25 februari 2015

Hond

In de bus zit ik meestal tussen dezelfde jongens; een jaar of dertien zijn ze en ze zeggen helemaal niks, ze stoten alleen hun vuisten tegen elkaar bij wijze van begroeting, gaan daarna zo breed zitten dat ze bijna omvallen. Op mijn dertiende was ik bang geweest, nu maak ik me zorgen om een van die jochies; hij ziet er veel te moe uit voor zijn leeftijd en ook veel te kwaad. Oud en zorgelijk staar ik niet naar die jongen maar naar buiten en altijd denk ik: had ik maar een hond, het is geweldig uitlaatweer.

Dan stap ik een halte te vroeg uit om mijn remslaap eruit te wandelen en passeer ik een man die elke morgen een enorme herdershond uitlaat, hij laat zich door hem voorttrekken terwijl hij op een skateboard staat (de man, niet de hond). Dat skateboard, die hond; het riep jaloezie op tot ik zag wat voor drollen dat beest legt, de wind stond verkeerd en ik moest kokhalzen en de man haalde bijkans een vuilniszak uit zijn tas tevoorschijn om die verse bolus op te ruimen.

Nu denk ik iedere ochtend: had ik maar een hondje, maar niet zo klein dat het de hele tijd trilt of je er per ongeluk op kunt gaan staan.

Ik heb het zo warm dat ik even bloot op het balkon wil staan

Het is gek om als je binnenzit te denken: had ik maar een hond, dan kon ik naar buiten. Alsof je dat zonder zo’n beest niet kunt. Maar zonder zo’n beest heb ik altijd iets beters te doen: werk, een boek, een wasje, een whatsappgesprek.

Op een busloze dag zit ik met een vriendin op de bank, we hebben de avond tevoren veel teveel gezopen en nippen trillend van onze koffie. Mijn honger is waanzinnig maar ik kan niks eten en mijn innerlijke thermostaat is ontregeld waardoor ik het of zo warm heb dat ik even bloot op het balkon wil gaan staan, of zo koud dat ik me op wil krullen onder een donzen deken. We kijken een film die verschrikkelijk slecht is, Angelina Jolie helpt niet, en als de tv halverwege plotseling zwart wordt werkt de paracetamol al. Ik rek me uit. Zie er te moe uit voor mijn leeftijd. Zak bijna van die bank af. Mijn vriendin kijkt uit het raam. “Hadden we maar een hond hier”, zegt ze. “Ja”, zeg ik en denk: ik heb trek in shoarma. We kijken op onze telefoons tot we er week van worden, we analyseren de halve film die slecht blijft, ik eet bij gebrek aan dingen met knoflooksaus een boterham met vlokken.

We gaan naar buiten. Tussen de weilanden is het heiig en we passeren mensen met honden aan de lijn en plastic zakjes in hun hand en we worden gepasseerd door schreeuwende wielrenners in pakjes die pijn doen aan onze ogen, we maken foto’s van schapen en zeggen steeds: hier zou ik wel kunnen wonen, met een hond. Maar voor deze ene keer is het uitlaten van een kater ook wel prima.

hits 5

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.