04 december 2019

Deel van het probleem

Een soort van vriend van mij zei eens: als Amsterdammers op café gaan, gaat het binnen vijf zinnen over hun woonsituatie. Proef op de som genomen en het klopt, Amsterdammers praten inderdaad graag en vaak over hun woonsituatie. Maar er zijn twee verschillende gesprekken te onderscheiden. Allereerst heb je Amsterdammers die comfortabel wonen, die tegen elkaar klagen dat de verbouwing langer duurt dan verwacht of die net hebben besloten hun koopwoning een tijdje voor de volle prijs te verhuren aan expats, om zo te kunnen sparen voor hun nieuwe koophuis in Haarlem.

Ten tweede heb je de groep Amsterdammers onder wie ikzelf val: Amsterdammers die constant bezorgd zijn over hun woonsituatie. Vanwege globalisering, vanwege inkomensongelijkheid, vanwege gentrificatie.

Ik weet natuurlijk dat ik ook onderdeel van het gentrificatieprobleem ben. Doordat ik student ben en doordat ik simpelweg voorkeuren en gewoontes heb. Het is door mensen als ik dat de markt op het plein in mijn buurt failliet ging en dientengevolge het koffiehuis waar zowel de verkopers als de bezoekers graag hun koffie dronken. Het is door mensen als ik dat daar straks voor in de plaats een Coffee Company verschijnt, waar de mensen van de markt niet zullen komen, maar waar ik en mensen die op mij lijken wekelijks een latte met havermelk van 3,65 euro drinken, terwijl we aan kleine dingetjes op onze laptops werken.

Ik heb het er met vrienden over en we zijn het erover eens dat gentrificatie een probleem is. We zijn het er ook over eens dat we deel zijn van het probleem en daar iets aan moeten doen.

Maar wat? Waar beginnen we?

Een vriend en ik hebben op zondag zin om Ajax te kijken. We lopen de Linnaeusstraat af op zoek naar een café waar ze voetbal vertonen. We willen een bar met Engelse naam binnengaan, maar daar is het zo druk dat ik het scherm niet eens kan zien. Bezweet komen we weer buiten. Mijn blik valt op een bruin sportcafé aan de overkant, waar vale oranje vlaggetjes wapperen. “Kom”, zeg ik, “we gaan daarheen.”

Een beetje onwennig stappen we binnen. Het ruikt naar erg oud bier en er staat hard Dreetje Hazes aan. Er zitten een stuk of acht mannen aan de bar die allemaal een fluitje voor zich hebben staan. De barvrouw zet, zonder dat we erom vragen, ook twee fluitjes voor ons neer en gebaart dat we moeten gaan zitten. De mannen kijken ons even onderzoekend aan, kijken dan weer naar het scherm.

Gaandeweg het spel groeit het wederzijds vertrouwen tussen ons en de mannen. Af en toe maken we eenzelfde verontwaardigd handgebaar en als ik op een gegeven moment iets roep over de bal breed spelen, kijkt een van de mannen naar me als een trotse vader. Tijdens de rust loopt de barvrouw rond met een schaal vol bittergarnituur en leverworst. Als mijn vriend na de wedstrijd wil afrekenen, noemt ze hem “schat”. “Een biertje was maar 1,80”, zegt mijn vriend buiten, bijna in shock. “Inclusief gratis snacks!”

Arm in arm lopen we langs de bar met de Engelse naam, waar de stoep nu is gevuld met mensen die alleen in het weekend roken. “We hebben veel te veel geboden”, zegt een man van onze leeftijd tegen een andere man van onze leeftijd, “maar we willen absoluut de Pijp niet uit.”

Waar je kunt beginnen: ga niet naar de bar met de Engelse naam. Ga in plaats daarvan naar het kleine bruine sportcafé, waar ze André Hazes jr. draaien en fluitjes en frituur serveren.

  

hits 312

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.