06 november 2019

Ook in beeld

De sportschool waarin ik train heeft een speciale crossfit-area die eruitziet als een soort martelkamer slash speelterrein.

Ik ben mijn derde set squats aan het doen, achterin die crossfit-area, wanneer een groep van zeven mannen de area betreedt. Ik weet niet of je zelf ook naar de sportschool gaat, maar het is zo’n groep mannen die je in de sportschool vaak treft, die elkaar een ingewikkelde kruising tussen hand en box en knuffel geven en elkaar bro noemen en de sportschool gym. Buiten de gym spreken deze bro’s elkaar vaak niet en dat is ook allemaal prima, who am I to judge, ik spreek mijn studiegenoten ook nooit buiten de uni.

Een van de zeven mannen, de knapste, stapt op me af. “Hoi”, zegt hij, “ik film onze sessies altijd dus dat je weet dat jij ook in beeld bent.” Hij wijst op zijn telefoon.

Misschien is het omdat hij er zo imposant uitziet in zijn strakke shirt en korte broek of misschien is het omdat ik net die derde set erop heb zitten, maar ik zeg meteen (veel te snel en buiten adem) iets in de trant van “ja prima joh” waarna hij terug naar zijn groep loopt, zijn telefoon klaarzet en aan een ingewikkelde burpee-variatie begint.

In De Groene Amsterdammer schrijft Jan Postma in het essay ‘Kijk nou de mens - vreemden fotograferen’ dat we anderen door hen te fotograferen (of filmen) deel maken van onze werkelijkheid. In de publieke ruimte zijn we vogelvrij, het is een plek waar anderen met dat wat van onszelf voelt aan de haal mogen gaan. Ik wil helemaal geen deel uitmaken van de werkelijkheid van deze mannen. Ik weet niet wat die werkelijkheid inhoudt. Als ze de beelden alleen voor henzelf gebruiken is dat nog tot daaraantoe, maar wie zegt dat ze niet alle zeven fit-influencers zijn en mijn squats straks door duizenden mensen bekeken worden?

Toch voel ik niet de ruimte er nog tegenin te gaan (de mannen doen ook een nogal snel circuit, hoe kom je daar ooit tussen) en ik heb ook geen zin om dan zelf maar te verplaatsen, wat natuurlijk ook gewoon kan - maar ik was hier eerder.

Ik schreef al eens over de socioloog Erving Goffman en nu moet ik weer aan hem denken. Volgens Goffman is er een verschil tussen mensen hun frontstage en hun backstage. Frontstage zijn we wanneer we rekening houden met de aanwezigheid van anderen, wanneer we weten door wie we bekeken worden en daar overeenkomstig naar handelen.

Doordat ik me nu bekeken voel, ga ik veel beter presteren. Ik doe mijn vierde set squats dieper dan ooit, deadlifts kan ik opeens tien kilo zwaarder dan vorige week, mijn core is nog nooit zo consistent aangespannen geweest en als klap op de vuurpijl doe ik zomaar vijf pull-ups, een oefening waarvoor ik nu al een halfjaar train.

“Lekker getraind, bro”, zeggen de mannen als ze klaar zijn, ze geven elkaar zo’n hand.

Ik loop op de man in het strakke shirt af en vraag of ik mag zien hoe ik die pull-ups uitvoerde. De man veegt zijn gezicht af met zijn handdoek en lacht. “Ik film nooit echt. Is alleen om te zorgen dat die guys beter hun best doen.” Hij kijkt naar mijn verbaasde gezicht en vervolgt: “Ik ga toch niet zomaar filmen hier? Dat is massive privacy-schending joh.”

Voor hij de trap afloopt, draait hij zich nog even om en zegt: “Lekker getraind trouwens, zag er goed uit.”

hits 116

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.