17 september 2019

‘Is de natuur opeens… mainstream?’

Van een hippe kledingwinkel ontvang ik wekelijks een nieuwsbrief waarin ze de zogenoemde laatste trends uitlichten. Deze week ontving ik een mail met als titel: TRAILBLAZERS. ‘Pair your favorite floral dress with hiking boots and an oversized knit’, stond er bij outdoorachtige foto’s geschreven.

Wow, dacht ik, sinds wanneer zijn bergschoenen trendy?

Twee jaar geleden, toen ik vlak voor de zomer tegen een medestudent zei dat ik op hikevakantie naar Engeland ging, zei ze: “Dat doen mijn ouders ook altijd.” Uit haar woordkeuze en blik bleek dat ze het een zeer uncoole zomerbesteding vond.

Dat is de reactie die ik gewend ben. Ik kom uit een echt wandelgezin. Gingen vriendinnen vroeger op vakantie naar exotische oorden als Ibiza, wij gingen altijd naar de Ardennen of Frankrijk. Wandellanden, waar ze bergen, meren en milde temperaturen hadden.

Vrij lang bestond mijn schoenencollectie daarom uit verschillende soorten Teva’s en Meindl’s en mijn kledingcollectie uit North Face-broeken en thermoshirts. Weer of geen weer, wij wandelden. En met dat wandelen kwam ook altijd een zekere schaamte. Niet als we in de natuur waren, waar iedere tegenligger eruitzag als wij en ons groette in het voorbijgaan, maar vóór we in de natuur waren. Als ik al wel die zware schoenen aan had, maar nog gewoon over de stoepstenen van de stad liep, waterafstotende hoed met touwtjes, mijn vader in een afritsbroek, mijn moeder in een broekrok. Dood schaamde ik me, om die suffe kleren en nog suffere hobby van mijn ouders.

Maar o, how times have changed. Prada lanceerde thermoflessen voor in je backpack, in de koffiezaak draagt een barista een legergroene cargobroek die iemand in de Alpen ook niet zou misstaan en een vriendin die echt helemaal niet van wandelen houdt, appt me om te vragen of we deze week zullen hiken.

“Wat? Waarom?” vraag ik.
“Dat doet nu toch iedereen?” zegt ze.
Een hikegekke vriend en ik raken erover in gesprek, hij zegt: “Is de natuur opeens…  mainstream?”
“Leuk, toch?” zeg ik, maar ik zeg het vertwijfeld.

Voor mijn werk ga ik ieder jaar naar een festival op de Waddeneilanden. De populatie van het eiland stijgt tijdens dat festivalweekend met 700 procent, omliggende eilanden moeten al hun huurfietsen laten overkomen om alle festivalgangers van een fiets te voorzien.

Het algehele rookverbod dat op het eiland geldt vanwege hevige droogte en daarom bosbrandgevaar wordt vanaf avond één al in de wind geslagen. Iedereen rookt, mannen vermijden de rij bij de wc’s en plassen wild tussen de bomen. Borden waarop staat dat het hier een fietsvrijezone betreft ten spijt, raken we dronken onze fietsen kwijt in beschermd bosgebied. Ik zit ergens een açaibowl te ontbijten als een man binnenstormt. Een eilander, vermoed ik, want hij roept wanhopig: “Dit is beschermd natuurgebied, laat ons met rust, ga terug naar Amsterdam. Ga weg.”

Op de boot terug hoor ik een jonge man met ironische tattoos en bergschoenen zeggen: “Het leukste aan dit festival vind ik dat het zo middenin de natuur plaatsvindt.”
“Heb je veel van het eiland gezien dan?” vraagt zijn gesprekspartner.
“Nee”, zegt de man, “maar het is leuk dat het zou kunnen.”

Op het Instagramprofiel van de hippe kledingwinkel vraagt iemand of de roze chunky platform hiking boots die ze aanbieden ook daadwerkelijk geschikt voor hiken zijn. ‘I wouldn’t recommend it’, schrijft de winkel terug. ‘They’re just for the aesthetic.’

hits 138

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.