OPINION

14 February 2022

De standaardman maakt nog steeds de dienst uit

Subtitel

De Nederlandse wetenschap loopt achter door een achterhaalde mannelijke norm, vinden VU-hoofddocent Petra Verdonk en Ineke Klinge.

Bas_Leonardo

 

Wij noemen hem meestal Norman, de witte man van 20 tot 40 jaar die overal het uitgangspunt is, de norm. Genderonderzoekers kennen hem al decennia, jonge programmamakers laten het grote publiek nu ook met hem kennismaken. Denk aan de documentaire Reference Man van Sophie Frankenmolen. Denk aan de podcast Geen kleine man, gelanceerd door Sofie Peeters, en denk aan artikelen van Lisa Peters in de Correspondent.

Norman staat model voor een lichaam zonder ruis, voor het basislichaam, het correct functionerende lichaam, een lichaam dat bepaalt welke gezondheidszorg nodig is, het lichaam dat bepaalt wat de maat is voor autogordels, de temperatuur op het werk en de bureaustoel.

Ook staat Norman model voor iemand die alles wat belangrijk wordt gevonden standaard beter kan. Norman wordt dus vrijgesteld van minder belangrijk geachte zaken in het leven, zoals zorgtaken. Daarom verdient Norman ook meer per uur, en is Norman vaker de gewaardeerde onderzoeker.

In Reference Man duiden onderzoekers, zoals Angela Maas en Yvonne Benschop, de inzichten van de documentaire vanuit kritische perspectieven zoals intersectionaliteit en gendertheorie. Dat helpt om vooringenomenheid in onderzoek te zien en te begrijpen.

In de Nederlandse wetenschap blijft het echter oorverdovend stil. Ook daar bepaalt Norman het beleid, verdeelt hij het geld over de vakgebieden, bepaalt hij daarbinnen aan welke thema’s geld moet worden uitgedeeld. Zo belandt onderzoeksgeld eerst en vooral bij Norman, met grote budgetten voor de exacte en de (bio)medische wetenschappen, waarbinnen af en toe een tijdelijk budget is voor genderonderzoek of een vakgebied dat weinig status heeft, zoals filosofie.

Laat eens onderzoeken waarom vrouwen doodmoe weglopen uit de zorg

Na een langdurige lobby van genderonderzoekers in de gezondheidszorg heeft het VWS-ministerie nu een tijdelijk programma Gender & Gezondheid gefinancierd. Maar van verdere uitrol en doorontwikkeling is geen sprake, hoewel de evaluatie van het programma daartoe duidelijke aanzetten gaf. De ad hoc programma’s die in het leven werden geroepen vanwege de coronapandemie lieten pijnlijk duidelijk zien hoe weinig systematische aandacht er was voor sekse en gender.

Want dat de pandemie ongelijkheid zou versterken, was vanuit zo’n gender- en diversiteitsperspectief te verwachten. Noch politici, noch wetenschappelijke beleidsmakers, noch wetenschappers zagen de relevantie. Twee jaar later probeert iedereen te begrijpen hoe het kan dat sommige wijken zo’n lage vaccinatiegraad hebben, waarom vrouwen in de gezondheidszorg moegewerkt weglopen uit de ic’s, en vindt de minister-president een sociologische analyse van (jongemannen)geweld tegen coronamaatregelen niet nuttig.

Andere landen lopen ons met zulk onderzoek links en rechts voorbij. Zo hanteert Canada al jaren criteria voor sekse en gender in alle onderzoeksprogramma’s, en eist het EU-onderzoeksbeleid in alle onderzoek onder Horizon Europe aandacht voor gender, bij voorkeur in interactie met andere aspecten van diversiteit, zoals leeftijd en etniciteit.

Waarom landt dit niet in het wetenschapsveld? Elke nieuwe generatie moet constateren dat het probleem niet structureel is opgelost. Dat het onderwerp steeds actief van de agenda wordt gehaald is niet alleen spijtig, het is ook een vorm van verspilling, en vooral erg onwetenschappelijk. Welke thema’s onze nieuwe minister ook prioriteit gaat geven in het wetenschapsbeleid, Norman moet echt met pensioen.

Petra Verdonk en Ineke Klinge zijn respectievelijk secretaris en voorzitter van de Nederlandse Vereniging Gender & Gezondheid. Petra Verdonk is hoofddocent ethiek, recht, humaniora aan Amsterdam UMC-VU.

ILLUSTRATIE: BAS VAN DER SCHOT

 

Reply?

Stick to the subject, and show respect: commercial expressions, defamation, verbal abuse and discrimination are not allowed. The editors do not argue about deleted responses.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.