenking op 4 mei in Nederland. Hij riep de in de zaal aanwezige studenten op daaraan deel te nemen. “Juist de jongeren die het niet bewust hebben meegemaakt moeten de herinnering aan het kwaad wakker houden om het in de toekomst te voorkomen.” In Rwanda is 7 april de officiële gedenkdag van de genocide. Maar op veel plekken zijn comités bestaande uit verschillende bevolkingsgroepen opgericht om de herinnering aan de gebeurtenissen levend te houden en juist om samen te werken.

Toekomst

Momenteel gaat het vrij goed met Rwanda. Het is een van de veiligste en stabielste landen van Afrika met een fors groeiende economie. Hoe heeft het land dat voor elkaar gekregen? De ambassadeur: “De regering die na de massamoord aan de macht kwam zag in dat de problemen alleen op te lossen zijn door samen te werken, niet door wraak. De boodschap was: dream big, stay together. Met goed leiderschap kan je in een land heel wat bereiken.”

Over de vraag of hij optimistisch is, moet hij even nadenken. “Rwanda heeft bij de Verenigde Naties het initiatief genomen voor een verklaring waarin regeringen beloven verantwoordelijkheid te nemen in het voorkomen van moord op bevolkingsgroepen. Van de bijna tweehonderd aangesloten landen hebben er maar zo’n veertig die verklaring ondertekend. Dat geeft te denken. Gelukkig heeft Nederland die verklaring wel onderschreven.”

Dirk de Hoog
BEELD: Dirk de Hoog

{ Lees de 20  reacties }

hits 256
Door Peter Verlinden op 05 mei 2018

Toevallig val ik op dit artikel omdat ik voor VRT in België het dossier Rwanda al opvolg, sinds 1993. Ik wil er alleen maar op wijzen dat de versie van de geschiedenis van Rwanda zoals u die hier optekent uit de mond van de ambassadeur op vele punten gewoon historisch fout is en veel dichter aanleunt bij propaganda voor het huidige regime dan bij de historische waarheid. In oktober verschijnt bij Amsterdam University Press het nieuwe boek van de Canadese onderzoeksjournaliste Judi Rever, in het Nederlands. Haar werk toont overtuigend aan dat het huidige regime verantwoordelijk is voor vele honderdduizenden doden in Rwanda (en Congo) bij gerichte massamoorden én mede-verantwoordelijk is voor de genocide op de Tutsi's in 1994.
Overigens stelt de ambassadeur ook een aantal zaken als feiten voor die al lang weerlegd zijn (vb. over de voorbereiding van de genocide - weerlegd door de vonnissen van het Arusha-tribunaal).
Kortom, deze versie verdiende een veel meer kritische benadering, maar dat zal in oktober nog wel blijken.

Door Jos van Oijen op 06 mei 2018

De lezing over de genocide door de Rwandese ambassadeur komt inhoudelijk goed overeen met onderzoek dat is gepubliceerd door Human Rights Watch, Genocide Watch, en honderden academici door de jaren heen. Verlinden zit meer op de lijn van het vorige regime en baseert zich dus op een ander soort bronnen. Dat was blijkbaar in 1994 al zo toen hij als chef bij de BRT de journalisten die in Rwanda aanwezig waren tot tranen toe "dwong" om op zoek te gaan naar een tweede genocide (tegen de Hutu-meerderheid dus). Het boek van Judi Rever dat Verlinden aanprijst beweert nu vele jaren later dat er toch een tweede genocide zou zijn geweest in Rwanda maar dat daar geen bewijs voor is gevonden omdat de sporen goed zouden zijn opgeruimd. Lekker makkelijk natuurlijk zo'n verklaring, maar "mass murder leaving barely a trace", zoals Rever het in haar boek omschrijft en "overtuigend aangetoond", zoals Verlinden hier stelt, zijn eerder voorbeelden van een confirmation bias dan van de kritische benadering waar verlinden om vraagt.

Door Peter Verlinde… op 06 mei 2018

De reactie van de heer van Oijen komt absoluut niet overeen met de werkelijkheid. De onderzoeken en analyses van HRW en vele andere mensenrechtenorganisaties én talloze academische publicaties (Reyntjens, Guichaoua ...) en journalisten (Péan, Philpot), aangevuld met zeer uitvoerige getuigenissen door rechtstreeks betrokkenen (Ruzibiza, Marara, etc.) wijzen precies op een grote verantwoordelijkheid van het huidige Rwandese regime (FPR/Kagame) voor de tragedie en de genocide van 1994 én de vele massamoorden daarna (Congo, 1996-1997). Het boek van Judi Rever dat dus in oktober in het Nederlands verschijnt bij UAP bevestigt de vele onderzoeken van de afgelopen decennia én vult ze aan met overtuigend onderzoeksmateriaal van het Arusha Tribunaal en haar eigen onderzoeken (ongeveer 200 interviews, tot in de diepste details). Neen hoor, het verhaal van de Rwandese ambassadeur was het gekende propaganda-verhaal van het huidige Rwandese regime, zoals we dat al lang kennen. Mogelijk wordt hij vroeg of laat één van de vele topfunctionarissen van het regime die vlucht omdat hij de leugens niet langer verdraagt (zoals de Rwandese VN-ambassadeur Eugene Gasana vorig jaar).

Door Jos van Oijen op 07 mei 2018

Ik vermoed dat Peter Verlinden de auteurs die hij opnoemt niet heeft gelezen en dat hij hoopt dat de bezoekers van dit forum dat ook niet doen. Bij de Amsterdam University Press heeft hij dan geluk. De uitgever weet niets over de genocide en rechtvaardigt de vertaling van Judi Rever's boek door te verwijzen naar de goede reputatie van de originele uitgever in Canada. Die zullen het wel weten. De Canadese uitgever laat me desgevraagd weten dat ze geen feiten uit het boek op waarheid hebben gecontroleerd maar dat ze afgaan op de reputatie van de journalist Rever. Die zal het wel weten. Rever, zo kunnen we in het boek lezen, baseert haar belangrijkste stellingen ook niet op controleerbare feiten maar op geruchten die al sinds 1994 (en soms nog eerder) worden gerecyceld door vertegenwoordigers van het voormalige regime. Rever bouwt bijvoorbeeld een theorie op over geheime Nazi-achtige vernietigingskampen om Hutu's uit te roeien op basis van een paar secundaire bronnen die zichzelf en elkaar inhoudelijk tegenspreken. Rever's beschrijving van de kampen is goed voor een film-script maar is in de praktijk onuitvoerbaar. Andere beweringen zijn in tegenspraak met wat er indertijd is gedocumenteerd door NGOs zoals HRW en Artsen zonder Grenzen. Het probleem is dat revisionisten zoals Verlinden en Rever in hun betogen feiten vermengen met fictie. Voor leken, zoals de meeste uitgevers, redacties en lezers klinken zulke constructies dan plausibel genoeg, zonder dat ze door hebben dat ze op het verkeerde been worden gezet. Bronnen zoals Pean en Philpot worden door niemand in de academisch wereld serieus genomen, een paar anti-imperialistische fanatici zoals Edward Herman -die zowel de genocide in Rwanda als die in Bosnië ontkennen - daar gelaten. Het is interessant dat Verlinden ze in één adem noemt met HRW omdat ze de belangrijkste genocide-onderzoeker van HRW, historicus Alison Des Forges, voortdurend in diskrediet proberen te brengen door haar af te schilderen als lid van een geheim RPF netwerk. Het onderzoeksmateriaal van het ICTR bestaat uit een ongepubliceerd rapport van 30 pagina's, dat al gedeeltelijk is achterhaald door wetenschappelijk forensisch onderzoek. Hoe betrouwbaar de rest is weten we niet omdat Rever het document niet beschikbaar maakt voor onderzoek door derden. Verlinden maakt er in zijn eerste commentaar ook een potje van door te beweren dat het ICTR zou hebben weerlegd dat de genocide tegen de Tutsi's was voorbereid door de Hutu Power extremisten. Het tegendeel is het geval. In verschillende zaken zijn de planners vrijgesproken van een onderling complot, niet van het plannen van genocide. De tribunaal-rechters vermeldden daarbij dat ze op basis van de bewijslast niet twijfelden aan een complot maar dat ze niet konden veroordelen omdat een complot volgens de tribunaalregels de enig mogelijke verklaring moest zijn en dat viel niet 100% te bewijzen. De meeste van deze verdachten zijn veroordeeld voor genocide en misdaden tegen de menselijkheid.
Aan degenen die zich willen weren tegen verwarring zaaiende journalisten raad ik aan om het rapport "Leave None to Tell the Story" van HRW te lezen. Dat is nog steeds een goed basis voor verdere bestudering van dit onderwerp.

Door Peter Verlinde… op 07 mei 2018

Ik stel voor dat de geïnteresseerden eerst het boek van Judi Rever lezen, als het in oktober in het Nederlands zal verschijnen. Gelukkig bestaat er in de wetenschap en de (beste) journalistiek zoiets als 'voortschrijdend inzicht' en moeten we het niet blijven stellen met onderzoeken van binnenkort twintig jaar oud, zoals de heer van Oijen voorstelt. En voor alle duidelijkheid: het boek van Rever is niét gebaseerd op geruchten maar op staalharde getuigenissen, vooral van RPF-topfiguren die weggevlucht zijn en nu gedwongen ondergedoken leven, want zelfs in het buitenland zijn 'verraders' niet veilig. Zij vertrekt trouwens van de verklaringen onder ede voor onderzoekers van het Rwanda Tribunaal in Arusha. Dat Tribunaal heeft niemand veroordeeld voor feiten van voor 7 april 1994: dat is wat ik bedoel met 'geen planning vooraf'. Uiteraard was er wel een planning op het moment zelf van de genocide op de Tutsi's, die overigens door niemand ontkend wordt.
Kortom: beter eerst het nieuwe revelerende boek lezen vooraleer er allerlei (on)waarheden over te verkondigen.

En verder is het NIOD-document zeker interessant en redelijk volledig, zij het niet op alle punten even accuraat. Maar het zou me te ver leiden om daarop in te gaan. Eén zin viel me wel op: "In the subsequent months, large-scale crimes were again committed, but now Hutus were the victims and most of the perpetrators were RPF fighting units.". Het is precies op dat deel van de Rwandese tragedie dat Judi Rever extra inzoomt, omdat dit dikwijls onderbelicht blijft. Zeker nu we (bijna zeker, want meermaals door academische bronnen herberekend) weten dat er op z'n minst 500.000 Hutu's omgebracht zijn op hetzelfde ogenblik als de genocide op de Tutsi's die ongeveer even veel slachtoffers heeft gemaakt (of minder?). Dan vraagt een echte onderzoeker zich af: wie heeft al die Hutu's vermoord? Wel, daarop krijgen we nu meer en meer antwoorden, ook dankzij die moedige RPF-dissidenten die eindelijk durven getuigen.

Door Jos van Oijen op 08 mei 2018

Ik ben blij dat meneer Verlinden toegeeft dat het ICTR de planning niet heeft "weerlegd", zoals hij eerder stelde, maar we zijn er nog niet. Nu heeft hij het over geen veroordelingen van genocideplanning vóór 6 april 1994. Verlinden vergeet te vertellen dat het ICTR moest oordelen over de schuld van aangeklaagde verdachten en zich daarbij moest beperken tot het kalenderjaar 1994. Aanwijzingen van voorbereidingen op de genocide voor 1994 zijn er legio. De Belgische parlementscommissie heeft tijdens haar onderzoek naar de genocide in 1997 een kleine dertig documenten in handen gekregen die dat aantoonden en Human Rights Watch somt in het rapport uit 1999 eveneens een lange lijst op. Sterker nog, Judi Rever citeert zelf een Italiaanse priester die haar vertelde hoe de burgemeester van Murambi in 1993 de jeugd "spiritueel trainde" voor het plegen van genocide tegen de Tutsi's.
De meeste "revelaties" in Judi Rever's boek over een tweede genocide tegen Hutu's waren ook te lezen in open brieven en "rapporten" die vertegenwoordigers van het verdreven voormalige regime hebben gestuurd naar de Verenigde Naties, vooral in de periode 1994-1996. Hun verhalen zijn jarenlang herhaald door de advocaten van genocideverdachten, maar zijn voor het merendeel nooit feitelijk aangetoond en hebben dus de status van geruchten. Ze zijn ook over het internet verspreid en dus door iedereen te lezen. Het maakt dan ook weinig uit wie ze 24 jaar later herkauwt als niet is vastgesteld met welke motivatie zij dat doen, en of ze niet in tegenspraak zijn met betrouwbare documentatie of met de wetten van de natuurkunde.
De "large scale crimes" die het NIOD bedoelt staan in detail vermeld in 'Leave None to Tell the Story' (35 pagina's) en in rapporten van andere NGOs, maar die NGOs kwamen op veel lagere aantallen slachtoffers dan Verlinden en vermeldden er allemaal bij dat er geen vergelijk is met de genocide tegen de Tutsi's.
De academische bronnen die Verlinden bedoelt (maar niet vermeldt), die een herberekening hebben gedaan, zijn twee controversiële professors uit Amerika die overigens de vraag van Verlinden - wie waren de daders? - al hebben beantwoord in 2004: Het overgrote deel van alle slachtoffers in 1994, bijna 90% daarvan, bevond zich volgens deze professors in gebied dat nog onder controle stond van het toenmalige regime. De overige slachtoffers plaatsten zij deels in de verschuivende frontlinies en deels in gebieden veroverd door het RPF. Verlinden weet dit natuurlijk ook best, maar suggereert liever iets anders.
Over het ontkennen van de genocide: Verschillende personen die Rever noemt in de "Acknowledgment" achterin haar boek zijn notoire genocide-ontkenners: Christopher Black, Peter Erlinder, Barrie Collins, Robin Philpot...
Zullen we het hier maar bij laten, meneer Verlinden?

Door Peter Verlinde… op 09 mei 2018

Ik stel voor dat de geïnteresseerden eerst het boek van Judi Rever lezen, als het in oktober in het Nederlands zal verschijnen. Gelukkig bestaat er in de wetenschap en de (beste) journalistiek zoiets als 'voortschrijdend inzicht' en moeten we het niet blijven stellen met onderzoeken van binnenkort twintig jaar oud, zoals de heer van Oijen voorstelt. En voor alle duidelijkheid: het boek van Rever is niét gebaseerd op geruchten maar op staalharde getuigenissen, vooral van RPF-topfiguren die weggevlucht zijn en nu gedwongen ondergedoken leven, want zelfs in het buitenland zijn 'verraders' niet veilig. Zij vertrekt trouwens van de verklaringen onder ede voor onderzoekers van het Rwanda Tribunaal in Arusha. (Herhaling die blijkbaar nodig is.)
En verder betekent VOOR 6 april 1994 dat er ruim drie maanden ervoor lagen waarvoor het ICTR bevoegd was. Voor het ICTR konden àlle partijen (ook het huidige Rwandese regime) bewijzen aandragen. Het werk daar is van het meest complete dat er bestaat, tenminste voor de dossiers die effectief behandeld zijn. (Over de aanslag op het vliegtuig én misdaden van het FPR heeft het ICTR geen uitspraken gedaan, maar wél verklaringen onder ede opgenomen.)
En verder verzoek ik elke disputant om mij geen woorden in de mond te leggen die ik niet zeg/schrijf, zoals de heer VO voortdurend doet. Als ik het over het berekenen van het mogelijk aantal Tutsi-slachtoffers heb dan duid ik op academisch werk dat peer review heeft ondergaan (Verpoorten, Reyntjens, etc.). Ander onderzoek kan zeer waardevol zijn, ook dat van de Amerikaanse professoren Davenport&Stam, die àl hun bronnen openlijk publiceren en verklaren, maar uiteindelijk hun werk (nog) niet gepubliceerd hebben in een academische omgeving.
En verder ontkennen de genoemde personen nergens de genocide op de Tutsi's. De discussie gaat over de oorzaken en verantwoordelijkheden én de andere misdaden (mogelijk genocide, maar dan op de Hutu's) op datzelfde ogenblik. (Zij kunnen dat zelf niet uitleggen hier want lezen geen Nederlands.)
Ik zal nu niet meer verder reageren. Mijn tijd is te kostbaar. Het eerstvolgende dat een geïnteresseerde lezer best doet is het boek van Judi Rever lezen, in oktober in de boekhandel in het Nederlands.

Door Peter Verlinde… op 09 mei 2018

Ik stel voor dat de geïnteresseerden eerst het boek van Judi Rever lezen, als het in oktober in het Nederlands zal verschijnen. Gelukkig bestaat er in de wetenschap en de (beste) journalistiek zoiets als 'voortschrijdend inzicht' en moeten we het niet blijven stellen met onderzoeken van binnenkort twintig jaar oud, zoals de heer van Oijen voorstelt. En voor alle duidelijkheid: het boek van Rever is niét gebaseerd op geruchten maar op staalharde getuigenissen, vooral van RPF-topfiguren die weggevlucht zijn en nu gedwongen ondergedoken leven, want zelfs in het buitenland zijn 'verraders' niet veilig. Zij vertrekt trouwens van de verklaringen onder ede voor onderzoekers van het Rwanda Tribunaal in Arusha. (Herhaling die blijkbaar nodig is.)
En verder betekent VOOR 6 april 1994 dat er ruim drie maanden ervoor lagen waarvoor het ICTR bevoegd was. Voor het ICTR konden àlle partijen (ook het huidige Rwandese regime) bewijzen aandragen. Het werk daar is van het meest complete dat er bestaat, tenminste voor de dossiers die effectief behandeld zijn. (Over de aanslag op het vliegtuig én misdaden van het FPR heeft het ICTR geen uitspraken gedaan, maar wél verklaringen onder ede opgenomen.)
En verder verzoek ik elke disputant om mij geen woorden in de mond te leggen die ik niet zeg/schrijf, zoals de heer VO voortdurend doet. Als ik het over het berekenen van het mogelijk aantal Tutsi-slachtoffers heb dan duid ik op academisch werk dat peer review heeft ondergaan (Verpoorten, Reyntjens, etc.). Ander onderzoek kan zeer waardevol zijn, ook dat van de Amerikaanse professoren Davenport&Stam, die àl hun bronnen openlijk publiceren en verklaren, maar uiteindelijk hun werk (nog) niet gepubliceerd hebben in een academische omgeving.
En verder ontkennen de genoemde personen nergens de genocide op de Tutsi's. De discussie gaat over de oorzaken en verantwoordelijkheden én de andere misdaden (mogelijk genocide, maar dan op de Hutu's) op datzelfde ogenblik. (Zij kunnen dat zelf niet uitleggen hier want lezen geen Nederlands.)
Ik zal nu niet meer verder reageren. Mijn tijd is te kostbaar. Het eerstvolgende dat een geïnteresseerde lezer best doet is het boek van Judi Rever lezen, in oktober in de boekhandel in het Nederlands.

Door Jos van Oijen op 09 mei 2018

We komen er wel. Nu gaat het blijkbaar alleen nog om de periode januari 1994 tot 6 April 1994 en waarin geen planning zou zijn geweest. Wat Verlinden nu eigenlijk wil bewijzen is me intussen niet duidelijk, maar ter illustratie zal ik nog een kort voorbeeld geven van de werkwijze van het ICTR.
In de zaak van Jean-Baptiste Gatete (de burgemeester die jongeren geestelijk voorbereidde op genocide tegen de Tutsi's) hebben de tribunaalrechters bewezen verklaard dat hij al in de vroege ochtend van 7 april samen kwam met de Interahamwe en toen het startsein gaf voor de genocide ter plaatse. De rechters stellen in hun vonnis dat een en ander al eerder voorbereid moest zijn geweest. De planning van de specifieke moordpartijen in de loop van die dag hadden had "at the latest" die ochtend plaatsgevonden. Gatete is uiteindelijk niet veroordeeld voor het complot maar alleen voor genocide, omdat de rechters niet twee keer mochten veroordelen op basis van dezelfde feiten. Verlinden mag zulke vonnissen opvatten als bewijs voor "geen planning" als hij zich daardoor beter voelt, maar zoals ik al eerder stelde duidt zijn logica op een confirmation bias, niet op een kritische benadering.
Andere opmerkingen:
Verklaringen onder ede hebben pas betekenis als ze door een rechter zijn getoetst. Je kunt ze eventueel zelf testen aan de hand van de bekende checklist: inconsistencies, anomalies, contradictions, omissions, etc. Bij Verlinden en Judi Rever zit dat er niet in, integendeel. Een deel van de "staalharde" verklaringen is achterhaald door onafhankelijk forensisch onderzoek, zoals ik al meldde, dus daarmee heb je al een indicatie van de betrouwbaarheid.
Over het aantal Tutsi-slachtoffers: er is empirisch vastgesteld dat ongeveer 75% van de Tutsi's in Rwanda is omgebracht tijdens de genocide. Aanvankelijk werden de schattingen van het totale aantal bepaald aan de hand van de officiële cijfers van volkstellingen. De door Verlinden genoemde Marijke Verpoorten heeft later ontdekt dat de gemeentelijk cijfers 40% hoger lagen dan die van de centrale overheid. Het percentage Tutsi's werd dus kunstmatig laag gehouden in de officiële cijfers. Gerard Prunier vermoedde dit al eerder en schatte op grond daarvan 800.000 Tutsi-slachtoffers. Dat aantal wordt nog steeds het vaakst geciteerd. Anderen hebben hun eigen methoden gebruikt en komen hoger of lager uit. Omdat het totaal aantal slachtoffers (Hutu's én Tutsi's) op ruim een miljoen is geschat kun je het aantal Hutu-slachtoffers ongeveer zelf bepalen, maar dan kom je niet uit op een half miljoen tot een miljoen, zoals Judi Rever in haar boek stelt.
Filip Reyntjens zat relatief hoog in zijn schattingen over Hutu-slachtoffers maar het merendeel schreef hij toe aan Hutu-extremisten en andere doodsoorzaken, zoals ziekte (cholera), honger, uitputting, e.d.
De genoemde personen die volgens verlinden de genocide niet ontkennen hanteren in feite een scala aan ontkenningsmethoden. Barrie Collins en Edward Herman gaan er simpleweg vanuit dat dat het voormalige regime te arm was om een genocide te organiseren. De kennis over de genocide zou gebaseerd zijn op imperialistische leugens en propaganda. Advocaten Chistopher Black en Peter Erlinder stellen dat er weliswaar massamoorden zijn geweest in Rwanda maar dat er geen sprake was van genocide tegen Tutsi's, wel tegen Hutu's. Erlinder's logica is dat het RPF militair superieur was en dat het voormalige regime niet zo dom zou geweest om een genocide te ontketenen omdat dat een soort zelfmoord was. Robin Philpot is een broer van een andere genocide-advocaat, John Philpot, en zit ongeveer op dezelfde lijn. Een flink deel van hun theorieën staat haaks op die van HRW en academici. Black is het meest extreem in zijn uitspraken. Behalve Alison Des Forges, zijn ook André Guichaoua, Gerard Prunier, Filip Reyntjens, en een groot aantal andere academici gevangen door wat hij noemt de "genocide fallacy". De lijst bizarre artikelen over Rwanda van vooral Black is lang. Zo beweert hij in het artikel "Who killed Agathe?" dat de blauwhelmen die destijds in Rwanda gelegerd waren betrokken zouden zijn geweest bij het neerschieten van het vliegtuig van president Habyarimana en dat minister-president Agathe Uwilingiyimana (volgens Black een RPF-marionet) de dag erop uit de weg zou zijn geruimd omdat ze teveel wist.
Het boek van Rever staat vol met vergelijkbare rariteiten. Waarom het AUP niet eerst een paar fatsoenlijke boeken over de genocide uitgeeft alvorens aan de controversiële te beginnen kan de uitgever mij niet uitleggen. Bij de UvA is er geen controle op de kwaliteit van AUP uitgaven heb ik inmiddels begrepen.

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.