15 mei 2020

De mythe van de Gouden Tijd

reacties 2

Literair besmettingsgevaar (6)

Een kwal beweegt door de kristalheldere grachten van Venetië.  Leeuwen luieren languit op een geasfalteerde weg door het Kruger National Park. Drie zwarte wouwen zijn neergestreken op verlaten doelpalen op een sportveldje in Katmandoe). Nu de mensen gedwongen worden een stap terug te doen, komen de dieren tevoorschijn. De lockdown doet iets met de balans in de natuur. Hier en daar lijkt er sprake te zijn van een haast paradijselijke toenadering. Dat nodigt uit om na te denken over waar we vandaan komen, en waar we naartoe willen.

Waar komen we vandaan?

In veel mythen over het ontstaan van de mens is er sprake van een periode waarin mens en natuur vreedzaam naast elkaar leven en de aarde alles in overvloed schenkt. Een perfect statisch evenwicht, een Hof van Eden. De Griekse dichter Hesiodus [Werken en Dagen, ca. 700 v. Chr.] zegt dat het eerste geslacht van sterfelijke mensen van goud was:

‘zij hadden alles wat men wenst: dus oogsten gaf / 
de aarde, die het graan schenkt, uit zichzelf, goedgeefs /
en overvloedig; zij genoten van hun voedsel /
in vrede, ongestoord, genietend van hun grote welvaart.’
[vertaling Kassies 2002]

Maar steevast komt na de Gouden Tijd de neergang door zondeval: de mens wordt uit het Paradijs verdreven, het goud wordt opgevolgd door zilver, brons, en ijzer of zelfs leem. Bij Hesiodus houdt die neergang verband met de mythe van Prometheus (‘vooruit-denker’) en zijn broer Epimetheus (‘achteraf-denker’). Prometheus steelt het vuur van de goden om het aan de mensen te brengen. Als straf voor die diefstal stuurt Zeus de verleidelijke Pandora op Epimetheus af. Die is zo dom om dit aanlokkelijke geschenk aan te nemen. Pandora zal uit haar vat alle mogelijke ellende over de aarde laten stromen.

Maar het verhaal van Prometheus vertoont niet altijd een dalende lijn. Bij de tragediedichter Aeschylus (Prometheus, 5e eeuw v. Chr.) vertelt een geketende Prometheus zelf hoe de mens zich dankzij het vuur uit zijn bestiale staat verheft en tot culturele bloei komt:

‘De eerste mensen waren ziende blind, /
horende doof; als schimmen in een droom /
leefden ze doelloos voort, van dag tot dag, /
in opperste verwarring; stenen huizen, /
beschermd tegen de zon, kenden ze niet, /
noch timmerwerk; ze woonden in de grond, /
in diepe holen, als geringe mieren, /
ver van de zon. Een zeker teken /
dat het winter was of bloem-bezaaide lente, /
of vruchtenrijkzomer, was er niet: /
ze deden alles zonder na te denken, /
tot ik hun leerde waar de sterren onder en op gingen, /
zo moeilijk waar te nemen ...’
[vertaling Komrij, 1975]

En bij Plato beweert de leraar Protagoras (in de dialoog die naar dit personage is genoemd) dat Epimetheus ten tijde van de schepping allerlei kwaliteiten onder de levende wezens verdeelde. Hij deed dat met oog voor biologisch evenwicht en lette zorgvuldig op grootte en snelheid, verdediging en vlucht, bescherming tegen de seizoenen, en variatie in voedsel.

‘Deze dingen bedacht hij, en hij paste ervoor op dat geen enkele soort zou uitsterven... Aan bepaalde dieren gaf hij weinig jongen, maar aan andere, hun prooidieren, gaf hij er juist veel, om hun soort te laten voortbestaan...’

Maar toen Epimetheus alle redeloze dieren had gehad en uiteindelijk bij de mens uitkwam, waren de eigenschappen op. De mens bleef dus naakt, ongeschoeid, zonder slaapplaats en ongewapend: overlevingskansen nihil. Prometheus gaf hun daarom het vuur, maar dat was niet genoeg. Pas wanneer Zeus rechtvaardigheid en schaamte schenkt, wordt samenleven voor de mens mogelijk.

In deze teksten is nog geen sprake van ecologische theorievorming. Vanaf Aristoteles en zijn leerling Theophrastus met hun werken over plant- en dierkunde ontstaat er iets wat een meer systematische vorm van (proto-)ecologie genoemd kan worden, zoals Frank Egerton in zijn Roots of Ecology: Antiquity to Haeckel (2012) betoogt.

Waar gaat onze samenleving naartoe?

De mythe over een terugkeer naar een paradijselijke staat of Gouden Tijd mag dan een illusie zijn, hetzelfde geldt voor het geloof in oneindige groei en vooruitgang van onze samenleving. Covid-19 toont dat voor een gezond, dynamisch, biologisch evenwicht verregaande sociaal-economische veranderingen nodig zijn.

Gouden Eeuw-Lucas Cranach de Oudere
Lucas Cranach de Oudere, De Gouden Eeuw, 1530 [Wikipedia]

 

In de media vliegen de toekomstscenario’s je om de oren. Neoliberale (tijdelijk omgedoopt tot diep-socialistische) scenario’s gaan over de maatschappelijke gevolgen en de economische impact in Nederland of wereldwijd. Over het herstel van de economie en een terugkeer naar hoe het was, maar dan beter voorbereid op het indammen van een volgende pandemie. Bijna dagelijks herinnert het NOS-journaal ons bijvoorbeeld aan het economische belang van de KLM. Voorwaarden aan staatssteun voor de KLM lijken daarbij nog steeds van onderschikt belang. Eerst de economie weer opstarten en dan pas verduurzamen: Jesse Frederik, ‘Het gelegenheidsliberalisme regeert: KLM mag echt, echt, echt niet failliet’, de Correspondent, 11 mei 2020.

Groene scenario’s kijken verder vooruit: ze gaan over een duurzame economie en plannen voor een betere wereld. Een greep uit een aantal recente toekomstvisies: het manifest met vijf voorstellen voor een duurzamer en eerlijker Nederland na Corona, ondertekend door 170 academici, in Trouw; ‘de Vijf van Vendrik’, econoom bij de Triodosbank, in De Groene Amsterdammer; of het stuk van Jan van Poppel bij de Correspondent,  met een aantal concrete maatregelen: ‘De natuur redden: met deze ideeën kan het’.

‘Ik denk dat veel mensen het anders willen. Wel, nu kunnen we het tij keren,’ zegt filosofe Joke Hermsen in Trouw. Laten wij er met zo veel mogelijk mensen op zoveel mogelijk manieren voor zorgen dat deze groene scenario’s niet de status van mythe blijven houden. De documentaire My Biggest Little Farm [John Chester, 2018] laat op kleine schaal zien dat zoiets echt mogelijk is. Dat inspireert.

{ Lees de 2  reacties }

hits 255
Door Elsie op 17 mei 2020

Wat een mooie historische inkijk weer Emilie. En de inzet van schrijvers en journalisten om nu pas op de plaats te maken en wél zinvol uitvoerbare beleidsplannen samen te stellen, lijkt een groeiende groep te interesseren.
Toch merk ik telkens weer dat de grootste hoeveelheid mensen vergeten wordt, die er naar en ermee moeten (gaan) leven. En dat is ál die eeuwen niet veranderd. Het viel mij op bij het toneelstuk Genesis (2011); het verhaal klopte, maar dat het allemaal mogelijk was kwam door de faciliterende mensen er omheen, maar die leefden apart en behoorden niet tot het uitverkoren volk.
Nu ook: Schiphol, Shell, Booking, Boeren, KLM, Belastingdienst enz. De sociale moraal verandert heen en weer, maar het gemor en protest lijkt te smoren in zelf-welvaart en zelf-recht.
Het is kennelijk van alle tijden.

Door Henri Goldsmann op 23 mei 2020

Weer perfect leesplezier Emilie!
De extra fietspaden in Parijs, Milaan en Brussel zijn een start!

Reageren?

Houd je bij het onderwerp, en toon respect: commerciële uitingen, smaad, schelden en discrimineren zijn niet toegestaan. De redactie gaat niet in discussie over verwijderde reacties.

Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.