05 november 2014

Lekker matten

In zijn (verse!) essaybundel Vechtmemoires beschrijft Joost de Vries, uw Vrije Schrijver, hoe hij als jongen een zekere Jeroen een uppercut geeft en zijn klasgenoot Michael met de punt van zijn schoen in z’n kruis trapt.

Door de bundel, die opent met herinneringen aan vechtpartijen, moest ik denken aan mijn eigen vechtpartijen. Die zijn altijd verrassend eenzijdig geweest. Zo werd ik rond mijn zestiende een keer zonder waarschuwing door een mij onbekend meisje neergeslagen in de metro en werkte een wildvreemde jongen mij ooit tegen de grond op straat (hij liep gewoon verder, ik keek naar de lucht en dacht: huh?). De keren dat ik in prullenbakken ben gestopt en in bosjes gedouwd, zijn ontelbaar. Vreemd genoeg bleef ik altijd te verbaasd om direct te reageren (mijn schooltijd was fantastisch, dat begrijpt u vast).

 

Het gevoel van overwinning en opluchting moet enorm zijn

Andersom: onlangs hield ik, vast van plan om er eentje helemaal naar de tyfus te slaan, een groep kerels staande. Ze hadden minutenlang dingen over mijn uiterlijk geroepen, midden op straat. Ik wilde niet de eerste klap uitdelen. Zij ook niet, tot mijn grote spijt, het eindigde met een sisser.

In films, vooral Amerikaanse comedy’s, is de scène met de verlossende vuistslag een veelvoorkomend fenomeen. Personage A doet al tijden vervelend tegen B (m/v), B geeft hem een stomp voor z'n harses en de verhoudingen zijn hersteld. Het gevoel van overwinning en opluchting moet enorm zijn. Het lijkt me heerlijk om zoiets een keer te doen, ware het niet dat het echte leven in de weg staat. Mijn gebrekkige vuistslagtechniek, bijvoorbeeld, en het feit dat mensen – tenzij ze net zo snel verbaasd zijn als ik – terug kunnen slaan. Aangifte kunnen doen. Hun neus kunnen breken! Het niet zo bedoeld hadden!

Vechtmemoires is het lezen waard. Ik ben, hoewel niet agressief, wel opvliegend en daarom niet erg geschikt voor essays waarin stellingen genomen worden waarmee ik het nadrukkelijk niet eens ben (gáát weer een boek het balkon af). En met De Vries ben ik het lang niet altijd eens. Maar zijn manier van redeneren impliceert iemand die de zaken waarmee hij weinig heeft (de term yolo, een bepaald gebruik van ironie, literaire sletvrees) niet afserveert als verwerpelijk of debiel. Verfrissend, vind ik, tussen alle keiharde meningen en statements in die alleen aan lijken te komen als er koppen rollen. Me dunkt dat geweld, ook als het verbaal is, haast nooit een oplossing is (hoewel het natuurlijk wel een discussie kan stárten, maar dat is een ander verhaal).

De Vrije Schrijver schrijft dat hij op zijn veertiende voor het laatst gevochten heeft en dat geloof ik zo, ook al geeft hij (eerlijk?) toe dat hij ook weleens iets verzint: het lievelingsbroodbeleg van Christopher Hitchens, bijvoorbeeld, of een mooie anekdote over zijn wijlen vader.

Maar mocht Joost de Vries ooit nog eens de behoefte krijgen aan een goeie matpartij, houd ik me aanbevolen – volgens mij kan ik nog wat van ’m leren.

 

hits 4

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.