19 juni 2019

Reünie

Omdat mijn oude middelbare school dit jaar 150 jaar bestaat, wordt er een reünie georganiseerd. Vanaf het moment dat wij, oud-leerlingen, de reüniemail in onze inbox kregen, begon mijn vriend J., met wie ik op de middelbare school heb gezeten maar met wie ik pas veel later bevriend raakte, te zeuren dat we er absoluut heen moesten.

Voor sommige mensen is de middelbare-schooltijd de beste tijd van hun leven. Fijn voor die mensen. Als ik aan de middelbare school terugdenk, denk ik vooral aan een heel zoekend en eenzaam meisje. Daarom denk ik niet zo graag aan die tijd terug.

“Ik heb daar echt niets te zoeken”, zei ik tegen J.
“Toe”, smeekte hij, “Ik betaal je bier, ik blijf de hele tijd bij je, je mag zelfs van mijn shag roken als je wilt.”

J. haalde me over en nu ben ik hier, op de reünie van mijn middelbare school (of: op de reünie van de slechtste tijd van mijn leven) en heb ik gratis bier en shag, maar J. ben ik natuurlijk binnen tien minuten kwijt.

Ik loop door de gangen die me zo bekend zijn en heb piepkleine gesprekjes met mensen. Het valt me op dat het lijkt alsof de gesprekjes geregisseerd zijn. Mijn gesprekspartners weten precies hoeveel ze over hun levens moeten vertellen. Andersom is dat ook het geval: ook ik weet wat er van mij verwacht wordt. We hebben het alleen over onze succesverhalen, over kinderen, koopwoningen en carrièrekeuzes.

Ik moet denken aan Erving Goffman die spreekt over de dramaturgie van het dagelijks leven. Volgens Goffman is het leven een toneelspel en is ieder individu een acteur die verschillende rollen speelt. We regisseren hoe we overkomen op anderen (het publiek) door ons op een bepaalde manier te kleden of te gedragen. Dit noemt Goffman impression management. De meeste mensen geloven de rollen die ze spelen, Goffman noemt hen oprechte mensen. Tegenover die oprechte mensen staan de cynici: zij geloven niet in hun eigen optreden. Je hebt niet altijd controle over in welke rol je terechtkomt.

Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik me realiseer dat de middelbare school inderdaad als vijf jaar toneelspelen voelde. Een toneelstuk waarin ik een bepaalde rol toegewezen kreeg en speelde dat ik bevriend was met allemaal mensen met wie ik eigenlijk niet zo veel gemeen had. Mijn personage draaide joints tussen de bomen op de binnenplaats terwijl ze helemaal niet van blowen hield, kuste de verkeerde jongens, voelde warme handen op haar heupen tijdens het schoolfeest, was het onderwerp van vreselijke roddels en gefluister in de kantine, dronk Coebergh-cassis, ging naar slaapfeestjes, maakte ruzie, durfde niet naar school, stampte woordjes. Eén groot toneelstuk met mij in de hoofdrol, in een rol die ik zo overtuigend bracht dat ik er zelf bijna in geloofde.

Rond middernacht vind ik J. weer terug. Hij is een jointje aan het draaien en houdt met één oog de conciërge in de gaten. Ik ga naast hem zitten. Er loopt een jongen in pak langs. Hij lijkt er wat onwennig in, stijfjes, erg bewust van zichzelf.
“Waarom zou je in hemelsnaam zo opdoffen voor de reünie van je middelbare school?” vraagt J. Hij maakt een armgebaar, “Iedereen is verkleed.”
“Impression management”, zeg ik.
J. biedt me zijn joint aan. “Nee, bedankt”, zeg ik, “hou ik niet van.”

We lopen naar de nachtbus terug naar Amsterdam, terug naar huis, naar een toneelstuk waar ik wel in mijn eigen rol geloof. Onderweg zie ik de jongen in pak. Hij heeft zijn jasje uitgetrokken, zit op zijn knieën en kotst.

hits 228

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.