Popup-Niks-missen-2.png

26 maart 2021

In quarantaine: de clusterfuck

“Slecht nieuws jongens, ik heb corona.” Meer hoef ik niet te lezen, de berichten die daarna in de huisgroepsapp worden gestuurd zijn dezelfde reacties. Godver, dit wordt klote. Met grof geweld pak ik mijn tas weer uit. Ik stond op het punt om de deur uit te gaan om samen met een vriendin op de VU te werken aan ons essay. Maar dat gaat nu niet meer door, niets gaat meer door de komende dagen.

Languit op mijn bed begin ik mensen te appen en afspraken te verzetten. Ondertussen wordt er flink geappt door mijn veertien huisgenoten. Wat moeten we nou doen? Moeten we allemaal in quarantaine? Gaan we allemaal afstand houden? Hoe komen we aan eten? De ene huisgenoot is de website van de Rijksoverheid aan het lezen en de andere is met de GGD aan de telefoon, beide instanties vertellen iets anders. Wel testen, niet testen. “Geen testen verspillen!” zegt de een, “Nee kom nu testen!” zegt de ander. Uiteindelijk gaan we maar voor wat het RIVM zegt. Nu testen en over vijf dagen nog eens.

Vijf dagen, dat kan ik. Over vijf dagen is de deadline voor mijn essay, dus dan kan ik mooi daaraan werken. Zo erg kan het niet zijn. Maar ondertussen kookt er iets in me. Als de regering niet zo sloom zou zijn met het vaccineren, dan waren wij studenten misschien nu al voor het overgrote deel gevaccineerd. Maar nee, nu zitten we hier, allemaal opgesloten in onze 12m2-holletjes op een rantsoen van tosti’s en noodles.

Er is niets te vinden op de sites van het RIVM of de GGD over wat je moet doen in een veertienkoppig studentenhuis

Hoe gaan we het doen, hoe moet dit? We hebben gelukkig allemaal een eigen badkamer, maar we delen een keuken. Er is niets te vinden op de sites van het RIVM of de GGD over wat je moet doen in een veertienkoppig studentenhuis. Als we allemaal geen contact met elkaar hebben, worden we zo eenzaam en het is logistiek lastig wat betreft koken en afwassen. Maar als we allemaal contact met elkaar hebben, behalve dan met de besmette huisgenoot, kunnen we elkaar besmetten. Dus we bedenken een nieuw systeem, we noemen het de clusterfuck. Groepjes van twee, drie of vier huisgenoten die wel onderling contact hebben en samen koken, maar er is geen contact tussen de clusters. Zo kunnen we ook in shifts koken en tussendoor alles schoonmaken wat we hebben aangeraakt.

Na een hoop gedoe met telefoonnummers en BSN-nummers staat voor de meeste huisgenoten dezelfde middag nog een test gepland. We konden nog terecht bij de XXL teststraat bij Schiphol, wat gelukkig bereikbaar is voor ons omdat we een aantal huisgenoten hebben met een auto. We gaan met onze eigen cluster in de auto, best handig dit.

Wetende dat dit de laatste keer buiten is voor de komende week, proberen we te genieten van het zonnetje door de autoruiten terwijl een techno-nummertje door de schandalig opgevoerde boxen dreunt.

Ik staar naar mijn scherm, check mijn telefoon, gooi het ding op mijn bed en staar harder naar mijn scherm

De teststraat is een enorme witte tent die haastig is opgezet op een winderige parkeerplaats. Ik mag mijn identiteitskaart laten zien aan de dame in hokje nummer 14A. Dan mag ik doorlopen naar haar collega in een schort en spatscherm. Het is niet mijn eerste test dus ik weet wat ik kan verwachten. Toch voelt het naar hoe de testswap mijn traanbuizen wegdrukt om mijn hersens te kietelen. Het volgende moment sta ik weer buiten met één tranend oog.

Eenmaal thuis kan ik me er niet toe zetten om aan mijn essay te beginnen. Ik staar naar mijn scherm, check mijn telefoon, gooi het ding op mijn bed en staar harder naar mijn scherm. Ik sta op, zet koffie, verbrand mijn tong, scheld de koffie, het coronavirus, de GGD en Mark Rutte uit en staar weer naar mijn scherm. Dan is ineens vier uur voorbij en klopt mijn huisgenoot uit mijn cluster op mijn deur, we gaan eten bestellen.

Met onze pokébowl zit ons cluster op één van de slaapkamers. Lukte het jou om je te concentreren? Nee, mij ook niet. “Het voelt een beetje als een soort vrijbrief om niets te doen.” Zegt mijn clusterhuisgenoot. Zo voelt het ook voor mij, ik voel me verongelijkt dus ik weiger wat te doen. Maar daardoor saboteer ik mezelf wel. “Hey maar moet je voorstellen,” zegt mijn huisgenoot, “dit is nog maar de eerste dag.”

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.