29 januari 2020

De surveillanten

Ik maak een tentamen, je kent het wel. Vanuit mijn ooghoek komt er een surveillant aangelopen. Ik kan me dan niet zo goed concentreren. Net zoals je gaat twijfelen of je de verkeersregels wel naleeft wanneer er een politieauto langsrijdt. Door de hele zaal lopen een stuk of dertig surveillanten rond en het valt me op dat ze bijna allemaal van gevorderde leeftijd zijn. Een nors kijkende man pakt mijn identiteitsbewijs en zoekt mijn naam op een formulier. Hij mompelt hem drie keer voor zich uit voordat hij hem vindt, bij de H. Dan wijst hij het vakje aan waar ik mijn handtekening moet zetten. Wie zijn deze mensen eigenlijk?

Graag zou ik willen zeggen dat ik een onuitgesproken band heb met de surveillanten. Ze hebben nogal vaak de deur van de TenT voor me opengemaakt als ik te laat was. Ik zat dan al een tijdje met een espresso van de Spar voor de deur te wachten. Ik bedenk net dat het goed zou kunnen dat ik een paar tentamens gewoon beter heb gemaakt omdat ik nog een half uur zonder stress een samenvatting kon doorlezen. Na dat halve uur deden de surveillanten de deuren open. Ze keken dan heel streng.

Ik moet denken aan een Marokkaanse vriendin die zich kapot ergert aan het feit dat ze bij tentamens altijd in het Engels wordt aangesproken door de surveillanten, ook al praat ze in het Nederlands terug. Ik sprak laatst met een jongen op een huisfeestje die ervan overtuigd was dat een surveillant hem iets aan wilde doen omdat hij een telefoon op tafel had gelegd; het was een rekenmachine.

Ook moet ik denken aan de wat oudere vrouw die me onlangs op het campusplein vroeg waar ze de tentamenzaal kon vinden. We liepen er samen heen. Ze vertelde dat ze twintig jaar bij een alarmcentrale had gewerkt, maar nu voor het eerst ging surveilleren omdat ze altijd al met jongeren had willen werken. “Dankjewel liefje”, zei ze toen ik haar het gebouw aanwees.   

De surveillant controleert mijn handtekening en knikt goedkeurend. Maar voor hij weggaat, legt hij nog even een hand op mijn schouder en vraagt op fluistertoon, omdat het eigenlijk niet mag, aan mij: “Gaat het goed?”Het ging niet zo goed, ik was op tijd geweest en ik had niet met mijn espresso nog even een samenvatting kunnen doorlezen.
"Ja, het lukt wel."
"Mooi zo jongen", zegt hij vaderlijk.

hits 436

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.