Popup-Niks-missen-2.png

13 augustus 2020 reacties 1

Verbeelde gemeenschap, verdeelde klas

In het voorjaar van 2017 bespreek ik met een groep derdejaars geschiedenisstudenten een peer-reviewed artikel over Palestijnse vluchtelingen in Amman. Door een enkele student wordt de auteur van het stuk beticht van partijdigheid en overdrijving. Hij krijgt bijval. "Kunnen Arabieren wel neutraal over de eigen geschiedenis schrijven?" vraagt hij zich hardop af. Iemand klaagt vervolgens over de bovenmatige aandacht voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika in de literatuurlijst. Het vak gaat over migratie en identiteit, dus waarom besteden we geen aandacht aan de joodse diaspora? Van het een komt het ander en in een mum van tijd is de collegezaal verworden tot een slagveld dat ik op dat moment, als een verslagen generaal, alleen nog maar verbouwereerd kan aanschouwen. Dan begint iemand over de Shoah. In een hoek van de kamer laat een studente het hoofd stilletjes rusten op een doorleefde editie van Benedict Anderson’s Imagined Communities. De pauze begint abrupt een kwartier te vroeg.

In de lift na college vecht ik tegen tranen. Ik loop door naar de werkkamer van een collega, een zwarte onderzoeker die tijdelijk werkt aan onze afdeling en die ik eigenlijk helemaal niet ken, maar die op dat moment mijn enige veilige optie lijkt. Het is wat het is, laat ik me door hem vertellen. En hij weet wat het is, hoe dit voelt.

Is dit racisme? De doorsnee witte docent zal mij zeggen van niet. Maar hij of zij krijgt dan ook nooit te horen dat Nederlanders niet neutraal over het eigen verleden kunnen schrijven. Dat de stof die zij behandelen tijdens de les slechts van secundair belang is. De insinuatie dat je als docent niet capabel zou zijn om over het eigene te doceren, is hen vreemd. Na dit ene incident escaleerde het af en toe nog eens tijdens colleges. Daarin ben ik zeker niet de enige, zoals recente bijdragen van docenten met een niet-westerse achtergrond in Ad Valvas ook laten zien. Maar het bewijs van racisme aan de Vrije Universiteit is slechts anekdotisch. Daarover klaagt zelfs het bestuur. In het voor de zomer verschenen statement over Black Lives Matter-beweging van het college staan dan ook een hele reeks voornemens om wat te gaan doen aan het gebrek aan systematisch onderzoek naar racisme onder staf en studenten.

In het voorjaar van 2017, toen ik conform de onderwijsvisie van de Vrije Universiteit mijn literatuurlijsten zo divers en inclusief mogelijk trachtte te maken, probeerden Marieke Slootman en Maurice Crul in verschillende onderzoeksrapporten ons al te overtuigen van het nut van systematisch kwalitatief onderzoek naar ervaringen met racisme onder stafleden. Nuttige adviezen, lijkt me, maar een concrete vertaalslag naar de praktijk mocht niet volgen. Vaker werd door het college geschermd met privacywetten en ethiek. Die maakten plaats voor (overigens niet oneervolle) initiatieven rond ‘diversiteitssensitief onderwijs’, ‘inclusieve studieomgevingen’, de ‘international classroom’ en wat dies meer zij. Tof, maar ik word moe van dat geleuter over ‘de kracht van diversiteit’, en de studenten oudheidkunde en geschiedenis met een niet-westerse achtergrond die ik sinds 2016 mocht doceren, tel ik op één hand.

Ik wil dat mijn studenten elke collegedag inclusief kunnen leren

Tijdens het laatste overleg tussen de ondernemingsraad en het college vroeg ik het college dan ook om met een tijdpad en concreet plan van aanpak te komen. Wat zal het college ondernemen wanneer structurele achterstanden in het personeelsbestand worden blootgelegd? Hoe verklaren zij de gebrekkige doorstroom naar promotieplekken van studenten met een niet-westerse achtergrond, toch ruim een derde van onze studentenpopulatie? En dat aan een universiteit die prat gaat op haar emancipatoire kracht? Wanneer krijgt het thema de systematische aandacht die het verdient in opleidings- en trainingstrajecten voor leidinggevenden, en in BKO en SKO?

In 2017 wou ik namelijk dat iemand me had geleerd om te gaan met racisme in de klas. Ik wilde dat ik meer collega’s had gehad om die ervaring mee te delen, collega’s in wie ik me had herkend en die mijn ervaring ook hadden erkend. Wil ik dat mijn studenten inclusief kunnen leren? Daar streef ik elke collegedag naar. Maar geef de wetenschappelijke staf dan wel alle vrijheid om ook effectief inclusief, en vrij van racisme, te kunnen doceren.

Norah Karrouche, OR-lid en docent bij de afdelingen Geschiedenis en Oudheid

Norah Karrouche

FOTO: PETER VALCKX


{ Lees de 1  reacties}

Door truus kleijwegt op 14 augustus 2020

Wat een mooi en ook droevig stuk, Norah. De universitaire wereld lijkt vaak buiten de maatschappij te staan; te weinig streetwise, te weinig onderdeel van de alledaagse realiteit. Misschien kunnen medewerkers en eerstejaars studenten verplicht worden een 'inburgeringscursus' te volgen?

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.