14 februari 2019

Niet opendoen

Jaren geleden was ik op de zestiende verjaardag van een vriendin. Ze vierde het in haar woonkamer. De eettafel was als bar ingericht, met een grote instabiele biertap en verschillende soorten chips, niet in bakjes maar in de zakken geserveerd. Haar ouders waren voor de gelegenheid op de bovenverdieping aangewezen. De hele avond bleven ze braaf daar, terwijl wij keihard het album R.O.O.T.S. (Route of Overcoming the Struggle) van Flo Rida draaiden. Arme ouders. Alleen voor het uitblazen van de kaarsjes mochten ze naar beneden komen. “Doe een wens!” zei haar moeder toen mijn vriendin de kaarsjes uitblies. “Zoooo kinderachtig”, zei mijn vriendin met haar ogen rollend.

Toen ik naar de wc ging, gingen haar ouders net weer naar boven. Ik hoorde haar moeder zeggen dat ze ieder jaar bij het uitblazen van de kaarsjes ook een wens doet. Haar wens was, ieder jaar, dat haar dochter niets zou overkomen.

Deze week keek ik de Netflix-serie Conversations with a Killer: The Ted Bundy Tapes. In de serie wordt bevestigd wat vrouwen al jaren weten: de badguy is niet altijd als zodanig herkenbaar. Er wordt telkens benadrukt hoe ‘normaal’ Ted Bundy lijkt. Hij studeert rechten, had een vriendin, zijn moeder hield van hem: “He didn’t look like anybody’s notion of someone who would tear apart young girls” wordt keer op keer gezegd. Het lijkt mij dat het mede door deze confirmation bias komt dat Ted Bundy zo lang zijn gang kon gaan en vrouwen in heel Amerika kon vermoorden. Ik zal jullie de details besparen maar Ted Bundy bekende uiteindelijk het mishandelen, verkrachten en vermoorden van dertig jonge vrouwen. Het slachtofferaantal wordt inmiddels op meer dan honderd geschat.

Misschien kwam het door die serie (Netflix raadt je aan niet in je eentje te kijken) en dat ik door die serie dacht aan de ouders van die vriendin, maar toen mijn deurbel een paar nachten geleden om 01.30 ging, ik lag nog te lezen, durfde ik niet open te doen. De nacht erop gebeurde het weer. Ik deed niet open en liet mijn nachtlampje aan. De volgende dag vertelde ik een vriend dat er twee keer ’s nachts was aangebeld. “Kan allerlei redenen hebben”, zei hij, “verkeerde appartement, iemand wil een flesopener lenen, zoiets. Kijk gewoon door je spionnetje.”

Die nacht, ik lag weer in bed te lezen, was ik er klaar voor. Toen de bel rond 00.00 ging, sloop ik naar mijn deurspionnetje en keek er doorheen. Ik zag een man, wit, bril en durfde nog steeds niet open te doen. Ik sloop terug naar bed.

De volgende dag komt een vriendin ontbijten. Ik vertel haar van het aanbellen. “Ik heb door het spionnetje gekeken”, zeg ik. “Het was een man, wit, bril. Ik durfde niet open te doen.” “Dat komt”, zegt de vriendin, “omdat er bij gender violence achteraf altijd mensen zijn die vinden dat het slachtoffer iets anders had moeten doen. Het op een of andere manier had moeten voorkomen. Ze had geen rokje moeten aantrekken, niet via die donkere weg naar huis moeten gaan, niet alleen een fietstocht moeten maken, ze had niet met iemand moeten meelopen, ze had niet moeten opendoen.”

Er wordt aangebeld. Mijn vriendin en ik kijken elkaar aan. Ik loop naar de deur en doe open, mijn vriendin gaat achter me staan. Voor de deur staat de blonde man. Hij kijkt opgelucht. “Yo, ik heb al een paar keer aangebeld. Als jouw nachtlampje aanstaat, schijnt dat via je spiegel precies bij mij naar binnen. Kan ik niet van slapen. Wil je dat lampje verplaatsen?”

Achter me hoor ik mijn vriendin kuchen.

hits 323

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.