Popup-Niks-missen-2.png

22 april 2021

Duidelijke ambitie

 

Dido_ambitie

Ik zit met mijn laptop op bed thee te drinken. Terwijl ik op de site van een universiteit de masteropleidingen bekijk flitsen de beroepsgroepen langs. Bij één master blijf ik hangen bij een eis aan de motivatiebrief: ‘Duidelijke ambitie voor het vakgebied.’

Ik vind weinig dingen zo frustrerend als motivaties schrijven, al helemaal als ik ‘duidelijke ambitie’ ervoor moet hebben. Ik word er nogal recalcitrant van. Je zou het liefst willen typen: ‘Ik wil mij aanmelden voor deze vervolgopleiding, zodat ik nog twee jaar DUO kan vangen. Bij alle andere opties kreeg ik de neiging om van een flatgebouw te springen, dus jullie zijn het geworden. Gefeliciteerd.’ Maar dan schijn je niet bepaald gemotiveerd over te komen.

De keren dat ik écht ergens ‘duidelijke ambitie’ voor had, zijn denk ik op twee handen te tellen. Sommige kinderen weten al vanaf hun twaalfde wat ze willen worden en ik ben daar altijd al jaloers op geweest. Ze hebben een soort stip aan de horizon waar ze alleen maar naartoe hoeven te werken. In mijn leven voelt het eerder alsof ik een beetje van interesse naar interesse huppel, zonder echt te weten wat ik later moet worden.

Studeren geeft een heel specifieke structuur aan je leven, waarbij je cijfers krijgt voor dingen die je passie hebben, zonder enige randvoorwaarden over inkomsten of toekomstperspectief. Op die manier is het verleidelijk om gewoon niet weg te gaan, om te blijven bij de universiteit waar je verliefd op bent geworden.
I wouldn't go in academia if I were you”, vertelde een bevriende docent mij eens.
Why not?” vroeg ik beledigd. Maar eigenlijk wist ik het antwoord al.
You have other qualities.”

De academische wereld is er voor mensen met een heel specifieke persoonlijkheid, eentje die lijkt te grenzen aan waanzin

Als we in de pauze spraken ging het binnen vier zinnen over hoe druk ze het had. Ze praatte over haar hectische agenda, waarin ze naast colleges geven geen tijd meer had voor eigen onderzoek, laat staan voor een sociaal leven. Ik zie haar nog lopen door de gangen van de faculteit, met een oneindige voorraad automatenkoffie en achter haar jampotbrillenglazen een licht manische blik. De academische wereld is er voor mensen met een heel specifieke persoonlijkheid, die ik zeker niet heb, eentje die lijkt te grenzen aan waanzin.

Ik klap mijn laptop dicht omdat ik met iemand ga wandelen in het Bomen Arboretum Uilenstede, een oud bomenlab van de VU dat door de gemeente Amstelveen is overgenomen als stadspark. Het staat vol met bomen die je nergens anders kunt vinden.
“Ik kan soms zo jaloers op jou zijn”, zeg ik tegen de vriendin, die verpleegkunde studeert. “Dat je iets tastbaars kunt betekenen voor andere mensen. Ik heb alleen maar verstand van abstracte concepten.”
“Ik moet ook gewoon de billen van bejaarden afvegen hè? Dat is ook iets tastbaars betekenen.”

We lopen in stilte verder. Naast ons komt een soort sequoia (mammoetboom) tevoorschijn uit de bosjes. De vriendin legt haar hand op de stam.
“Weet je wat mijn oma als kind zei als iemand aan haar vroeg wat ze later wilde worden?”
“Nou?”
“Ze zei: Ik ben toch al iemand?”

ILLUSTRATIE: DIDO DRACHMAN

 

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.